zondag, augustus 30, 2015

Resultaat van 2 jaar lobbyen: het NIMAR is gered.

Na ruim twee jaar onzekerheid heeft minister Jet Bussemaker van OCW afgelopen vrijdag bekend gemaakt dat het NIMAR kan doorgaan. Ik wil hier kort die periode van onzekerheid beschrijven en een aantal mensen bedanken omdat dit resultaat zonder hen nooit bereikt had kunnen worden.

I­n mei 2013 ontving ik het bericht dat het ministerie van OCW ging stoppen met de subsidiëring van het NIMAR. Niet omdat we ons werk niet goed ­zouden doen, maar omdat het ministerie 200 miljoen wilde bezuinigen. Dat kostte tientallen organisaties hun gehele of gedeeltelijke subsidie van OCW, zo ook het NIMAR en onz zusterinstituten in Ankara en Istanbul, het NIHA en het NIT.

Vanaf het eerste moment vond ik dit een foute beslissing. “Nederland heeft het NIMAR nodig” zei ik. Dus heb ik onze medestanders gemobiliseerd. In eerste instantie hebben we geprobeerd de goedkeuring van de subsidiestop door de Tweede Kamer te voorkomen, met actie gericht op Kamerleden. Dat hielp niet. Het bezuinigingspakket van 200 miljoen kwam bijna ongeschonden door de Kamer.

Ik bleef geloven in het nut en de noodzaak van de missie van het NIMAR voor Nederland als geheel. In deze tijd, waarin de Arabische wereld in vuur en vlam staat, hebben we deskundigen nodig die de Arabische wereld kennen, door studie en door eigen ervaring. Die deskundigen vind je overal in de samenleving: bij de overheid (Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld), in de media, het bedrijfsleven, het onderwijs etc. Zij hebben hun deskundigheid alleen maar kunnen verwerven in een collegezaal, en in de praktijk in een Arabisch of islamitisch land. Maar naar welk Arabisch land kun je je studenten nog met een gerust gevoel laten gaan in deze tijd? De meeste landen zijn zeer onveilig, met zeer negatieve reisadviezen. Marokko is in vergelijking met die andere landen een oase van rust. Dan is het dus zeer onverstandig je instituut in Marokko, dat zijn diensten heeft bewezen, op te heffen.

Deze boodschap heb ik twee jaar lang geprobeerd aan de man te brengen. Dat was heel moeilijk, en alleen was het me ook nooit gelukt. Voorjaar 2014, dus toen ik al een jaar aan het strijden was, schreef ik een aantal mensen aan, waaronder mijn oud-student Myra Koomen, oud kamerlid voor het CDA, en nu lobbyist. Myra wilde zich geheel belangeloos inzetten voor het NIMAR omdat zij als arabist ook overtuigd was van het nut van het NIMAR. Ze had enkele jaren geleden het NIMAR zelf bezocht met een groep CDA-leden en had zo zelf kunnen ervaren wat het NIMAR te bieden heeft. Myra heeft haar contacten gemobiliseerd, ze heeft met Kamerleden gesproken, ze heeft een brief aan minister Bussemaker geschreven met een groot aantal mede-ondertekenaars, en ze bleef pushen. Met dus dit uiteindelijke resultaat. Myra verdient dus een geweldig compliment en de dankbaarheid van de Nederlandse arabistiek, de Nederlandse wetenschap, en eigenlijk van heel Nederland.

In september 2014 raakte de Universiteit Leiden (UL) betrokken bij de reddingspogingen voor het NIMAR. Dat markeerde een nieuwe fase. De Leidse universiteit is dé universiteit in Nederland als het gaat om de studie van “de rest van de wereld” zoals ze het zelf zeggen. Dit resulteerde in een plan dat door diverse wetenschappers is opgesteld, en dat naar het ministerie van OCW werd gestuurd met het verzoek dit plan voor het vernieuwde NIMAR financieel te steunen. Dit betekende dat het NIMAR niet langer onder de Radboud Universiteit (mijn eigen werkgever) zou vallen. Dat was onontkoombaar want het College van Bestuur van de Radboud Universiteit wilde zich op geen enkele manier inzetten voor het redden van het NIMAR.

Een goede impuls voor onze lobby was ook het bezoek van drie Nederlandse ministers aan Marokko in de maanden februari en maart van dit jaar. Eerst kwam Lilliane Ploumen (Buitenlandse Handel), toen Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en tenslotte Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Toevallig allen partijgenoten van minister Bussemaker, en zij hebben haar ook aangesproken over het NIMAR. Er zijn nog andere prominente PvdA-leden actief geweest voor het NIMAR. Het feit dat Ahmed Aboutaleb voorzitter wordt van de adviesraad van het nieuwe NIMAR is een indicatie van zijn betrokkenheid bij het NIMAR.

Bij de financiering van het vernieuwde NIMAR is ook het ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken. En ook daar hadden we een medestander. De ambassadeur in Rabat, Ron Strikker, heeft zich ook zeer energiek ingezet om een doorstart van het NIMAR te bepleiten en meegedacht over de plannen voor het nieuwe NIMAR.

In de loop van afgelopen juni was duidelijk dat de kogel door de kerk was, en dat het NIMAR gered was. Alleen wilden de ministeries het nieuws nog even niet bekend maken. Daarvoor moest een geschikt moment worden gevonden. Dat moment was kennelijk afgelopen vrijdag, toen minister Bussemaker op BNR Nieuwsradio aankondigde dat het NIMAR een doorstart krijgt. Alle betrokkenen werden overvallen door dat moment, maar de vreugde is er niet minder groot door. De felicitaties stroomden binnen via Facebook, mail etc. Uiteraard waren de meeste reacties positief, want de ‘likers’ van de NIMAR facebookpagina zijn positief betrokken bij het NIMAR. Maar ik zag op internet ook van die typische negatieve reacties dat het weggegooid geld is, dat Marokko dat niet waard is etc. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, en om die te uiten, maar ik neem niet de moeite er op te reageren.

