zaterdag, december 12, 2015

Na 9/11 hadden ze al te weinig arabisten, er is niets veranderd

Hieronder de volledige versie van het stuk dat ik aan NRC had aangeboden en dat in verkorte vorm is geplaatst.
De cursieve vette passages stonden niet in de NRC.

De hele situatie rond de ‘oorlog’ tegen IS toont overduidelijk dat er een communicatiekloof en een zee van onbegrip bestaan tussen twee werelden, het Westen en de islamitische wereld.
Om te communiceren en elkaar te begrijpen is het onontkoombaar elkaars taal te begrijpen en te spreken. Dus ook het Arabisch.

Eerder dit jaar gaf EU buitenlandcommissaris Mogherini aan dit begrepen te hebben. Zij verklaarde dat de EU meer moest luisteren naar de mensen in de Arabische regio, en dat de EU ook zelf meer moest communiceren naar die mensen, in het Arabisch.

De Belgische autoriteiten kwamen naar aanleiding van ‘Molenbeek’ tot dezelfde verontrustende conclusie als de Amerikaanse autoriteiten in de weken na 9/11. Ze bleken nauwelijks over deskundigen of inlichtingenmensen te beschikken die Arabisch beheersen.

Ik heb in bijna 40 jaar in het Nederlandse arabistenlandschap ook een zorgelijke ontwikkeling waargenomen. Steeds minder opleidingen Arabisch, steeds minder ruimte voor taalverwerving en steeds minder docenten.

In Nederland kun je Arabisch studeren aan vijf universiteiten en één HBO. Maar dat is nu één en al versnippering. Concentratie zou een goede zaak zijn.
Die HBO was vroeger een Tolk‑ en Vertalersopleiding. Nu heet het ‘Communicatie’ en besteden studenten veel minder tijd aan Arabisch en meer aan algemene vakken.
Een echte opleiding voor tolken en/of vertalers Arabisch bestaat nergens in Nederland.

Op verschillende universiteiten is de afdeling Arabisch onthoofd, er is geen hoogleraar Arabisch meer die als boegbeeld kan fungeren.
Zo is aan een universiteit de studierichting Arabisch 'overgeplant' van de Letterenfaculteit naar de faculteit Religiewetenschappen. Taalbeheersing Arabisch is gedecimeerd, het niveau moet voldoende zijn "om een kreet op een spandoek te kunnen lezen".

Op de Nederlandse ambassades in de Arabische wereld was een jaar of vijf geleden niet één arabist werkzaam behalve ondergetekende als onderwijsattaché in Rabat (daar geplaatst door OCW, niet door BuZa). Nu BuZa heeft aangekondigd een aantal ambassades in de MENA‑regio te gaan versterken, lijkt het zeer voor de hand liggend dat te doen met arabisten.
Ik heb zelf meegemaakt dat (zeer capabele) diplomaten in Marokko er voor spek en bonen bijzaten omdat alles in het Arabisch plaatsvond.

Problemen met de beschikbaarheid van arabisten bij onze veiligheidsdiensten zijn er volgens mij niet. Er zijn flink wat van mijn oud‑studiegenoten en oud‑studenten bij de diensten werkzaam. Maar de aanvoer van een nieuwe generatie dient op tijd zeker gesteld te worden.

Onderzoeksjournalisten van der Spiegel en the Guardian hebben de laatste tijd de hand weten te leggen op interne documenten van IS. Na grondige studie hebben ze veel informatie kunnen blootleggen over de wijze van organisatie van IS. Die informatie kon alleen worden verkregen door grondige kennis van het Arabisch.

Brede opleidingen met een jaartje 'een talencursusje' brengen je niet het benodigde niveau van taalbeheersing Arabisch. Het is geen makkelijke taal, je moet er minstens twee jaar full time mee bezig zijn. Dus geen vakken 'algemene communicatie', 'algemene taalwetenschap', 'taalfilosofie' etc. Nee 2 jaar full time (120 ECTS) taalvaardigheid Arabisch, inclusief een studieverblijf op een van de academische instituten in Cairo (NVIC) of Rabat (NIMAR).

Verbetering van wederzijds begrip helpt op de lange termijn om de voedingsbodem voor radicalisering en terrorisme weg te nemen. Op de korte termijn is het noodzakelijk voor het verbeteren van de veiligheid.

