dinsdag, juni 07, 2016

Het NIMAR bestaat 10 jaar!

Persoonlijke terugblik op de oprichting van het NIMAR in 2006, het functioneren tussen 2006 en 2016, het lobbyproces ter voorkoming van de sluiting tussen 2013 en 2015 en de doorstart van het NIMAR in 2016.




Het is vandaag precies 10 jaar geleden dat het NIMAR officieel werd geopend door toenmalig minister van OCW Maria van der Hoeven.



In die tien jaar is er veel gebeurd.
Het is allemaal te lezen in 204 verhaaltjes op mijn blog, die ik startte in oktober 2005, om verslag te doen van het hele proces van de oprichting, opening, start etc.
Als ik er zelf doorheen blader zie ik van alles uit die begintijd terugkomen. Titels als: "post van Mark Rutte" (toen nog staatssecretaris van Onderwijs), "Eindelijk actie!", "Handen uit de mouwen" geven aan hoe het er aan toe ging in die periode. Met enige bescheidenheid noem ik ook nog een keer de column van Kees Beekmans uit de Volkskrant, waarin hij zijn bewondering voor mijn aanpak zeer expliciet opschreef. Een collega uit Nijmegen zei naar aanleiding van die column: "Nou Jan, nu ontbreekt alleen nog een heiligverklaring door de Paus" (ik werk immers aan de katholieke Radboud Universiteit). Hier een link naar die colum en mijn reactie erop

Na 7 juni 2006 is het NIMAR uitgegroeid tot een belangrijk steunpunt in Marokko voor het Nederlandse hoger onderwijs. Vele honderden studenten hebben voor korte of langere tijd in Rabat en Marokko verbleven. Voor enkele studenten heeft dat studieverblijf er zelfs toe geleid dat ze hun leven volledig naar Marokko hebben verplaatst, en er een gezin zijn begonnen. In die gevallen viel de liefde voor het land samen met de liefde voor een persoon. Er zijn liefdesrelaties ontstaan op het NIMAR, en daar zijn al minstens twee babys uit geboren.
Maar ook andersom was er een bescheiden stroom studenten uit Marokko naar Nederland. Het uitwisselingsprogramma Zeytun tussen de UvA en EGE in Rabat is door het NIMAR geïnitieerd. Een paar Marokkaanse studenten hebben een stage in Nederland kunnen doen en enkele Marokkaanse studenten hebben een deel van hun studie in Nederland kunnen volgen. Maar het is nooit gelijkwaardig tweerichtingverkeer geweest. Er kwamen veel meer Nederlanders naar Marokko dan er Marokkanen naar Nederland gingen.

Het ging dus vooral om het verwerven en uitwisselen van kennis en wetenschap, en ook dat is meer dan geslaagd.
Nog vorige week promoveerde in Wageningen Dr. Saskia v.d. Kooij op een onderzoek naar irrigatie in een gebied tussen Meknes en Fes, en dat onderzoek is mede gestart nadat ik Saskia en twee van haar collega's een kleine week door Marokko had rondgereden ter voorbereiding op een excursie van Wageningse studenten naar Marokko.
Andere onderzoekers hebben het NIMAR en zijn faciliteiten gebruikt voor hun onderzoek. De belangrijkste faciliteit was misschien wel ons netwerk. Een uitspraak die ik niet gauw zal vergeten, gedaan door  een postdoc onderzoeker na een gesprek met mij en mijn collega Cynthia Plette: "Zo, dat scheelt me toch minstens twee maanden werk, al die contacten en suggesties van jullie".

De minoren Arabisch en Social Studies of Morocco vormden de core business van het NIMAR. Sinds 2007 hebben honderden studenten een semester lang gestudeerd in en genoten van Rabat en de rest van Marokko, bijv. tijdens excursies naar pittoreske gebieden op het platteland van Marokko. Tijdens lessen op het NIMAR, waar weliswaar flink gestudeerd moest worden, maar waar ook gelachen mocht worden. De sfeer op het NIMAR was altijd positief en verwelkomend naar studenten. Daarover hebben we vaak complimenten gekregen. Het NIMAR was niet alleen een school (letterlijk zo genoemd door studenten) maar ook een thuis.



Toen het NIMAR officieel startte werd Paolo De Mas directeur. Ik was in dat stadium vanwege mijn privésituatie niet beschikbaar. Paolo heeft tweeëneenhalf jaar keihard gewerkt om het NIMAR uit te bouwen. En vooral heeft hij veel energie gestoken in het regulariseren van de juridische status van het NIMAR in relatie tot de Marokkaanse autoriteiten. Dat was namelijk een puntje dat we in de voortvarendheid van het oprichten een beetje hadden veronachtzaamd.
Uiteindelijk is dat pas goed geregeld toen ik aantrad als directeur, op 1 januari 2009, doordat ik tegelijkertijd werd benoemd tot onderwijsattaché op de Nederlandse ambassade in Rabat. Het NIMAR werd daarmee onderdeel van de ambassade. Dat was een constructie die voor de Marokkaanse autoriteiten acceptabel was.