Ik ben zelf op 1 juli uit Rabat vertrokken. Mijn termijn als directeur van het NIMAR zat erop. Dat kwam niet als een verrassing, ik wist al jaren dat dit zou gebeuren. Ik was niet alleen directeur van het NIMAR, ik was ook onderwijsattaché op de Nederlandse ambassade in Rabat. En die functie mocht ik maximaal zes jaar vervullen. Aangezien beide functies gecombineerd moeten zijn in één persoon, moest ook het directeurschap aflopen. De grote vraag was hoe ik zou vertrekken uit Marokko. Of ik alles zou moeten afbouwen en uit een leeg pand zou vertrekken op 1 juli, of dat ik zou vertrekken maar dat het NIMAR zou doorgaan. Het werd uiteindelijk een tussenoplossing: Ik vertrok nadat ik het NIMAR tijdelijk had afgesloten, in afwachting van een opvolger die door de Leidse universiteit naar Rabat zal worden gestuurd. Het NIMAR is dus tijdelijk gesloten maar zal na de zomer weer worden opgestart. Wat er allemaal gaat gebeuren op het vernieuwde NIMAR is een zaak van mijn opvolger en zijn staf, ik zal me daar niet in mengen. Wat ik wel kan melden is dat het de vaste bedoeling van de UL is om in februari weer een minor Arabisch voor studenten Arabisch van Nederlandse universiteiten te starten. Actueel nieuws over het nieuwe NIMAR kan in de komende tijd worden gevolgd op de Facebookpagina van het NIMAR (fb/NIMARinRabat) en op termijn zal er een nieuwe website komen als onderdeel van de website van de UL (www.instituten.leidenuniv.nl/nimar/, nu nog niet gevuld). De oude website van het NIMAR is op dit moment nog in de lucht (www.ru.nl/nimar).

Ten slotte wil ik nog iets rechtzetten. In de berichtgeving over de doorstart van het NIMAR wordt soms de indruk gewekt dat het NIMAR het enige academische instituut in de Arabische wereld is. Dat is niet juist. In Cairo bestaat het Nederlands Vlaams Instituut in Cairo (NVIC). Dat bestaat al meer dan 40 jaar. Wel is het NVIC inmiddels twee keer tijdelijk niet toegankelijk geweest voor studenten, omdat de veiligheidssituatie in Egypte dat niet toeliet. Dat was in 2011 en 2014. In beide jaren was het NIMAR in Rabat een veilig alternatief voor de studenten die eigenlijk liever in Egypte hadden willen studeren. Ik vond dit ook een belangrijk argument in de lobby: je kunt niet op slechts één instituut in de Arabische wereld wedden in deze turbulente periode.
Op internet werd ook gevraagd naar academische instituten in Turkije. Het NIHA in Ankara, dat ik hierboven al noemde, bestaat sinds januari 2015 niet meer. Maar in Istanbul is nog altijd het Nederlands Instituut Turkije (NIT) actief, alleen heeft dat instituut het OCW-deel van zijn subsidie verloren.
Het Nederlands Instituut voor Arabische Studie Damascus (NIASD) was reeds eerder gesloten en opgeheven.

Concluderend. U zult begrijpen dat ik op 2 juli met een grote glimlach op mijn gezicht op de boot naar Spanje ben gestapt. Mission accomplished, de toekomst van mijn kindje in Marokko is veilig gesteld en ik draag het over aan een nieuwe pleegvader. Ik zal mezelf altijd als de vader van het NIMAR blijven beschouwen. Lees de allereerste afleveringen van dit blog om te begrijpen waarom ik dat zo voel. Wat ik in Nederland ga doen valt te lezen in de vorige blog van een paar weken geleden. Het wennen aan wonen en werken in Nederland zal af en toe misschien wel lastig worden maar dat gold ook voor wonen en werken in Marokko. En ik heb tot mijn 52e in Nederland gewoond, dus die zes jaar in Marokko kunnen dat niet wegpoetsen. Ter illustratie: ook in Marokko begon ik ’s ochtends bij het ontbijt met de Volkskrant online en keek ik ’s avonds naar het NOS Journaal. Ik was dus bepaald niet het contact met Nederland verloren.





maandag, augustus 03, 2015

Na ruim zes jaar Marokko weer terug in Nederland

Nadat ik in 2006 het NIMAR had opgericht mocht ik vanaf januari 2009 het NIMAR zelf gaan leiden als directeur.
Over al die zaken heb ik veel geschreven op dit blog. De oprichting van het NIMAR was de aanleiding om met dit blog te beginnen.

Aan die periode van mijn directeurschap kwam op 1 juli een eind.
Gelukkig NIET omdat het NIMAR ophield te bestaan, daarover later meer.
Naast de pet van directeur NIMAR had ik nog een andere pet op, die van onderwijsattaché op de Nederlandse ambassade. Ook daar heb ik eerder over geschreven.
Dat attachéschap mocht maximaal zes jaar duren. Omdat het NIMAR in een moeilijke periode verkeerde mocht dat best een half jaartje meer worden, maar daarna was het voor mij toch echt afgelopen.
Het was dus geen vrijwillige terugkeer. Maar als ik heel eerlijk ben moet ik ook zeggen dat zelfs voor een Marokkoliefhebber als ik die periode best lang is geweest. Marokko is een prachtig land, ik kom er niet voor niets al sinds 1977. Maar het land heeft ook zo zijn eigenaardigheden waar je dagelijks mee moet dealen als je er woont. En dat is niet altijd even makkelijk.