Ik begrijp van de vermelding in NRC dat deze tekening is gemaakt door Claire Loven (22 jaar).
In interpreteer het als de Nederlandse leeuw in Arabische kalligrafische stijl. Kalligrafie lezen is niet mijn sterkste kant, maar ik geloof dat er niet echt iets geschreven staat in deze leeuw.

donderdag, december 10, 2015

Quick comparison OAD - Wehr (Arabic-English)

Below you find photo's of the lemma 3alâqa (علاقة) taken from Hans Wehr and from the new Oxford Arabic Dictionary (OAD).
Judge yourself.

Wehr:

OAD:

dinsdag, december 08, 2015

Oxford Arabic Dictionary has won several awards

The Oxford Arabic Dictionary (OAD) has won awards from library personnel in both the UK and the US. 

First, there was the Best Print Reference award of 2014 in the category Language and Linguistics from the Library Journal in the USA: http://reviews.libraryjournal.com/2015/02/reference/best-reference-2014/, which called the launch of the OAD the “most celebrated reference event of the year”.  Now, in the UK, it has just received the Highly Commended award from the Chartered Institute of Library and Information Professionals (CILIP), who called it an “outstanding work of reference”, and praised its clarity and up-to-dateness: https://referisg.wordpress.com/2015/11/26/information-services-group-reference-awards-2015/

Library Journal said: “The most celebrated reference event of the year was the August 28 [2014] publication of the Oxford Arabic Dictionary. Accessible online via subscription and also on mobile and tablet devices, it enables learners to search 333,000 words, phrases, and translations. Arabic news sources called it a “long-awaited and unsurpassed resource” designed to meet the need for Arabic languages skills in the business world, the media, and public life.”


CILIP said: “This work supplants all earlier Arabic/English, English/Arabic dictionaries both in its comprehensive coverage and its use for the modern day.
Based on real modern evidence and computational analysis of hundreds of millions of words of both English and Modern Standard Arabic (the standardized variety of Arabic used in writing and in most formal speech), the dictionary boasts more than 130,000 words and phrases and 200,000 translations. To show how up-to-date it is, we found the Arabic for cyberspace, drone and hacker.”

More information about the CILIP award is also available here:


Here you can read about the relation between the Arabic-Dutch dictionary (Bulaaq publisher, 2003 Amsterdam) and the Arabic-English dictionary (Oxford University Press, 2014).

dinsdag, december 01, 2015

Marokko, wereldkampioen bestrijding van terrorisme(?)

Ik geef hier een korte samenvattende vertaling van 40 lezersreacties bij een artikel dat is gepubliceerd op de website Hespress.ma. Het artikel gaat over de vooraanstaande rol die Marokko wereldwijd zou spelen in de strijd tegen het terrorisme. De reacties geven een interessant inkijkje hoe er in Marokko over deze ontwikkelingen wordt gedacht.

Op dinsdag 1 december zag ik op Hespress een interessant artikel. Het bleek een Arabische vertaling van een oorspronkelijk in het Engels geschreven artikel op MoroccoWorldNews.com te zijn.

Het artikel gaat over de rol van Marokko in de strijd tegen terrorisme. De titel doet zelfs meer verwachten, dat Marokko een wereldleider zou zijn op dat terrein.
Het stuk beweert dat Marokko deze rol dankt aan een driesporenbeleid:
  • Sterk veiligheidsapparaat
  • Bestrijden van armoede
  • Controle van het religieuze domein en verspreiding van de ware islamitische waarden.
Mij interesseerde vooral het laatste onderwerp. Marokko wordt internationaal gezien als een goed voorbeeld van ‘religie management’ om de voedingsbodem voor radicalisering en extremisme weg te nemen.
Dit derde deel van het artikel geeft een goed overzicht van de inspanningen die Marokko heeft geleverd sinds 2003 ter voorkoming en bestrijding van terrorisme.

Op de website van Hespress kunnen lezers ook reageren op artikelen. Onder de Arabischtalige versie op Hespress stonden op dinsdagochtend een veertigtal reacties. De meeste in het Arabisch (Modern Standaard Arabisch, Marokkaans Arabisch of een mix), een enkele in het Frans.
Ik vond het wel aardig die reacties nu eens te bekijken. Meestal doe ik dat niet, net zo min als ik reacties op webpublicaties in Nederland bekijk. De reaguurders moeten nou eenmaal hun visie kwijt, maar ik hoef die niet te lezen en ik wil dat ook niet.
Ik herinner me dat ik in 2004 na de moord op Theo Van Gogh ook een keer de reacties heb gelezen en geturfd, bij een bericht op de site van de TV-zender Al Arabiyya. Dat was toen wel een eye opener. Heel veel lezers konden begrip of waardering opbrengen voor de acties van Mohamed B.

