zondag, augustus 30, 2015

Resultaat van 2 jaar lobbyen: het NIMAR is gered.

Na ruim twee jaar onzekerheid heeft minister Jet Bussemaker van OCW afgelopen vrijdag bekend gemaakt dat het NIMAR kan doorgaan. Ik wil hier kort die periode van onzekerheid beschrijven en een aantal mensen bedanken omdat dit resultaat zonder hen nooit bereikt had kunnen worden.

I­n mei 2013 ontving ik het bericht dat het ministerie van OCW ging stoppen met de subsidiëring van het NIMAR. Niet omdat we ons werk niet goed ­zouden doen, maar omdat het ministerie 200 miljoen wilde bezuinigen. Dat kostte tientallen organisaties hun gehele of gedeeltelijke subsidie van OCW, zo ook het NIMAR en onz zusterinstituten in Ankara en Istanbul, het NIHA en het NIT.

Vanaf het eerste moment vond ik dit een foute beslissing. “Nederland heeft het NIMAR nodig” zei ik. Dus heb ik onze medestanders gemobiliseerd. In eerste instantie hebben we geprobeerd de goedkeuring van de subsidiestop door de Tweede Kamer te voorkomen, met actie gericht op Kamerleden. Dat hielp niet. Het bezuinigingspakket van 200 miljoen kwam bijna ongeschonden door de Kamer.

Ik bleef geloven in het nut en de noodzaak van de missie van het NIMAR voor Nederland als geheel. In deze tijd, waarin de Arabische wereld in vuur en vlam staat, hebben we deskundigen nodig die de Arabische wereld kennen, door studie en door eigen ervaring. Die deskundigen vind je overal in de samenleving: bij de overheid (Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld), in de media, het bedrijfsleven, het onderwijs etc. Zij hebben hun deskundigheid alleen maar kunnen verwerven in een collegezaal, en in de praktijk in een Arabisch of islamitisch land. Maar naar welk Arabisch land kun je je studenten nog met een gerust gevoel laten gaan in deze tijd? De meeste landen zijn zeer onveilig, met zeer negatieve reisadviezen. Marokko is in vergelijking met die andere landen een oase van rust. Dan is het dus zeer onverstandig je instituut in Marokko, dat zijn diensten heeft bewezen, op te heffen.

Deze boodschap heb ik twee jaar lang geprobeerd aan de man te brengen. Dat was heel moeilijk, en alleen was het me ook nooit gelukt. Voorjaar 2014, dus toen ik al een jaar aan het strijden was, schreef ik een aantal mensen aan, waaronder mijn oud-student Myra Koomen, oud kamerlid voor het CDA, en nu lobbyist. Myra wilde zich geheel belangeloos inzetten voor het NIMAR omdat zij als arabist ook overtuigd was van het nut van het NIMAR. Ze had enkele jaren geleden het NIMAR zelf bezocht met een groep CDA-leden en had zo zelf kunnen ervaren wat het NIMAR te bieden heeft. Myra heeft haar contacten gemobiliseerd, ze heeft met Kamerleden gesproken, ze heeft een brief aan minister Bussemaker geschreven met een groot aantal mede-ondertekenaars, en ze bleef pushen. Met dus dit uiteindelijke resultaat. Myra verdient dus een geweldig compliment en de dankbaarheid van de Nederlandse arabistiek, de Nederlandse wetenschap, en eigenlijk van heel Nederland.

In september 2014 raakte de Universiteit Leiden (UL) betrokken bij de reddingspogingen voor het NIMAR. Dat markeerde een nieuwe fase. De Leidse universiteit is dé universiteit in Nederland als het gaat om de studie van “de rest van de wereld” zoals ze het zelf zeggen. Dit resulteerde in een plan dat door diverse wetenschappers is opgesteld, en dat naar het ministerie van OCW werd gestuurd met het verzoek dit plan voor het vernieuwde NIMAR financieel te steunen. Dit betekende dat het NIMAR niet langer onder de Radboud Universiteit (mijn eigen werkgever) zou vallen. Dat was onontkoombaar want het College van Bestuur van de Radboud Universiteit wilde zich op geen enkele manier inzetten voor het redden van het NIMAR.

Een goede impuls voor onze lobby was ook het bezoek van drie Nederlandse ministers aan Marokko in de maanden februari en maart van dit jaar. Eerst kwam Lilliane Ploumen (Buitenlandse Handel), toen Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en tenslotte Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Toevallig allen partijgenoten van minister Bussemaker, en zij hebben haar ook aangesproken over het NIMAR. Er zijn nog andere prominente PvdA-leden actief geweest voor het NIMAR. Het feit dat Ahmed Aboutaleb voorzitter wordt van de adviesraad van het nieuwe NIMAR is een indicatie van zijn betrokkenheid bij het NIMAR.

Bij de financiering van het vernieuwde NIMAR is ook het ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken. En ook daar hadden we een medestander. De ambassadeur in Rabat, Ron Strikker, heeft zich ook zeer energiek ingezet om een doorstart van het NIMAR te bepleiten en meegedacht over de plannen voor het nieuwe NIMAR.