De periode van de laatste twee jaar was niet gemakkelijk. In mei 2013 vernam ik de eerste signalen dat het ministerie van OCW wilde stoppen met de financiering van mijn eigen geesteskind. Vanaf dat eerste bericht vond ik dat dit een verkeerde beslissing was. Nederland heeft het NIMAR nodig heb ik steeds gezegd, met argumenten die allemaal samenhangen met de intensieve relatie die de twee landen met elkaar verbindt, of men dat nou leuk vindt of niet, of het vrijwillig gekozen is of niet. De aanwezigheid van bijna 400.000 Nederlanders van Marokkaanse afkomst is een gegeven dat nog generaties lang de relaties zal bepalen.

Maar hoe gaat het nu verder met het NIMAR?
Ik mag daar op dit moment nog niets over zeggen, maar ik ben in een zeer optimistische stemming op de boot naar Spanje gestapt. Binnenkort meer daarover.
Volg de Facebook pagina van het NIMAR voor het actuele nieuws: fb/NIMARinRabat

En hoe gaat het verder met Jan Hoogland?
Ik ga weer (half time) Arabisch doceren aan de Radboud Universiteit, en voor de andere helft van mijn tijd beraad ik mij op de mogelijkheden die er zijn. Heeft iemand een tip of een vraag? Mail mij gerust op jan(punt)hoogland(at)xs4all(punt)nl
Ik blijf ook bereikbaar via www.janhoogland.com

En hoe gaat het verder met dit blog?
We zullen wel zien. In de afgelopen jaren ben ik toch al niet zo heel actief geweest op dit blog. Ik heb al eens eerder geschreven dat het te veel is om al die social media goed bij te houden.
Wie mijn foto's wil zien kan terecht op Flickr. Wij mijn academische werk wil volgen kan kijken op academia.edu. En ook op Facebook ben ik actief en niet erg kieskeurig met wie ik als vriend wil toelaten.

Vorige week was ik op de radio te horen in het programma Dichtbij Nederland. Daar heb ik ook gesproken over de periode dat ik in Marokko woonde en werkte. Via deze link is dat terug te beluisteren. Vanaf de 37e minuut kom ik uitgebreid aan het woord.
http://dichtbijnederland.nl/page/detail/798175/Woensdag

Dank voor je belangstelling voor mijn activiteiten en voor het NIMAR.


donderdag, februari 12, 2015

Verzamelde tweets

Hieronder een verzameling tweets die door @NIMAR_Rabat in de afgelopen weken zijn getweet.


1/2 valse kaarten voor shurfa (enkelv. sharif = afstammeling van profeet) mag niet meer in #Marokko want zou ongelijkheid veroorzaken
2/2 maar zogenaamd echte sharifs houden wel die kaart en daarmee een carte blanche in #Marokkko. in 21e eeuw! quid.ma/societe/linter

nieuwe corruptiewaakhond in #Marokko. Krijgt deze wel bevoegdheden? En kunnen die ook gebruikt worden? Zo niet..... http://www.aujourdhui.ma/maroc/politique/le-maroc-change-d-instance-de-lutte-anti-corruption-116524#.VNyEQk1ybIX …

politicoloog en wetenschapper Mohamed Darif gaat zelf een politieke beweging beginnen; Nieuwe democraten. #Marokko http://www.le360.ma/fr/politique/darif-les-nouveaux-democrates-soutenus-par-chiites-et-salafistes-32023 …



Regio Nador eist oncologie ziekenhuis vanwege nasleep chemische Rif-oorlog bijna 100 jr. geleden. http://telquel.ma/2015/02/05/guerre-du-rif-associations-reclament-hopital-doncologie-nador_1433202 …


moeizame en gevoelige driehoeksrelatie Frankrijk- #Marokko - Algerije. 2 partners kunnen elkaar niet luchten of zien. http://www.quid.ma/politique/lambassadeur-france-en-algerie-se-fait-porte-parole-dalger/ …


27% bevolking van #Marokko is tussen 15-24 jaar oud. Moet meer voor worden gedaan volgens VN vertegenw. in MA. http://magharebia.com/fr/articles/awi/features/2015/02/04/feature-03 …


rapport over teloorgang openbaar onderwijs in #Marokko ten koste van privé onderwijs. http://www.yabiladi.com/articles/details/33092/nouveau-rapport-denonce-marchandisation-l-education.html …

kon je op wachten. Als #Marokko een Algerijnse terreurverdachte arresteert dan arresteert Algerije een Marokkaan http://www.quid.ma/politique/algerie-arrestation-presumes-terroristes-dont-marocain/ …

realisering millenniumdoelen in #Marokko op schema m.n. voor lager onderwijs. http://www.quid.ma/societe/lahlimi-en-phase-avec-les-objectifs-onusiens/ …

minister #Marokko: 48,9% Marokkanen lijden of leden aan psychische klachten. http://telquel.ma/2015/01/28/el-ouardi-489-marocains-souffrent-troubles-psychiques_1432161 …




Marokkaanse acteurs in film 'Son of God' van Ridley Scott met de dood bedreigd. http://www.le360.ma/fr/culture/des-acteurs-marocains-menaces-de-mort-a-cause-du-fils-de-dieu-30537 …

salafisten in #Marokko: Ik ben niet Charlie, ik ben Mohammed, of ik ben Palestina/Palestijn.http://www.h24info.ma/maroc/societe/les-salafistes-marocains-de-sortie-contre-les-caricatures-de-charlie/30236 …