Bij dit artikel zijn de reacties wat voorspelbaarder. Er is maar een enkele kritische opmerking te vinden.
Maar wat mij vooral opvalt is dat er maar weinig reacties zijn op het deel van het artikel dat gaat over Controle van het religieuze domein en verspreiding van de ware islamitische waarden’. Zoals gezegd, wat mij betreft is dat het interessantste deel van het artikel. Het is ook het laatste deel dus misschien zijn de reageerders gewoon niet zo ver gekomen bij het lezen van het stuk. Het is een flink lang stuk. De Engelstalige versie omvat ruim 2.000 woorden.

Ik zet hieronder zeer summiere samenvattingen van de reacties. Voor elke reactie heb ik de hoofdgedachte geprobeerd eruit te halen.
Volgens mij zijn ze de moeite van het lezen waard.
  1. Het is vooral een film (Niet echt dus).
  2. Inlichtingendiensten zijn zeer capabel, en Marokkaanse burgers werken graag samen met de diensten (tips dus).
  3. Zouden ze niet net zo effectief kunnen zijn in de bestrijding van criminaliteit in Marokkaanse steden?
  4. Zouden ze niet net zo effectief Polissario (bevrijdingsbeweging Westelijke Sahara) kunnen bestrijden?
  5. Wijkhoofden (mqeddem) weten alles (gebracht in de vorm van een mop).
  6. Voor het uitschakelen van terroristen is alles geoorloofd (ook wat we niet lezen in de media).
  7. De wortels voor het terrorisme blijven aanwezig in ons land.
  8. Dit soort grootspraak kan door terroristen als een uitdaging worden beschouwd.
  9. Laten we trots zijn op dit succes.
  10. Je weet niet wat er nog in het verschiet ligt. En laten we rijkdom eerlijk verdelen. Iemand die geen toekomst ziet is tot vreselijke dingen in staat.
  11. We zijn dan wel Malikieten maar veel mensen weten niet eens wat het verschil is met andere rechtsscholen. Imam Malik keek niet alleen naar de Koran en de Sunna, maar ook vanuit een sociologische invalshoek naar wat gebruikelijk was onder de bewoners van Medina.
  12. Controle van de landgrenzen (dus niet de zeegrenzen) is een belangrijke factor.
  13. Marokkanen letten op alles, zelfs de boodschappen die je in een plastic tasje draagt.
  14. Spookambtenaren (die nooit op een kantoor worden gesignaleerd) zijn permanent aan het surveilleren en geven alles door.
  15. Laat de inlichtingendiensten in alle stilte werken en onthul er niets over.
  16. De Marokkanen in Europa gebruiken een speciaal taaltje, een mengelmoes van Frans en Marokkaans, en alleen de Marokkaanse inlichtingendiensten kunnen dat begrijpen (interessant voor mij als taalkundige).
  17. Allah zij geprezen!
  18. Bestrijden van armoede aan de bron!!!! Analyseer en bediscussieer.
  19. Marokko werkt met willekeurige arrestaties, marteling, i.t.t. het Westen waar zulke praktijken verboden zijn.
  20. Veel aandacht in de pers voor Frankrijk, en niet voor Palestina, Libië, Syrië, dat begrijp ik niet.
  21. De diensten zijn zeer capabel, maar hebben we wel genoeg gedaan om armoede te bestrijden?
  22. Allah zij geprezen!
  23. Is dit het begin van het einde of het einde van het begin?
  24. Marokko is kampioen in het bestrijden van het gehele volk, niet alleen de terroristen. De ware terreur is de angst van de gewone Marokkaanse burger.
  25. De islamitische denkwijze van de terroristen dient te worden bestreden. Dat vereist 13 eeuwen studie en onderzoek.
  26. Dank aan alle functionarissen van het veiligheidsapparaat.
  27. De Marokkaanse staat bestrijdt juist de islam. Gelukkig weten de Marokkanen zelf wel wat is toegestaan en wat niet.
  28. Er is geen relatie tussen armoede en terrorisme. Arme Aziaten of Afrikanen plegen ook geen terroristische misdrijven. Ook hoogopgeleiden hebben aanslagen gepleegd (11 sept. bijv.). Het probleem vormen de extremistische ideologieën.
  29. De Marokkaanse inlichtingendiensten houden alles in de gaten, dus zwijgt iedereen. Hoe zou de Marokkaanse dienst iets kunnen leren aan de Franse?
  30. Ik ben trots, maar dit kan ons tot doelwit maken?
  31. Dit kan ons blootstellen aan gevaren.
  32. Iedereen in Marokko kan een spion zijn (winkelier, taxichauffeur).
  33. Leve Marokko!
  34. Marokko heeft een krachtig wapen: verklikkers en verklikkerij.
  35. Als je cliëntisme en corruptie bestrijdt, bestrijd je ook de voedingsbodem van extremisme. En met vaderlandsliefde kom je ook heel ver, getuige de strijd tegen de koloniale bezetter.
  36. Ik ben trots op mijn Marokkaan zijn, maar bezorgd over de criminaliteit in de steden en dorpen.
  37. Leve Marokko!
  38. De diensten maken niet zozeer gebruik van technologie maar van mensen.
  39. We hebben dit vooral aan Allah te danken, niet aan de veiligheidsdiensten en niet aan andere rotzooi.
  40. Ik vrees dat we nu doelwit zullen worden.
Resumerend:
Veel trots, veel waarschuwingen dat dit de terroristen juist zal uitdagen, en veel verwijzingen naar de verklikkersmaatschappij die Marokko is in de ogen van een aantal reageerders.
Er zijn ook een paar reacties die hun vraagtekens plaatsen bij het armoedebeleid, of dat beleid al dan niet bestaat, of het geslaagd is of niet.
Bezorgdheid over en verwijzingen naar criminaliteit in Marokko  komen ook een aantal keren voor.
En er zijn kritische opmerkingen over het beleid van de Marokkaanse overheid. Dat kan zowel ‘linkse’ kritiek zijn (vrijheden worden geschonden etc.) of juist ‘rechtse kritiek’ dat de overheidsinterpretatie van de islam niet de juiste is.