In de periode dat Paolo de directeur was, had ik zelf de (part time) functie van onderwijscoördinator van het NIMAR. In die 2,5 jaar was ik regelmatig in Rabat te vinden, maar ik verbleef er niet permanent. Ik coördineerde dus het onderwijs van het NIMAR, de minor Arabisch die in februari 2007 voor het eerst van start ging. Verder deed ik in Nederland veel zendingswerk voor het NIMAR.
Toen ik in januari 2009 het NIMAR mocht gaan leiden als directeur, en de juridische status geregeld was, kwam er ook ruimte om het NIMAR verder uit te bouwen. In september 2009 zijn we gestart met de minor Social Studies of Morocco, voor studenten sociale wetenschappen.

Een heel bijzondere periode was ook het voorjaar van 2011, de periode van de zogenaamde Arabische lente. Op de vrijdag voordat onze minor Arabisch zou beginnen brak in Egypte de 'pleuris' uit. Onze collega's van het Nederlands Vlaams Instituut in Cairo (NVIC) moesten hun minor Arabisch cancelen omdat de veiligheid van de studenten niet meer gegarandeerd was. Ik kreeg telefoontjes van collega's uit Nederland of het NIMAR extra studenten kon opvangen. We zouden aanvankelijk rond de 15 studenten krijgen, het werden er 33. Daarvoor moest er flink geïmproviseerd worden maar we kregen het voor elkaar. Dankzij de flexibiliteit van de collega's van het NIMAR, en van ons netwerk in Rabat (gastgezinnen, American Language Center voor extra leslokalen etc.). Zo hoefden de studenten niet de dupe te worden van de onstuimige ontwikkelingen in Cairo.
In 2014 herhaalde deze situatie zich, maar toen konden we het al eerder zien aankomen en tijdig de nodige maatregelen nemen.
Marokko kreeg in het voorjaar van 2011 ook wel een staartje van de Arabische lente mee, maar het is in Marokko allemaal heel soepel verlopen. Bescheiden veranderingen zijn uiterst geleidelijk doorgevoerd.

In het voorjaar van 2013 kreeg ik via onze ambassadeur slecht nieuws. Hij had uit Den Haag vernomen dat het ministerie van OCW wilde stoppen met de subsidie voor het NIMAR. Dat was een harde boodschap. Ik was echter vanaf dat allereerste moment overtuigd van de onjuistheid van die beslissing. O.a. vanwege de volgende argumenten: bijna de gehele Arabische wereld stond in vuur en vlam (onze collega's van het Nederlands Instituut voor Academische Studiën Damascus ‑ NIASD waren al 'gesneuveld'), de relatie Nederland‑Marokko staat regelmatig onder druk maar zal tot in lengte van jaren een rol blijven spelen vanwege het feit dat 2% van de Nederlandse bevolking zijn roots in Marokko heeft.
Ik ben aan het lobbyen geslagen om te voorkomen dat mijn kindje een vroegtijdige dood zou sterven. Op mijn blog zijn er meerdere berichten over te lezen. Zie bijv. het bericht over de petitie of mijn open brief aan minister Bussemaker.

In juni 2015, een paar weken voor mijn beoogde vertrekdatum uit Rabat, werd duidelijk dat het NIMAR gered was. Najaar 2014 was de Universiteit Leiden (UL) op het toneel verschenen, en deze universiteit wilde zich inspannen om het NIMAR te behouden en vervolgens onder zijn hoede te nemen. Mijn eigen werkgever, de Radboud Universiteit (RU), zag geen heil in de reddingspogingen en een eventuele continuering van het NIMAR. Ik heb dus de helpende hand uit Leiden met beide handen aangepakt en ben samen met de Leidse bestuurders plannen gaan maken voor een NIMAR 2.0.
In die geslaagde lobbyprocedure zijn enkele personen onmisbaar geweest. Ze verdienen het daarom hier genoemd te worden: Myra Koomen, arabist en oud Tweede Kamerlid CDA, Ron Strikker, Nederlands ambassadeur in Rabat, Wim v.d. Doel, decaan geesteswetenschappen UL, Leon Buskens, hoogleraar UL en toenmalig voorzitter van de Wetenschappelijke Adviesraad van het NIMAR en nu directeur van het NIMAR. Op de achtergrond is ook burgemeester Aboutaleb van mijn geboortestad Rotterdam onmisbaar geweest.