Khadija Rouissi, parlementslid #Marokko met dood bedreigd door IS vanwege betuigde solidariteit met #Charlie Hebdo. http://www.quid.ma/politique/khadija-rouissi-menacee-mort-daech/ …



Marokkaanse jongeman in Fes #Marokko gearresteerd omdat hij zich tot christendom bekeerd zou hebben. http://telquel.ma/2015/01/21/fes-homme-arrete-parce-quil-chretien_1430991 …

mensenrechtenorgan. AMDH #Marokko voor tweede keer in het gelijk voor rechter na onterecht verboden bijeenkomsten. http://www.yabiladi.com/articles/details/32750/maroc-justice-condamne-ministere-jeunesse.html …

En inderdaad, site http://e-taqafa.ma/  is alleen maar in het Frans geschreven. Gemiste kans om jongeren in contact met #Marokko te houden

slogans en protesten tegen Charlie #cartoons op tribunes van voetbalstadion in #Marokko http://www.le360.ma/fr/sports/football-la-politique-envahit-les-tribunes-30057 …


elke krant met cartoons van de profeet verboden in #Marokko. Maar via internet kun je alles zien en binnenhalen. http://telquel.ma/2015/01/15/el-khalfi-interdirons-journal-publie-caricatures-du-prophete_1430291 …

minder verkeerslachtoffers in #Marokko in 2014, maar nog altijd heel veel. Trend of toeval? http://www.h24info.ma/maroc/circulation-baisse-des-accidents-mortels-au-maroc-des-changements-en-vue/29980 …

binnenkort: site over Marokkaanse cultuur voor Marokkanen in het buitenland. Ben benieuwd in welke taal/talen. http://e-taqafa.ma/ 

Marrakech gaat taxi tarieven voor toeristen bekendmaken op affiches bij toeristische plekken. Goed nieuws! http://www.huffpostmaghreb.com/2015/01/13/marrakech-tarifs-taxis_n_6464222.html?utm_hp_ref=maroc …

centrum voor milieu-educatie Rabat #Marokko gaat wel 100(!) leerlingen per maand ontvangen = druppel op gloei plaat. http://www.aufait.ma/2015/01/12/un-espace-deducation-lenvironnement-rabat_636675 …

pleidooi voor introductie Soefisme in onderwijs in #Marokko als barrière tegen radikalisering etc. http://www.h24info.ma/maroc/politique/plaidoyer-le-soufisme-bientot-dans-les-programmes-scolaire/29803 …

#Marokko afwezig in Parijs, geen officiële bijeenkomst in Rabat, verhouding Marokko-Frankrijk blijft moeizaam.

Frank Bovenkerk vat in Brandpunt zijn nieuwste boek samen: Marokkaan in Europa, Crimineel in Nederland. http://www.bladna.nl/mocro-oorlog,09913.html …

IS/Daech zou recruteren voor jihad in Marokkaanse gevangenissen. http://www.le360.ma/fr/societe/daech-recrute-dans-les-prisons-29143 …

1/2 schokkende beelden van kraamafdeling ziekenhuis Rabat #Marokko aanleiding tot onderzoek door verantw. minister. http://www.le360.ma/fr/societe/des-enquetes-sur-lhorreur-des-hopitaux-au-maroc-29151 …
2/2 nog een minister kandidaat voor koninklijk ontslag? Ministers genoeg in Marokkaans kabinet: 31(!) http://www.lavieeco.com/actualite/liste-des-ministres-du-nouveau-gouvernement-marocain-6318.html …

Universiteit Moh. VI voor gezondheidswetenschappen wordt gesticht in Casablanca #Marokko http://www.huffpostmaghreb.com/2015/01/07/universite-mohammed-vi_n_6427616.html?utm_hp_ref=maroc …

koning #Marokko ontslaat sportminister na debacle met waterballet in voetbalstadion Rabat waarbij MA voor paal stond. http://telquel.ma/2015/01/07/urgent-mohammed-vi-met-fin-aux-fonctions-mohamed-ouzzine_1429140 …

conflicten en confrontaties tussen linkse en rechtse studenten aan universiteit Fes #Marokko gaan door. http://www.quid.ma/societe/fes-bassistes-gauchistes-vs-renouveau-estudiantin-laffrontement-incessant/ …




zondag, september 28, 2014

NIMAR is nodig voor internationaliseringsplannen minister Bussemaker

De visie van minister Bussemaker op internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs blijkt gebaseerd op een aantal uitgangspunten waarop ook het NIMAR is gebaseerd.

Minister Bussemaker van OCW heeft recentelijk haar visie op internationalisering wereldkundig gemaakt. En de minister is nog altijd van plan het NIMAR te sluiten in 2015.
Die twee voornemens van de minister stroken niet met elkaar. In april schreef ik al op mijn blog: Minister Bussemaker gooit haar eigen glazen in.
Mijn betoog was toen (en nog steeds) dat het niet verstandig is van de minister om het NIMAR te sluiten als zij wil dat meer studenten in het buitenland gaan studeren.

Deze zomer kwam de visie van de minister op internationalisering naar buiten, en in het laatste nummer van Transfer mag de minister haar visie toelichten.

Nu wil het toeval dat ik in hetzelfde nummer van Transfer de opiniepagina mocht vullen met een pleidooi om het NIMAR open te houden. (klik op de verkleinde pagina in de rechter kolom).
Mijn betoog is kortgezegd: Marokko is te belangrijk voor Nederland om de brug tussen beide landen voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek af te breken.