zaterdag, november 21, 2015

Hoeveel afstand kun je nemen?

Ik heb 663 Facebookvrienden. Ik ken ze lang niet allemaal persoonlijk.
Van die 663 vrienden is vermoedelijk meer dan de helft moslim. Ook die ken ik dus niet allemaal persoonlijk. Maar vele tientallen van hen ken ik wel persoonlijk. Ik ken in mijn eentje meer moslims dan heel veel Nederlanders bij elkaar.
Zelf heb ik niets (meer) met godsdienst trouwens, en dus ook niet met islam. Ik heb iets met de Arabische taal en met Marokko, en dat verklaart waarom ik zoveel moslimvrienden heb.

De moslims die ik ken vind je overal in de samenleving. Ze zijn gevierd schrijver, burgemeester van wereldfaam (in mijn geboortestad), gelauwerd acteur, gedreven journalist, of minder bekend maar even gewaardeerd als vakman parketlegger, taalvirtuoos gerechtstolk of hard studerend als voorbereiding op een mooie carrière in Nederland of erbuiten.

Al die vrienden van mij leveren dus een niet te onderschatten positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving. En het zijn allemaal geweldige mensen, die nog geen vlieg kwaad zouden doen.
En daarom is het zo onredelijk om deze geweldige mensen in verband te brengen met de beesten die vorige week in Parijs een slachting hebben aangericht.
Je kunt niet van onze moslims vragen dat ze openlijk afstand nemen van die barbaarse wreedheden. Ze staan al op maximale afstand van deze terroristen. Nog meer afstand kan gewoon niet. En al dat vragen om afstand te nemen wordt als kwetsend ervaren.
De moslims die er geen moeite mee hebben afstand te nemen van de terroristen doen dat uit zichzelf wel en dat is ook prima. Zoveel moslims, zoveel zinnen.