De band tussen NIMAR en de ambassade was in het begin niet zo intensief als later, toen ik onderwijsattaché werd, maar ik wil hier toch twee ambassadeurs expliciet noemen. De inmiddels overleden Sjoerd Leenstra was zeer behulpzaam bij de oprichting van het NIMAR, en de reeds genoemde Ron Strikker is onmisbaar geweest bij de redding van het NIMAR in 2015. Hij vertrekt zomer 2016 naar Ghana. In het afgelopen weekend werd bekend dat ook het hoofdpijndossier van het verdrag sociale zekerheid tot een goed einde is gebracht. Strikker is daar vier jaar lang mee bezig geweest en hij kan Marokko dus met een trots gevoel verlaten: NIMAR gered, verdrag gered.

Mijn vertrekdatum van 1 juli 2015 was 'in steen gehouwen', en zo ook de datum waarop de Radboud Universiteit van het NIMAR af wilde zijn. Het nieuws over de mogelijke doorstart kwam te laat voor de UL om de doorstart van het NIMAR per 1 juli mogelijk te maken. Tot mijn grote spijt moest het NIMAR een tijdje dicht. Alle collega's, die in dienst waren van de RU, werden ontslagen en alle activiteiten gestaakt. Gelukkig kon het NIMAR‑pand wel worden behouden en hoefde de inventaris niet te worden verkocht.
De UL wilde wachten tot men toezeggingen van OCW zwart op wit kreeg, om vervolgens eerst plannen te gaan maken hoe men het NIMAR wilde continueren.
Het NIMAR is daardoor de tweede helft van 2015 gesloten geweest, maar tot mijn grote vreugde ging het in januari 2016 weer open, en konden in februari 2016 de eerste studenten Arabisch weer terecht in  Rabat.

De tien jaar NIMAR die we vandaag dus vieren, zijn voor mij aanleiding voor het ophalen van mooie herinneringen. Aan leuke groepen studenten op het NIMAR, aan interessante lezingen, gezellige etentjes, talloze boeiende ontmoetingen en gesprekken, heerlijke 'dienstreizen' naar andere plaatsen in Marokko etc. etc. Een deel van die herinneringen is terug te zien in de wervingsfilmpjes van het oude NIMAR die nog altijd beschikbaar zijn op de site van Vimeo.
En gelukkig hebben we de foto’s nog J
Ik fotografeer veel, en heb in de jaren in Rabat ook veel foto’s gemaakt. Een nog altijd groeiende selectie daaruit is te zien in verschillende albums die ik op Flickr heb geplaatst.

Ik ben inmiddels twee keer terug geweest op het nieuwe NIMAR en het is geweldig te zien dat de oude core business, zoals de twee minoren, gecontinueerd worden.
En het is een verademing te zien hoe het nieuwe NIMAR veel meer is ingebed in de Leidse Universiteit dan het oude NIMAR dat ooit was binnen de RU. De betrokkenheid en ondersteuning vanuit Leiden zijn om met terugwerkende kracht jaloers op te worden. Mijn opvolger (en collega en vriend) Léon Buskens staat er bepaald niet alleen voor. UL maakt de ambities waar, zeker als je de plannen ziet voor de nieuwe huisvesting van het NIMAR.
Een deel van de oud‑medewerkers heeft weer een baan bij het nieuwe NIMAR, m.n. de meest kwetsbaren onder hen. Er zijn ook oud‑collega's die bewust niet terug wilden naar het nieuwe NIMAR, zij hebben andere keuzes gemaakt.

Deze terugblik is iets langer geworden dan ik van plan was, maar het NIMAR is meer dan 10 jaar (deel van) mijn leven geweest. En ik zal me bij het NIMAR betrokken blijven voelen. Wie de nieuwe website heeft gezien (www.nimarrabat.nl) heeft dat misschien al geconstateerd; vrijwel alle foto's op de website zijn door mij gemaakt. En de nieuwe directeur weet dat hij me kan bellen of mailen als hij dat nodig vindt.

En zoals ik in augustus 2015 al op mijn blog schreef , ik geef weer Arabisch aan studenten Islam en Arabisch in Nijmegen, en heb nog allerlei plannen voor de komende jaren. Wie eenmaal een woordenboek heeft gemaakt kickt nooit meer af. Wie tweemaal een woordenboek heeft gemaakt heeft blijkbaar een genetische afwijking. In de komende jaren zal een nieuw woordenboek Marokkaans Arabisch-Nederlands verschijnen. Ik werk er aan met mijn oud-collega en oud-docent Roel Otten. Maar ook het Nederlandse woordenboek Modern Standaard Arabisch zal ooit een update krijgen. De online versie van Oxford University Press wordt door mij (en anderen) al maandelijks van updates voorzien.

Meer weten?
Deze blog.
Twitter: @janchoogland
Facebook: https://www.facebook.com/jan.hoogland
Foto's op Flickr: https://www.flickr.com/photos/janhoogland/

donderdag, maart 31, 2016

40 jaar Arabische woordjes


Deze dagen is het exact 40 jaar geleden dat ik kennismaakte met de Arabische wereld.
Hieronder kun je lezen hoe het zover kwam. Zie de vette regels.