Maar ik kon in dit opiniestuk nog niet reageren op wat de minister had gezegd. Die reactie plaats ik daarom hier.

Met haar uitspraken bepleit de minister bijna zelf dat het NIMAR moet blijven, zeker als de minister zou weten wat het NIMAR allemaal doet. En dat zou ze kunnen weten want het NIMAR stuurt braaf jaarlijks een jaarverslag naar het ministerie.

De minister stelt dat zij Nederlandse studenten wil stimuleren de grens over te gaan.  En even verderop stelt zij dat het wel de bedoeling is dat de student tijdens zijn buitenlandverblijf echt iets leert en dat het belangrijk is om structurele contacten aan te gaan op faculteits- of instellingsniveau.

Het NIMAR voldoet sinds 2007 aan al deze wensen van de minister. Wij ontvangen tientallen studenten per jaar voor een complete minor van een heel semester en nog eens tientallen die voor een kortere periode blijven of die een stage in Marokko komen doen. Studenten die op het NIMAR onderwijs volgen, komen voor een semester en gaan terug met 30 ECTS erbij op hun lijst. Ze hebben dus zeker “iets” geleerd (Arabisch of Sociale Wetenschappen) en daarnaast onmisbare internationale en interculturele ervaring opgedaan, bijvoorbeeld door tijdens hun studieverblijf in Rabat bij een gastgezin te verblijven. De garantie dat zij “echt iets” leren bestaat o.a. uit het feit dat Nederlandse universitaire docenten bij onze programma’s betrokken zijn. Uit dit laatste gegeven, en het feit dat de studiepunten van het NIMAR worden erkend, blijkt dat ook aan die wens van de minister is voldaan: het NIMAR heeft afspraken met vrijwel alle Nederlandse universiteiten en een aantal hogescholen zodat hun studenten onderwijs bij het NIMAR kunnen volgen en bij terugkomst de studiepunten op hun lijst krijgen bijgeschreven (als ze de toetsing met goed gevolg hebben afgelegd uiteraard).

De minister stelt verderop in het interview: “Je moet vanuit de inhoud kijken wat een opleiding nodig heeft”.
Dat is precies wat het NIMAR al sinds 2007 doet met zijn programma Arabisch. De Nederlandse universitaire opleidingen Arabisch en één HBO-opleiding zien hun studenten graag voor minstens één semester naar een Arabisch land gaan om daar onderwijs te volgen en ervaring op te doen. Het NIMAR verzorgt dit aanbod al sinds 2007, naast soortgelijk aanbod door onze collega’s van het Nederlands Vlaams Instituut Cairo (NVIC). Echter, door de onrust in het Midden-Oosten hebben onze Egyptische collega’s in 2011 en 2014 geen studenten kunnen ontvangen, waardoor de minor Arabisch in Rabat de enige beschikbare mogelijkheid was voor studenten Arabisch.
We weten niet hoe de situatie zich verder zal ontwikkelen in Egypte of in Marokko, maar als de actuele ontwikkelingen van de laatste jaren één ding duidelijk hebben gemaakt, dan is het wel dat Nederland behoefte heeft aan deskundigen op het gebied van Arabisch, Islam, Midden-Oosten, Marokko etc. etc. Deze deskundigen zijn nodig bij de overheid (o.a. Buitenlandse Zaken, Defensie AIVD, NCTB), de media, in het hoger onderwijs, de politiek etc. Je kunt geen islam- of Midden-Oostendeskundige worden zonder in het gebied te verblijven tijdens je studie. En daarvoor zijn voorzieningen nodig. In Egypte en Marokko hebben we die voorzieningen en ze functioneren goed. Houd dat in stand want Nederland heeft het nodig!
Het programma Social Studies of Morocco is opgesteld in overleg met docenten van Nederlandse universiteiten en er wordt jaarlijks een docent van een Nederlandse universiteit ingevlogen om een onderdeel van het programma te verzorgen en de studenten te begeleiden bij het maken van een onderzoeksplan. Dat is ook nog eens winst voor die docent want die kan in de resterende tijd eigen onderzoek doen en zijn netwerk in Marokko uitbreiden.
De onderwijsprogramma’s die het NIMAR aanbiedt kunnen niet aan Marokkaanse universiteiten worden gevolgd. Ten eerste bestaan deze programma’s niet. En is er een groot taalprobleem: het universitaire onderwijs is in het Frans of in het Arabisch, en dat kunnen Nederlandse studenten niet volgen. Qua niveau en werkwijze sluit het Marokkaanse universitaire onderwijs niet aan op het Nederlandse en de indeling van het studiejaar loopt ook niet parallel met die in Nederland.
Studenten die een minor volgen op het NIMAR lopen een minimale kans op studievertraging en hebben de zekerheid dat de behaalde punten in Nederland worden erkend.

Zeer opmerkelijk is verder dat de minister in haar visie nergens melding maakt van een reeds vele jaren bestaand internationaliseringsinstrument, de zogenaamde Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland (NWIB’s, gevestigd in Rome, Florence, St. Petersburg, Athene, Cairo). Deze instituten vallen onder de zogenaamde ‘brede universiteiten’ en voldoen dus aan de wens van de minister dat ze zijn ingebed op faculteits- of instellingsniveau. Deze instituten zijn jaarlijks goed voor vele honderden studenten die vele duizenden studiepunten ‘over de grens’ behalen en er is een schat aan internationaliseringservaring aanwezig op deze instituten. De minister mist een gouden kans als deze ervaring niet wordt ingezet.