Als Nederlanders doorgaan op die manier de verschillen te benadrukken is het enige resultaat het creëren (of vergroten) van afstand tussen de goedwillende moslims (bijna alle moslims dus) en de Nederlanders.
Dat is het grote gevaar in onze samenleving, en dat is juist waar IS op uit is, om ons tegen elkaar op te hitsen.
Want IS ziet met lede ogen aan dat moslims zich thuis voelen in Europa, dat moslim vluchtelingen (betrekkelijk) liefdevol worden ontvangen in Europa.

Stop dus met dat vragen om afstand te nemen want het risico bestaat dat je het tegendeel bereikt, dat nog meer moslim jongeren zich niet geaccepteerd voelen en als reactie zich afwenden van onze samenleving. De gevolgen daarvan kennen we.

Die visie is enkele dagen geleden al zeer krachtig verwoord door Luuk Koelman in een open brief aan Geert Wilders in Metro: Geert Wilders is de grootste bondgenoot van IS in Nederland.

En eigenlijk schrijf ik dit vooral voor mijn vrienden en lezers die zelf geen moslim zijn, en die misschien niet eens een moslim (echt) kennen.
Lees het artikel in de NRC van zaterdag 21 november en je zult begrijpen waarom ik vond dat ik dit moest schrijven. Ik had het al geschreven in de dagen voor dat artikel verscheen. Maar toen ik dat las besloot ik het toch maar on line te plaatsen. Bij deze dus.

zondag, november 15, 2015

Wat denkt Jan ervan?

Mijn trouwe lezers weten het misschien nog: toen ik in januari 2009 onderwijsattaché werd in Rabat, omdat die functie gekoppeld was aan het directeurschap van het NIMAR, werd ik wat beperkt in mijn vrijheid om in het openbaar te spreken of te schrijven. Zeker als het over Marokko ging.

Aangezien ik sinds 1 juli jl. geen attaché meer ben, maar 'gewoon' universitair docent Arabisch, gelden die beperkingen niet meer. Vandaar dat ik me tegenwoordig weer wat meer uitspreek.

Twee voorbeelden daarvan zijn:
Mijn bijdrage aan het Leiden Islam Blog van een paar weken geleden.
De titel: "Nederland en Marokko, een partnerschap met ups en downs."
Aanvankelijk had het een heel ander stuk moeten worden: Gooi onze band met Marokko niet te grabbel. Maar tijdens het schrijfproces werd plotseling bekend dat minister Asscher met de Marokkaanse autoriteiten tot een akkoord was gekomen over de wijziging van het bilaterale verdrag inzake sociale zekerheid. Ik werd dus ingehaald door de actualiteit.
Toen heb ik mijn bijdrage omgewerkt tot: Goed dat Nederland investeert in de relatie met Marokko.
Hier een link naar die bijdrage. Ik beveel ook de andere bijdragen op dat blog van harte aan.

Een tweede voorbeeld vormt het interview met Abdelkader Benali en mij over Marokko (en andere zaken) in Vrij Nederland van deze week. Ik heb mij daar kritisch uitgesproken over bepaalde aspecten van Marokko, iets dat ik dus tot voor kort niet mocht doen.
Ik heb inmiddels vele signalen ontvangen dat het interview het lezen meer dan waard is.
Lees het interview via Blendle voor slechts 79 cent. En als je je aanmeldt bij Blendle krijg je de eerste paar euro tegoed gratis.
Hier de link naar Blendle.

En verder heb ik tegenwoordig een Twitter account onder mijn eigen naam: @janchoogland.
Tot deze zomer twitterde ik op een account van het NIMAR (@NIMAR_Rabat).
Ik meng mij via mijn eigen account een beetje in het publieke debat maar ik beschouw mezelf nog altijd in de eerste plaats als een taalkundig gespecialiseerd arabist, en dus niet als islamoloog, (de)radicaliseringsdeskundige etc.

Anderzijds sta ik al bijna 40 jaar in dagelijks contact met de Arabische wereld, en dat geeft wel weer enig recht van spreken. Maar ik vind ook dat de Arabieren en moslims vooral zelf moeten spreken, dat hoef ik niet voor hen te doen.
Maar toen ik gisterochtend hoorde van de vreselijke gebeurtenissen in Parijs realiseerde ik mij onmiddellijk: de strijd tegen IS moet en zal worden geïntensiveerd, maar ook als je IS hebt uitgeschakeld leven hun ideeën voort. De voedingsbodem blijft bestaan zolang jonge mensen geen of slecht onderwijs krijgen (waardoor ze ook makkelijk beïnvloedbaar zijn door haatpredikers, ik kom daar op terug), geen baan kunnen vinden en zich niet menswaardig behandeld voelen door de eigen overheid, door het buitenland of door wie dan ook.