Dit zijn fragmenten uit een portret uit 1998 van Jan Hoogland uit het boek:
De wijde wereld van de Kleine Talen, 25 portretten
door Dirk van Delft




Oorspronkelijk had hij straaljagerpiloot zullen worden. Toen de selectie bij de Koninklijke Militaire Academie te zwaar bleek, werd het civiele techniek in Delft. In 1975, het eindexamen atheneum-B koud achter de rug, wees niets erop dat Jan Hoogland ooit nog eens voor een taal zou kiezen, laat staan zo 'n vreemdsoortige als het Arabisch.
...
In Delft ontspoorde de studie na anderhalve maand. Hoogland: 'Ik kreeg geelzucht, drie maanden was ik uit de roulatie, het eerste jaar civiele techniek kon ik schudden. "Volgend jaar opnieuw beginnen", zei de studentendecaan. " Doe de rest van het jaar iets leuks". Nu had ik een kennis die met containers op het Midden-Oosten reed. In maart vergezelde ik hem naar Saoedi-Arabië, bouwmaterialen afleveren op een vliegveld, zes weken waren we onderweg. Liep ik, terwijl mijn maat wachtte op een zending geld, zomaar in Damascus rond. Terug in Nederland begon ik aan Arabisch te denken. Civiele techniek was niet alles. Zes weken waren voldoende geweest om te zien dat ik wat betreft wiskunde op mijn tenen zou moeten lopen. En de massaliteit van Delft, met louter manvolk, sprak me weinig aan.'
...


[dus werd het Arabisch, in Utrecht]
Na zijn kandidaats in 1981 wilde Hoogland, voor hij de studie voortzette, zich eerst bezinnen. 'Ik had mijn groot rijbewijs, het liefst wilde ik een poosje vrachtwagenchauffeur worden. Dus zocht ik mijn aloude vriend op. Staan we ergens in Italië met zijn truck op een parkeerplaats, zie ik twee landrovers van Cross Country Travels, een club uit Hillegom die groepsreizen naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten organiseerde. Weer thuis zag ik in een advertentie dat ze ook Marokko deden. Wie reizen aanbiedt, heeft reisleiders nodig en inderdaad, ik was welkom. In twee seizoenen heb ik in totaal elf drieweekse tochten voor ze gedaan. Chaufferen, gidsen, eerste hulp bij maag- en darmklachten, advies bij psychische nood, alles. De groep oppikken op het vliegveld van Malaga, met de boot in een uur oversteken en dan Marokko. In de gekste uithoeken ben ik geweest; pas toen leerde ik het land echt kennen en de taal vloeiend spreken.' ...




In mei 1983, toen Hoogland voor zijn gevoel nog een jaar van zijn afstuderen verwijderd was, werd zijn Utrechtse docent Roel Otten vanuit Nijmegen gevraagd of hij iemand wist die in het kader van een onderwijsstimuleringsproject een cursus spreekvaardigheid Marokkaans-Arabisch wilde opzetten, gericht op zelfstudie. Hoogland: 'Roel heeft mij toen aanbevolen. Op 1 december moest ik beginnen, op 30 november studeerde ik af. Nooit heb ik zo hard gewerkt. Mijn scriptie ging over Marokkaans dialect in voorlichtingsteksten. Wat ik wilde onderzoeken was of je in brochures het best Standaard-Arabisch kon hanteren of liever een schriftelijke weerslag van het gesproken Marokkaans-Arabische dialect.


 [sinds 1997 is hij projectleider voor het samenstellen van een Nederlands-Arabisch en Arabisch-Nederlands woordenboek]
...
Een woordenboek Standaard-Arabisch is in Nederland hard nodig, vindt Hoogland. 'Er is er één van bedroevend slechte kwaliteit en er is een matige woordenlijst. In mijn haalbaarheidsstudie concludeerde ik dat ook in andere talen geen moderne Arabische woordenboeken voorhanden zijn van waaruit je kunt vertrekken. Vervolgens kwam de Commissie Lexicografische Vertaalvoorzieningen van de Nederlandse Taalunie met een zak geld. Na de nodige bureaucratische rompslomp konden we voorjaar 1997 van start. Als coordinator heb ik op papier een halve weektaak aan dat woordenboek. Feitelijk steek ik er veel meer tijd in, zo'n woordenboek wordt bijna je levenswerk.

Uit: De wijde wereld van de Kleine Talen, 25 portretten
Dirk van Delft (wetenschapsredacteur van NRC-Handelsblad)
Amsterdam, 1998 uitg Bulaaq.
ISBN 90 5460 040 3
Tevens bevat het boek een overzicht van opleidingen 'Kleine Letteren' in Nederland.




reacties naar/reactions to: j.hoogland@let.ru.nl

woensdag, februari 17, 2016

Zet onze relatie met Marokko niet op het spel!