Een centrale gedachte van de minister is dat zij wil dat er zogenaamde ‘competente rebellen’ worden opgeleid en dat je studenten moet opleiden in vaardigheden voor de 21e eeuw. Studenten die een half jaar naar Marokko gaan, vallen in deze categorie. Het zijn studenten die voor een half jaar uit hun comfort zone stappen om in een geheel ander land en samenleving te gaan functioneren, waar vele vanzelfsprekendheden uit Nederland afwezig zijn. Oud-studenten van het NIMAR hebben aangegeven dat hun verblijf in Marokko hen veranderd heeft, inzichten heeft gegeven omtrent  hun identiteit en loyaliteit of hun netwerk heeft versterkt. (Zie onze website waar oud-studenten reacties hebben geplaatst op de voorgenomen sluiting van het NIMAR).

Conclusie:
Het NIMAR is een effectief instrument om de internationaliseringsvisie van minister Bussemaker in de praktijk uit te voeren. Het NIMAR doet dit al sinds de opening in 2006. Sluiting van het NIMAR is daarom onverstandig, zeker in de huidige tijd waarin de Arabische wereld in vuur en vlam staat en deskundigheid hierover steeds harder nodig zal zijn.





Teken de petitie: het NIMAR moet blijven!
 


 




zondag, augustus 31, 2014

Van woordenboekgebruiker tot woordenboekmaker


In 1976 begon ik met de studie Arabisch in Utrecht. Dat begon met het alfabet en de klanken. En woordjes leren natuurlijk want je kunt geen nieuwe taal leren zonder woorden te leren.
In de loop van het eerste jaar werd het ook nodig een woordenboek aan te schaffen. Dat werd in eerste instantie een paperback versie van Hans Wehr's woordenboek Arabisch‑Engels.
Hoewel.... Hans Wehr was een Duitse arabist die een woordenboek Arabisch‑Duits maakte, dat in de jaren 60 van de vorige eeuw door de Engelse arabist J. Milton Cowan naar het Engels werd vertaald.
Van dat woordenboek heb ik diverse paperback exemplaren versleten. Mijn laatste ingebonden exemplaar staat nog altijd in de kast, dat heeft de tand des tijds doorstaan.

In 1981 werd ik gevraagd als student‑assistent het beginnersonderwijs Marokkaans Arabisch te geven bij de vakgroep Oosterse Talen van de Universiteit Utrecht, waar ik zelf ook studeerde. Tot mijn afstuderen in 1983 heb ik dat onderwijs verzorgd. Mijn docent Roel Otten, van wie ik het Marokkaans had geleerd, was toen bezig met het samenstellen van een woordenboek Marokkaans, dat in 1983 verscheen als 'Basiswoordenboek Marokkaans Arabisch‑Nederlands', uitgegeven bij Coutinho. Het woordenboek is al vele jaren niet meer leverbaar.
Ik heb als student‑assistent Roel ondersteund in verschillende stadia van het werk. Dat was mijn eerste (bescheiden) kennismaking met de lexicografie. Eind 1983, kort voor mijn afstuderen op 30 november, verscheen dat woordenboek. Ik weet nog dat ik zeer blij verrast was dat op het titelblad stond vermeld: Roel Otten, met assistentie van Jan Hoogland.
Jaren later, toen in 1997 van mijn hand het cursusboek Marokkaans Arabisch verscheen, hebben we die constructie herhaald maar in omgekeerde volgorde: Jan Hoogland, met assistentie van Roel Otten.
Dat cursusboek was het resultaat van de eerste opdracht waarvoor ik werd aangesteld aan (toen nog) de Katholieke Universiteit Nijmegen, die inmiddels al ruim tien jaar Radboud Universiteit heet. Direct na mijn afstuderen in Utrecht kon ik aan de slag in Nijmegen voor het opzetten van onderwijs Marokkaans Arabisch in Nijmegen.

Van 1989 tot 1992 bestond in Nijmegen de Stichting Middle East Transfer. Dit was een initiatief dat was gestart door mijn beide collega's Kees Versteegh en Erik‑Jan Zürcher. Ik was vanaf de oprichting van de stichting betrokken bij het vormgeven van de doelstellingen.
Bij Middle East Transfer ging ik mij weer bezighouden met woordenboeken. In het eerste jaar zouden we een bijdrage leveren aan een meertalig woordenboek met handelsterminologie (de Servotte). Middle East Transfer zou de talen Arabisch, Perzisch en Turks aanleveren en ik coördineerde die inspanningen. Dat project is helaas niet afgerond en mijn lexicografische avonturen leken afgelopen.
Maar de directeur van Middle East Transfer, Piet van den Akker, opperde het idee om het ministerie van Onderwijs te benaderen met een voorstel voor een woordenboek Arabisch‑Nederlands/Nederlands‑Arabisch, omdat daar grote maatschappelijke behoefte aan bestond.
Hij vroeg mij een notitie te schrijven waarin ik het toen bestaande aanbod op de Nederlandse markt analyseerde om te concluderen dat de toen bestaande woordenboeken niet aan de eisen voldeden.
Tot onze blijdschap kregen wij van het ministerie de opdracht en subsidie om een uitgebreide haalbaarheidsstudie uit te voeren. Helaas was op het moment van die opdracht net de beslissing gevallen dat Middle East Transfer niet levensvatbaar was en zou worden opgeheven.
De subsidie kon toen gelukkig worden overgenomen door de vakgroep Talen en Culturen van het Midden‑Oosten (TCMO) van de universiteit, en zo kon ik toch de haalbaarheidsstudie uitvoeren.