Ik heb het al vaker gezegd de afgelopen jaren: de Tunesische groenteverkoper die zichzelf in brand stak, en die daarmee de Tunesiche revolutie in gang zette, en ook de zogenaamde Arabische lente, deed dat niet omdat hij zo graag meer democratie wilde in zijn land. Hij wilde een menswaardig bestaan, een echte baan met een fatsoenlijk inkomen, zodat hij een gezin kon stichten, dat zijn toekomstige kinderen goed onderwijs zouden kunnen volgen en dat zijn ouders gebruik konden maken van een functionerend stelsel van gezondheidszorg.

Als die voorzieningen niet bestaan in een Arabisch land (en dat geldt eigenlijk voor alle Arabische landen) dan is één van de mogelijke vluchtwegen van de jongelui het extremisme. Er zijn ook andere mogelijkheden natuurlijk, maar extremisme is er één.
En die jonge mensen zijn vatbaar voor haatpredikers als die jongeren zelf uit een onderwijssysteem komen dat alleen maar is gericht op nazeggen wat je leraar je zegt, en nazeggen wat een profeet 1400 jaar geleden heeft laten opschrijven over hoe je moet omgaan met anderen, hoe je oorlog moet voeren of hoe je je tanden moet poetsen. Anders gezegd: als je niet hebt geleerd kritisch na te denken. Als je niet hebt geleerd dat ieder mens de vrijheid heeft om te zeggen wat hij denkt.
Ik ben daarom (al jaren) van mening dat het onderwijs in de islamitische wereld grondig hervormd moet worden, zodat mensen leren nadenken en hun gedachten kunnen verwoorden. Uiteraard moet er dan een regime heersen waar zij die gedachten ook kunnen uitspreken zonder te worden bedreigd met vervolging en erger.

zondag, augustus 30, 2015

Resultaat van 2 jaar lobbyen: het NIMAR is gered.

Na ruim twee jaar onzekerheid heeft minister Jet Bussemaker van OCW afgelopen vrijdag bekend gemaakt dat het NIMAR kan doorgaan. Ik wil hier kort die periode van onzekerheid beschrijven en een aantal mensen bedanken omdat dit resultaat zonder hen nooit bereikt had kunnen worden.

I­n mei 2013 ontving ik het bericht dat het ministerie van OCW ging stoppen met de subsidiëring van het NIMAR. Niet omdat we ons werk niet goed ­zouden doen, maar omdat het ministerie 200 miljoen wilde bezuinigen. Dat kostte tientallen organisaties hun gehele of gedeeltelijke subsidie van OCW, zo ook het NIMAR en onz zusterinstituten in Ankara en Istanbul, het NIHA en het NIT.

Vanaf het eerste moment vond ik dit een foute beslissing. “Nederland heeft het NIMAR nodig” zei ik. Dus heb ik onze medestanders gemobiliseerd. In eerste instantie hebben we geprobeerd de goedkeuring van de subsidiestop door de Tweede Kamer te voorkomen, met actie gericht op Kamerleden. Dat hielp niet. Het bezuinigingspakket van 200 miljoen kwam bijna ongeschonden door de Kamer.

Ik bleef geloven in het nut en de noodzaak van de missie van het NIMAR voor Nederland als geheel. In deze tijd, waarin de Arabische wereld in vuur en vlam staat, hebben we deskundigen nodig die de Arabische wereld kennen, door studie en door eigen ervaring. Die deskundigen vind je overal in de samenleving: bij de overheid (Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld), in de media, het bedrijfsleven, het onderwijs etc. Zij hebben hun deskundigheid alleen maar kunnen verwerven in een collegezaal, en in de praktijk in een Arabisch of islamitisch land. Maar naar welk Arabisch land kun je je studenten nog met een gerust gevoel laten gaan in deze tijd? De meeste landen zijn zeer onveilig, met zeer negatieve reisadviezen. Marokko is in vergelijking met die andere landen een oase van rust. Dan is het dus zeer onverstandig je instituut in Marokko, dat zijn diensten heeft bewezen, op te heffen.