De relatie Nederland-Marokko staat al een aantal jaren onder druk. Aanleiding vormt het feit dat Nederland het woonlandbeginsel wil invoeren voor naar Marokko geëxporteerde uitkeringen. Aangezien Nederland in de jaren zeventig van de vorige eeuw een bilateraal verdrag met Marokko heeft gesloten over sociale zekerheid, kan Nederland niet eenzijdig de voorwaarden veranderen. Daar moeten beide landen samen over onderhandelen om tot een verdragswijziging te komen. Die onderhandelingen lopen al een aantal jaren, maar hadden tot afgelopen zomer niet tot resultaat geleid. Marokko heeft er namelijk geen belang bij om de voorwaarden voor zijn onderdanen minder gunstig te maken.

Eind van de zomer 2015 werd ik gevraagd een blog te schrijven voor het Leiden Islam Blog. Ik besloot een betoog te schrijven waarin ik pleitte tegen het opzeggen door Nederland van dat verdrag, omdat goede betrekkingen met Marokko ook voor Nederland heel belangrijk zijn. Eenzijdige opzegging van een verdrag is in de diplomatieke wereld een zwaar middel en vrij ongebruikelijk.
Terwijl ik mijn pleidooi aan het afronden was, kwam op 29 september ineens het bericht dat Nederland en Marokko er uit waren. Er was een akkoord bereikt over aanpassing van het verdrag.
Ik heb toen mijn blog omgewerkt tot een soort van blije verzuchting dat de dreigende opzegging was afgewend, en dat dit de betrekkingen met Marokko ten goede zou komen. Die tekst is gepubliceerd. Ik sloot het stuk af met de tekst: “Kortom, beide partners delen veel belangen. In elke relatie moet je investeren, dat is wat Nederland nu terecht doet.”

Aangezien ik sinds 30 juni niet meer zo dicht bij het vuur zit als voor die datum (als onderwijsattaché verbonden aan de Nederlandse ambassade in Rabat) werd ik op 15 december volkomen verrast door het bericht dat het zo moeizaam bereikte akkoord toch weer aan diggelen lag. De trein van eenzijdige opzegging werd weer in gang gezet. En gisteren is die trein weer een station gepasseerd. Het station van de Eerste Kamer. Ook die is akkoord met opzegging van het verdrag.
En zo gaan we een nieuwe fase in, met weer de dreiging van verslechtering van de relaties. En we hebben Marokko echt nodig. Marokko is cruciaal in de strijd tegen terrorisme. Zo cruciaal dat Nederland en Marokko samen voorzitter zijn van een internationaal forum over terrorisme: het  Global Counterterrorism Forum (GCTF). En dan wil ik toch nog maar een keer wijzen op de Marokkaanse reactie toen er wat akkefietjes waren met Frankrijk: de justitiële samenwerking werd door Marokko uit boosheid stop gezet. Is dat dan diplomatiek? Ik denk het niet, maar ze deden het wel, ze voelden zich echt gekleineerd. Of de aanslag op Charlie Hebdo voorkomen had kunnen worden als die samenwerking tussen Marokko en Frankrijk niet was onderbroken zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Maar feit is dat de aanslag op Charlie Hebdo plaatsvond, begin  2015. Overigens was in de loop van 2015 de samenwerking hervat na een knieval door Frankrijk, maar hebben toch de aanslagen van 13 november in Parijs plaatsgevonden, dus die hervatte samenwerking was geen garantie voor de veiligheid. Wel schijnt een tip uit Marokko te hebben geleid naar de schuilplaats van het vermeende brein van de aanslagen, Abdelhamid Abaaoud.

O Nederland, let op uw zaak. De relatie met Marokko is meer waard dan die paar miljoen die worden bezuinigd door die uitkeringen te beperken.

Afbeeldingsresultaat voor gctf den haag

zaterdag, december 12, 2015

Na 9/11 hadden ze al te weinig arabisten, er is niets veranderd

Hieronder de volledige versie van het stuk dat ik aan NRC had aangeboden en dat in verkorte vorm is geplaatst.
De cursieve vette passages stonden niet in de NRC.

De hele situatie rond de ‘oorlog’ tegen IS toont overduidelijk dat er een communicatiekloof en een zee van onbegrip bestaan tussen twee werelden, het Westen en de islamitische wereld.
Om te communiceren en elkaar te begrijpen is het onontkoombaar elkaars taal te begrijpen en te spreken. Dus ook het Arabisch.