In de loop van afgelopen juni was duidelijk dat de kogel door de kerk was, en dat het NIMAR gered was. Alleen wilden de ministeries het nieuws nog even niet bekend maken. Daarvoor moest een geschikt moment worden gevonden. Dat moment was kennelijk afgelopen vrijdag, toen minister Bussemaker op BNR Nieuwsradio aankondigde dat het NIMAR een doorstart krijgt. Alle betrokkenen werden overvallen door dat moment, maar de vreugde is er niet minder groot door. De felicitaties stroomden binnen via Facebook, mail etc. Uiteraard waren de meeste reacties positief, want de ‘likers’ van de NIMAR facebookpagina zijn positief betrokken bij het NIMAR. Maar ik zag op internet ook van die typische negatieve reacties dat het weggegooid geld is, dat Marokko dat niet waard is etc. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, en om die te uiten, maar ik neem niet de moeite er op te reageren.

Ik ben zelf op 1 juli uit Rabat vertrokken. Mijn termijn als directeur van het NIMAR zat erop. Dat kwam niet als een verrassing, ik wist al jaren dat dit zou gebeuren. Ik was niet alleen directeur van het NIMAR, ik was ook onderwijsattaché op de Nederlandse ambassade in Rabat. En die functie mocht ik maximaal zes jaar vervullen. Aangezien beide functies gecombineerd moeten zijn in één persoon, moest ook het directeurschap aflopen. De grote vraag was hoe ik zou vertrekken uit Marokko. Of ik alles zou moeten afbouwen en uit een leeg pand zou vertrekken op 1 juli, of dat ik zou vertrekken maar dat het NIMAR zou doorgaan. Het werd uiteindelijk een tussenoplossing: Ik vertrok nadat ik het NIMAR tijdelijk had afgesloten, in afwachting van een opvolger die door de Leidse universiteit naar Rabat zal worden gestuurd. Het NIMAR is dus tijdelijk gesloten maar zal na de zomer weer worden opgestart. Wat er allemaal gaat gebeuren op het vernieuwde NIMAR is een zaak van mijn opvolger en zijn staf, ik zal me daar niet in mengen. Wat ik wel kan melden is dat het de vaste bedoeling van de UL is om in februari weer een minor Arabisch voor studenten Arabisch van Nederlandse universiteiten te starten. Actueel nieuws over het nieuwe NIMAR kan in de komende tijd worden gevolgd op de Facebookpagina van het NIMAR (fb/NIMARinRabat) en op termijn zal er een nieuwe website komen als onderdeel van de website van de UL (www.instituten.leidenuniv.nl/nimar/, nu nog niet gevuld). De oude website van het NIMAR is op dit moment nog in de lucht (www.ru.nl/nimar).

Ten slotte wil ik nog iets rechtzetten. In de berichtgeving over de doorstart van het NIMAR wordt soms de indruk gewekt dat het NIMAR het enige academische instituut in de Arabische wereld is. Dat is niet juist. In Cairo bestaat het Nederlands Vlaams Instituut in Cairo (NVIC). Dat bestaat al meer dan 40 jaar. Wel is het NVIC inmiddels twee keer tijdelijk niet toegankelijk geweest voor studenten, omdat de veiligheidssituatie in Egypte dat niet toeliet. Dat was in 2011 en 2014. In beide jaren was het NIMAR in Rabat een veilig alternatief voor de studenten die eigenlijk liever in Egypte hadden willen studeren. Ik vond dit ook een belangrijk argument in de lobby: je kunt niet op slechts één instituut in de Arabische wereld wedden in deze turbulente periode.
Op internet werd ook gevraagd naar academische instituten in Turkije. Het NIHA in Ankara, dat ik hierboven al noemde, bestaat sinds januari 2015 niet meer. Maar in Istanbul is nog altijd het Nederlands Instituut Turkije (NIT) actief, alleen heeft dat instituut het OCW-deel van zijn subsidie verloren.
Het Nederlands Instituut voor Arabische Studie Damascus (NIASD) was reeds eerder gesloten en opgeheven.

Concluderend. U zult begrijpen dat ik op 2 juli met een grote glimlach op mijn gezicht op de boot naar Spanje ben gestapt. Mission accomplished, de toekomst van mijn kindje in Marokko is veilig gesteld en ik draag het over aan een nieuwe pleegvader. Ik zal mezelf altijd als de vader van het NIMAR blijven beschouwen. Lees de allereerste afleveringen van dit blog om te begrijpen waarom ik dat zo voel. Wat ik in Nederland ga doen valt te lezen in de vorige blog van een paar weken geleden. Het wennen aan wonen en werken in Nederland zal af en toe misschien wel lastig worden maar dat gold ook voor wonen en werken in Marokko. En ik heb tot mijn 52e in Nederland gewoond, dus die zes jaar in Marokko kunnen dat niet wegpoetsen. Ter illustratie: ook in Marokko begon ik ’s ochtends bij het ontbijt met de Volkskrant online en keek ik ’s avonds naar het NOS Journaal. Ik was dus bepaald niet het contact met Nederland verloren.





1 opmerking:

Menno en Loes Eekman - Schopman zei

Hartelijk gefeliciteerd, Jan! Ik heb bewondering voor je enorme inzet.
Menno Eekman