Inmiddels had de Nederlandse overheid, in samenwerking met de Vlaamse overheid, een commissie in het leven geroepen met de naam Commissie Lexicografische Vertaalvoorzieningen (CLVV), voorgezeten door professor Willy Martin van de Vrije Universiteit. Die commissie had een budget te verdelen voor het maken van woordenboeken. Arabisch en Turks hadden de hoogste prioriteit.
Voor beide talen konden geïnteresseerde partijen inschrijven in een tenderprocedure. Voor Turks was er slechts één partij: de universiteit Leiden. Zij konden vrijwel onmiddellijk aan de slag (1994 of 1995). Voor Arabisch was er ons plan uit Nijmegen, maar er was ook een plan van de Belgische arabist Marc van Mol. Hierdoor duurde het wat langer voor de werkzaamheden konden beginnen. Uiteindelijk viel het besluit dat van Mol twee basiswoordenboeken ging maken, en Nijmegen twee 'dikke' vertaalwoordenboeken.

In 1996 had de CLVV een tweede tranche subsidie beschikbaar en in februari 1997 kon het Nijmeegse project Woordenboek Arabisch (WBA) van start met een team medewerkers die allen staan vermeld op de website van het project. Het gehele project was voorbereid door een commissie die bestond uit de beide hoogleraren Kees Versteegh (Nijmegen), Manfred Woidich (UvA) en ikzelf. Deze drie vormden ook de hoofdredactie van het woordenboek.
In oktober 2003 verschenen de twee delen in eerste druk. Het deel Nederlands‑Arabisch omvatte zo'n 1200 pagina's en Arabisch‑Nederlands 900.
Het hele proces van het maken van die woordenboeken heb ik tot in detail beschreven op een website erover: http://wba.ruhosting.nl/
Deze website is geheel in het Engels.

Die website heb ik om verschillende redenen gemaakt. Ten eerste voelde ik de behoefte het hele proces te beschrijven voor een ieder die is geïnteresseerd in de lexicografie van het Arabisch.
Ten tweede had ik tijdens de uitvoering van het project oordelen gevormd over een aantal reeds bestaande woordenboeken en de wijze van samenstelling ervan, die ik met de wereld wilde delen.
Ten derde hoopte ik dat uitgevers uit andere landen via deze website kennis zouden nemen van het project, en van de mogelijkheid de rechten van het bestand te kopen (via de CLVV) om zo met betrekkelijk geringe inspanningen ook woordenboeken Arabisch voor andere talen te produceren.
De website is inmiddels meer dan 10 jaar in de lucht en heeft zeker het beoogde effect gehad want rond 2009 nam Oxford University Press contact met mij op over het aankopen van de rechten. Hierover later meer.

In 2007 gaf uitgever Bulaaq aan dat de eerste oplage van het woordenboek op dreigde te raken en of ik dacht dat er een nieuwe druk moest komen met wijzigingen, aanvullingen etc. of dat we met een herdruk konden volstaan.
Ik heb toen aangegeven dat ik wel reden zag voor een tweede druk, maar dat ik daarvoor wel enige tijd nodig zou hebben. Ik zou hiervoor namelijk niet meer over een team redacteuren etc. kunnen beschikken maar alles zelf moeten doen.
In 2009 is de tweede druk verschenen, met uiteraard wat correcties. Hele grove fouten hadden er niet in gezeten maar kleine correcties in bijvoorbeeld de vocalisatie (het schrijven van de klinkers) waren wel nodig. Het deel Arabisch‑Nederlands is in de tweede druk met bijna 100 pagina's uitgebreid.

In die tijd meldde zich dus ook Oxford University Press. Deze gerenommeerde uitgever vond dat het tijd werd voor een nieuwe set woordenboeken Arabisch‑Engels en Engels‑Arabisch. Ik kon dat alleen maar beamen. In andere publicaties heb ik wel eens aangegeven dat ik vond dat er geen 'fatsoenlijk' woordenboek Engels‑Arabisch bestond.
OUP wilde het bestand Arabisch‑Nederlands gaan vertalen en bewerken tot een woordenboek Arabisch‑Engels. Voor Engels‑Arabisch wilde men vanaf nul beginnen door een eigen Engels bestand te voorzien van Arabische vertalingen.
Nu wilde het toeval dat mijn oud‑student Tressy Arts, die als student‑assistent aan het Nederlandse project had meegewerkt, inmiddels in Londen woonde. Ik heb OUP en Tressy met elkaar in contact gebracht en daar waren beide partijen zeer blij mee. Het vertalen van Arabisch‑Nederlands naar Arabisch‑Engels vereist namelijk redacteuren die deze drie talen op hoog niveau beheersen. Nederlandse arabisten dus, met ook een goede kennis van het Engels. Tressy was er zo één, en zij wist ook al het nodige van lexicografie.
Zij is zo hoofdredacteur van het project Arabisch van OUP geworden en heeft nog een aantal oud‑medewerkers van het Nederlandse project betrokken bij het nieuwe project.





En zo zijn we in 2014 aangekomen bij de publicatie van het woordenboek Arabisch‑Engels/Engels Arabisch waarbij het ene deel grotendeels (rond 90%) is gebaseerd op het Nijmeegse woordenboek Arabisch‑Nederlands. In een andere publicatie zal ik een vergelijking maken tussen het woordenboek Arabisch‑Nederlands en Arabisch‑Engels. Ik zal daarin ook beschrijven wat mijn inbreng is geweest in het Engelse project.
 