Eerder dit jaar gaf EU buitenlandcommissaris Mogherini aan dit begrepen te hebben. Zij verklaarde dat de EU meer moest luisteren naar de mensen in de Arabische regio, en dat de EU ook zelf meer moest communiceren naar die mensen, in het Arabisch.

De Belgische autoriteiten kwamen naar aanleiding van ‘Molenbeek’ tot dezelfde verontrustende conclusie als de Amerikaanse autoriteiten in de weken na 9/11. Ze bleken nauwelijks over deskundigen of inlichtingenmensen te beschikken die Arabisch beheersen.

Ik heb in bijna 40 jaar in het Nederlandse arabistenlandschap ook een zorgelijke ontwikkeling waargenomen. Steeds minder opleidingen Arabisch, steeds minder ruimte voor taalverwerving en steeds minder docenten.

In Nederland kun je Arabisch studeren aan vijf universiteiten en één HBO. Maar dat is nu één en al versnippering. Concentratie zou een goede zaak zijn.
Die HBO was vroeger een Tolk‑ en Vertalersopleiding. Nu heet het ‘Communicatie’ en besteden studenten veel minder tijd aan Arabisch en meer aan algemene vakken.
Een echte opleiding voor tolken en/of vertalers Arabisch bestaat nergens in Nederland.

Op verschillende universiteiten is de afdeling Arabisch onthoofd, er is geen hoogleraar Arabisch meer die als boegbeeld kan fungeren.
Zo is aan een universiteit de studierichting Arabisch 'overgeplant' van de Letterenfaculteit naar de faculteit Religiewetenschappen. Taalbeheersing Arabisch is gedecimeerd, het niveau moet voldoende zijn "om een kreet op een spandoek te kunnen lezen".

Op de Nederlandse ambassades in de Arabische wereld was een jaar of vijf geleden niet één arabist werkzaam behalve ondergetekende als onderwijsattaché in Rabat (daar geplaatst door OCW, niet door BuZa). Nu BuZa heeft aangekondigd een aantal ambassades in de MENA‑regio te gaan versterken, lijkt het zeer voor de hand liggend dat te doen met arabisten.
Ik heb zelf meegemaakt dat (zeer capabele) diplomaten in Marokko er voor spek en bonen bijzaten omdat alles in het Arabisch plaatsvond.

Problemen met de beschikbaarheid van arabisten bij onze veiligheidsdiensten zijn er volgens mij niet. Er zijn flink wat van mijn oud‑studiegenoten en oud‑studenten bij de diensten werkzaam. Maar de aanvoer van een nieuwe generatie dient op tijd zeker gesteld te worden.

Onderzoeksjournalisten van der Spiegel en the Guardian hebben de laatste tijd de hand weten te leggen op interne documenten van IS. Na grondige studie hebben ze veel informatie kunnen blootleggen over de wijze van organisatie van IS. Die informatie kon alleen worden verkregen door grondige kennis van het Arabisch.

Brede opleidingen met een jaartje 'een talencursusje' brengen je niet het benodigde niveau van taalbeheersing Arabisch. Het is geen makkelijke taal, je moet er minstens twee jaar full time mee bezig zijn. Dus geen vakken 'algemene communicatie', 'algemene taalwetenschap', 'taalfilosofie' etc. Nee 2 jaar full time (120 ECTS) taalvaardigheid Arabisch, inclusief een studieverblijf op een van de academische instituten in Cairo (NVIC) of Rabat (NIMAR).

Verbetering van wederzijds begrip helpt op de lange termijn om de voedingsbodem voor radicalisering en terrorisme weg te nemen. Op de korte termijn is het noodzakelijk voor het verbeteren van de veiligheid.


In interpreteer de door NRC afgedrukte illustratie als de Nederlandse leeuw in Arabische kalligrafische stijl. Kalligrafie lezen is niet mijn sterkste kant, maar ik geloof dat er niet echt iets geschreven staat in deze leeuw.

donderdag, december 10, 2015

Quick comparison Oxford Arabic Dictionary - Hans Wehr Arabic-English

Below you find photo's of the lemma 3alâqa (علاقة) taken from Hans Wehr and from the new Oxford Arabic Dictionary (OAD).
Judge yourself.

Wehr:

OAD:

dinsdag, december 08, 2015

Oxford Arabic Dictionary has won several awards

The Oxford Arabic Dictionary (OAD) has won awards from library personnel in both the UK and the US. 

First, there was the Best Print Reference award of 2014 in the category Language and Linguistics from the Library Journal in the USA: http://reviews.libraryjournal.com/2015/02/reference/best-reference-2014/, which called the launch of the OAD the “most celebrated reference event of the year”.  Now, in the UK, it has just received the Highly Commended award from the Chartered Institute of Library and Information Professionals (CILIP), who called it an “outstanding work of reference”, and praised its clarity and up-to-dateness: https://referisg.wordpress.com/2015/11/26/information-services-group-reference-awards-2015/

Library Journal said: “The most celebrated reference event of the year was the August 28 [2014] publication of the Oxford Arabic Dictionary. Accessible online via subscription and also on mobile and tablet devices, it enables learners to search 333,000 words, phrases, and translations. Arabic news sources called it a “long-awaited and unsurpassed resource” designed to meet the need for Arabic languages skills in the business world, the media, and public life.”


CILIP said: “This work supplants all earlier Arabic/English, English/Arabic dictionaries both in its comprehensive coverage and its use for the modern day.
Based on real modern evidence and computational analysis of hundreds of millions of words of both English and Modern Standard Arabic (the standardized variety of Arabic used in writing and in most formal speech), the dictionary boasts more than 130,000 words and phrases and 200,000 translations. To show how up-to-date it is, we found the Arabic for cyberspace, drone and hacker.”

More information about the CILIP award is also available here:


Here you can read about the relation between the Arabic-Dutch dictionary (Bulaaq publisher, 2003 Amsterdam) and the Arabic-English dictionary (Oxford University Press, 2014).

dinsdag, december 01, 2015

Marokko, wereldkampioen bestrijding van terrorisme(?)

Ik geef hier een korte samenvattende vertaling van 40 lezersreacties bij een artikel dat is gepubliceerd op de website Hespress.ma. Het artikel gaat over de vooraanstaande rol die Marokko wereldwijd zou spelen in de strijd tegen het terrorisme. De reacties geven een interessant inkijkje hoe er in Marokko over deze ontwikkelingen wordt gedacht.

Op dinsdag 1 december zag ik op Hespress een interessant artikel. Het bleek een Arabische vertaling van een oorspronkelijk in het Engels geschreven artikel op MoroccoWorldNews.com te zijn.

Het artikel gaat over de rol van Marokko in de strijd tegen terrorisme. De titel doet zelfs meer verwachten, dat Marokko een wereldleider zou zijn op dat terrein.
Het stuk beweert dat Marokko deze rol dankt aan een driesporenbeleid:
  • Sterk veiligheidsapparaat
  • Bestrijden van armoede
  • Controle van het religieuze domein en verspreiding van de ware islamitische waarden.
Mij interesseerde vooral het laatste onderwerp. Marokko wordt internationaal gezien als een goed voorbeeld van ‘religie management’ om de voedingsbodem voor radicalisering en extremisme weg te nemen.
Dit derde deel van het artikel geeft een goed overzicht van de inspanningen die Marokko heeft geleverd sinds 2003 ter voorkoming en bestrijding van terrorisme.

Op de website van Hespress kunnen lezers ook reageren op artikelen. Onder de Arabischtalige versie op Hespress stonden op dinsdagochtend een veertigtal reacties. De meeste in het Arabisch (Modern Standaard Arabisch, Marokkaans Arabisch of een mix), een enkele in het Frans.
Ik vond het wel aardig die reacties nu eens te bekijken. Meestal doe ik dat niet, net zo min als ik reacties op webpublicaties in Nederland bekijk. De reaguurders moeten nou eenmaal hun visie kwijt, maar ik hoef die niet te lezen en ik wil dat ook niet.
Ik herinner me dat ik in 2004 na de moord op Theo Van Gogh ook een keer de reacties heb gelezen en geturfd, bij een bericht op de site van de TV-zender Al Arabiyya. Dat was toen wel een eye opener. Heel veel lezers konden begrip of waardering opbrengen voor de acties van Mohamed B.

Bij dit artikel zijn de reacties wat voorspelbaarder. Er is maar een enkele kritische opmerking te vinden.
Maar wat mij vooral opvalt is dat er maar weinig reacties zijn op het deel van het artikel dat gaat over Controle van het religieuze domein en verspreiding van de ware islamitische waarden’. Zoals gezegd, wat mij betreft is dat het interessantste deel van het artikel. Het is ook het laatste deel dus misschien zijn de reageerders gewoon niet zo ver gekomen bij het lezen van het stuk. Het is een flink lang stuk. De Engelstalige versie omvat ruim 2.000 woorden.