Ik begon deze persoonlijke geschiedenis met vermelding van het woordenboek van Hans Wehr dat oorspronkelijk een Arabisch‑Duits woordenboek was, dat vervolgens in het Engels is vertaald.
Nu, ongeveer 50 jaar later, zien we dat de geschiedenis zich herhaalt. Een Arabisch‑Nederlands woordenboek is nu de basis voor een nieuw Arabisch‑Engels woordenboek, waarbij de inbreng van de Nederlandse arabisten zeer groot en onmisbaar was.
De vraag werpt zich dan bij mij op: hoe is het mogelijk dat in die grote Angelsaksische wereld met arabisten van grote naam niemand de uitdaging heeft willen of kunnen aangaan om een woordenboek samen te stellen?
Het is een vraag waar ik vooralsnog het antwoord niet op weet, ik kan er alleen over speculeren:
‑ Heeft het te maken met gebrek aan commerciële belangstelling bij uitgevers?
‑ Kijkt men neer op het maken van een woordenboek?
‑ Zit iedereen te wachten tot een ander het gaat doen?
‑ Denkt men dat het onbegonnen werk is?
‑ Is men niet in staat geweest een team van geschikte mensen bij elkaar te brengen?
‑ Is gewoon niemand op het idee gekomen?

Link naar de website van Oxford University Press: http://www.oxforddictionaries.com/arabic/

zaterdag, juli 26, 2014

900 miljoen bakken soep in één maand


Wie aan Ramadan denkt, denkt aan vasten.
Wie aan het vasten is, denkt aan het breken van de vasten (denk ik, ik vast zelf niet).
En wie in Marokko aan het breken van de vasten denkt, denkt aan soep, aan Harira, de bekende Marokkaanse soep.

Het drinken (niet het werkwoord 'eten' wordt gebruikt) van deze soep tijdens de ftour (letterlijk ontbijt, maar dan dus 's avond) is voor meer dan 30 miljoen Marokkanen 30 dagen (of 29 als ze geluk hebben) een vaste traditie.
Probeer je eens voor te stellen hoeveel dat is. 30 miljoen x 30 = 900 miljoen bakken soep.

Harira is een stevige soep. Er kunnen heel veel koolhydraten in zitten: kikkererwten, linzen, rijst en ook nog bloem om te binden. Als dat zo is, wees dan gewaarschuwd en neem niet meer dan één kom want het is een soort koolhydratenbom in je maag. Als die maag sinds de vroege ochtend leeg gebleven is, werkt dat kennelijk, maar als je 'gewoon' gegeten hebt tijdens de dag, dan is mijn ervaring dat meer dan één kop Harira een ontzettend opgeblazen gevoel kan geven.

Afgelopen week had de Nederlandse ambassade een ftour voor de armen bekostigd via een organisatie die tijdens de Ramadan op verschillende plaatsen in Rabat een ftour organiseert voor armen. Met een team van de ambassade en van het NIMAR en het SVB‑kantoor gingen we assisteren bij o.a. het uitdelen van de Harira. Er was ook een grote groep jongelui van een middelbare school aanwezig voor de assistentie.

Ik heb toen wat foto's gemaakt van het Harira‑ritueel.







En uiteraard mag een recept voor Harira niet ontbreken. Dat doe ik met een link want ik moet eerlijk bekennen dat ik in 37 jaar Marokko nog nooit zelf Harira heb gemaakt.
Want, wederom heel eerlijk, als de Ramadan voorbij is heb ik voorlopig wel weer even genoeg Harira gehad.

 

zaterdag, juni 28, 2014

Oriëntalisme in muziek en schilderkunst

Vele jaren geleden promoveerde mijn te vroeg overleden collega-arabist Ed de Moor. Op het feest na de promotieplechtigheid werd door zijn familie een soort mini-opera opgevoerd. Ster in die opera was de tweelingbroer van Ed, die ik ken als Wam de Moor. Ook hij werkte aan de Nijmeegse universiteit, ik meen als literatuurwetenschapper.

De mini-opera van de familie de Moor was op de melodie van "In a Persian Market" van de componist Ketelbey (zie Wikipedia: http://en.wikipedia.org/wiki/Ketelbey).
Het is een muziekstuk dat duidelijk is gecomponeerd door een Westerse componist maar met Oosterse elementen en melodielijnen.
De mini-opera werd op de piano begeleid door een familielid, misschien was het wel Wam.
Ik vond het een leuk stuk en heb later aan Wam de bladmuziek ervan gevraagd en gekregen.
Ik speel het stuk al vele jaren met veel plezier (zo af en toe).
Van één passage weet ik dat mijn zoon Martijn, toen hij nog heel klein was, zijn oor tegen de kast van de piano legde om de resonantie maximaal te ervaren. Martijn is later ook piano gaan spelen en heeft een veel hoger niveau bereikt dan ik zelf ooit zal bereiken. Misschien was dit stuk ook voor hem de inspiratie.

Een paar weken geleden was ik op bezoek bij mijn collega en vriend Jan Jaap de Ruiter. Aan tafel met zijn zoons kwam het gesprek op muziek en noemde ik dat stuk.
Het werd gelijk opgezocht op Youtube en daar vonden we een orkestrale versie (vermoedelijk de originele versie) met als beeldmateriaal een hele serie typisch oriëntalistische afbeeldingen, vermoedelijk van schilderijen uit een boek over oriëntalistische kunst.
De beelden zijn romantisch en, zoals bekend over de oriëntalistische werken, niet realistisch als het gaat om het afbeelden van (half) ontklede dames.
Maar samen met de muziek van Ketelbey vind ik het een mooi schouwspel, zeker als je het  afspeelt op een groot scherm en een goede geluidsinstallatie.
Hier de link  naar het Youtube filmpje en veel plezier ermee.
Ik hoop dat het ook anderen inspireert.