Ik zet hieronder zeer summiere samenvattingen van de reacties. Voor elke reactie heb ik de hoofdgedachte geprobeerd eruit te halen.
Volgens mij zijn ze de moeite van het lezen waard.
  1. Het is vooral een film (Niet echt dus).
  2. Inlichtingendiensten zijn zeer capabel, en Marokkaanse burgers werken graag samen met de diensten (tips dus).
  3. Zouden ze niet net zo effectief kunnen zijn in de bestrijding van criminaliteit in Marokkaanse steden?
  4. Zouden ze niet net zo effectief Polissario (bevrijdingsbeweging Westelijke Sahara) kunnen bestrijden?
  5. Wijkhoofden (mqeddem) weten alles (gebracht in de vorm van een mop).
  6. Voor het uitschakelen van terroristen is alles geoorloofd (ook wat we niet lezen in de media).
  7. De wortels voor het terrorisme blijven aanwezig in ons land.
  8. Dit soort grootspraak kan door terroristen als een uitdaging worden beschouwd.
  9. Laten we trots zijn op dit succes.
  10. Je weet niet wat er nog in het verschiet ligt. En laten we rijkdom eerlijk verdelen. Iemand die geen toekomst ziet is tot vreselijke dingen in staat.
  11. We zijn dan wel Malikieten maar veel mensen weten niet eens wat het verschil is met andere rechtsscholen. Imam Malik keek niet alleen naar de Koran en de Sunna, maar ook vanuit een sociologische invalshoek naar wat gebruikelijk was onder de bewoners van Medina.
  12. Controle van de landgrenzen (dus niet de zeegrenzen) is een belangrijke factor.
  13. Marokkanen letten op alles, zelfs de boodschappen die je in een plastic tasje draagt.
  14. Spookambtenaren (die nooit op een kantoor worden gesignaleerd) zijn permanent aan het surveilleren en geven alles door.
  15. Laat de inlichtingendiensten in alle stilte werken en onthul er niets over.
  16. De Marokkanen in Europa gebruiken een speciaal taaltje, een mengelmoes van Frans en Marokkaans, en alleen de Marokkaanse inlichtingendiensten kunnen dat begrijpen (interessant voor mij als taalkundige).
  17. Allah zij geprezen!
  18. Bestrijden van armoede aan de bron!!!! Analyseer en bediscussieer.
  19. Marokko werkt met willekeurige arrestaties, marteling, i.t.t. het Westen waar zulke praktijken verboden zijn.
  20. Veel aandacht in de pers voor Frankrijk, en niet voor Palestina, Libië, Syrië, dat begrijp ik niet.
  21. De diensten zijn zeer capabel, maar hebben we wel genoeg gedaan om armoede te bestrijden?
  22. Allah zij geprezen!
  23. Is dit het begin van het einde of het einde van het begin?
  24. Marokko is kampioen in het bestrijden van het gehele volk, niet alleen de terroristen. De ware terreur is de angst van de gewone Marokkaanse burger.
  25. De islamitische denkwijze van de terroristen dient te worden bestreden. Dat vereist 13 eeuwen studie en onderzoek.
  26. Dank aan alle functionarissen van het veiligheidsapparaat.
  27. De Marokkaanse staat bestrijdt juist de islam. Gelukkig weten de Marokkanen zelf wel wat is toegestaan en wat niet.
  28. Er is geen relatie tussen armoede en terrorisme. Arme Aziaten of Afrikanen plegen ook geen terroristische misdrijven. Ook hoogopgeleiden hebben aanslagen gepleegd (11 sept. bijv.). Het probleem vormen de extremistische ideologieën.
  29. De Marokkaanse inlichtingendiensten houden alles in de gaten, dus zwijgt iedereen. Hoe zou de Marokkaanse dienst iets kunnen leren aan de Franse?
  30. Ik ben trots, maar dit kan ons tot doelwit maken?
  31. Dit kan ons blootstellen aan gevaren.
  32. Iedereen in Marokko kan een spion zijn (winkelier, taxichauffeur).
  33. Leve Marokko!
  34. Marokko heeft een krachtig wapen: verklikkers en verklikkerij.
  35. Als je cliëntisme en corruptie bestrijdt, bestrijd je ook de voedingsbodem van extremisme. En met vaderlandsliefde kom je ook heel ver, getuige de strijd tegen de koloniale bezetter.
  36. Ik ben trots op mijn Marokkaan zijn, maar bezorgd over de criminaliteit in de steden en dorpen.
  37. Leve Marokko!
  38. De diensten maken niet zozeer gebruik van technologie maar van mensen.
  39. We hebben dit vooral aan Allah te danken, niet aan de veiligheidsdiensten en niet aan andere rotzooi.
  40. Ik vrees dat we nu doelwit zullen worden.
Resumerend:
Veel trots, veel waarschuwingen dat dit de terroristen juist zal uitdagen, en veel verwijzingen naar de verklikkersmaatschappij die Marokko is in de ogen van een aantal reageerders.
Er zijn ook een paar reacties die hun vraagtekens plaatsen bij het armoedebeleid, of dat beleid al dan niet bestaat, of het geslaagd is of niet.
Bezorgdheid over en verwijzingen naar criminaliteit in Marokko  komen ook een aantal keren voor.
En er zijn kritische opmerkingen over het beleid van de Marokkaanse overheid. Dat kan zowel ‘linkse’ kritiek zijn (vrijheden worden geschonden etc.) of juist ‘rechtse kritiek’ dat de overheidsinterpretatie van de islam niet de juiste is.