Deze boodschap heb ik twee jaar lang geprobeerd aan de man te brengen. Dat was heel moeilijk, en alleen was het me ook nooit gelukt. Voorjaar 2014, dus toen ik al een jaar aan het strijden was, schreef ik een aantal mensen aan, waaronder mijn oud-student Myra Koomen, oud kamerlid voor het CDA, en nu lobbyist. Myra wilde zich geheel belangeloos inzetten voor het NIMAR omdat zij als arabist ook overtuigd was van het nut van het NIMAR. Ze had enkele jaren geleden het NIMAR zelf bezocht met een groep CDA-leden en had zo zelf kunnen ervaren wat het NIMAR te bieden heeft. Myra heeft haar contacten gemobiliseerd, ze heeft met Kamerleden gesproken, ze heeft een brief aan minister Bussemaker geschreven met een groot aantal mede-ondertekenaars, en ze bleef pushen. Met dus dit uiteindelijke resultaat. Myra verdient dus een geweldig compliment en de dankbaarheid van de Nederlandse arabistiek, de Nederlandse wetenschap, en eigenlijk van heel Nederland.

In september 2014 raakte de Universiteit Leiden (UL) betrokken bij de reddingspogingen voor het NIMAR. Dat markeerde een nieuwe fase. De Leidse universiteit is dé universiteit in Nederland als het gaat om de studie van “de rest van de wereld” zoals ze het zelf zeggen. Dit resulteerde in een plan dat door diverse wetenschappers is opgesteld, en dat naar het ministerie van OCW werd gestuurd met het verzoek dit plan voor het vernieuwde NIMAR financieel te steunen. Dit betekende dat het NIMAR niet langer onder de Radboud Universiteit (mijn eigen werkgever) zou vallen. Dat was onontkoombaar want het College van Bestuur van de Radboud Universiteit wilde zich op geen enkele manier inzetten voor het redden van het NIMAR.

Een goede impuls voor onze lobby was ook het bezoek van drie Nederlandse ministers aan Marokko in de maanden februari en maart van dit jaar. Eerst kwam Lilliane Ploumen (Buitenlandse Handel), toen Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en tenslotte Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Toevallig allen partijgenoten van minister Bussemaker, en zij hebben haar ook aangesproken over het NIMAR. Er zijn nog andere prominente PvdA-leden actief geweest voor het NIMAR. Het feit dat Ahmed Aboutaleb voorzitter wordt van de adviesraad van het nieuwe NIMAR is een indicatie van zijn betrokkenheid bij het NIMAR.

Bij de financiering van het vernieuwde NIMAR is ook het ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken. En ook daar hadden we een medestander. De ambassadeur in Rabat, Ron Strikker, heeft zich ook zeer energiek ingezet om een doorstart van het NIMAR te bepleiten en meegedacht over de plannen voor het nieuwe NIMAR.

In de loop van afgelopen juni was duidelijk dat de kogel door de kerk was, en dat het NIMAR gered was. Alleen wilden de ministeries het nieuws nog even niet bekend maken. Daarvoor moest een geschikt moment worden gevonden. Dat moment was kennelijk afgelopen vrijdag, toen minister Bussemaker op BNR Nieuwsradio aankondigde dat het NIMAR een doorstart krijgt. Alle betrokkenen werden overvallen door dat moment, maar de vreugde is er niet minder groot door. De felicitaties stroomden binnen via Facebook, mail etc. Uiteraard waren de meeste reacties positief, want de ‘likers’ van de NIMAR facebookpagina zijn positief betrokken bij het NIMAR. Maar ik zag op internet ook van die typische negatieve reacties dat het weggegooid geld is, dat Marokko dat niet waard is etc. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, en om die te uiten, maar ik neem niet de moeite er op te reageren.

Ik ben zelf op 1 juli uit Rabat vertrokken. Mijn termijn als directeur van het NIMAR zat erop. Dat kwam niet als een verrassing, ik wist al jaren dat dit zou gebeuren. Ik was niet alleen directeur van het NIMAR, ik was ook onderwijsattaché op de Nederlandse ambassade in Rabat. En die functie mocht ik maximaal zes jaar vervullen. Aangezien beide functies gecombineerd moeten zijn in één persoon, moest ook het directeurschap aflopen. De grote vraag was hoe ik zou vertrekken uit Marokko. Of ik alles zou moeten afbouwen en uit een leeg pand zou vertrekken op 1 juli, of dat ik zou vertrekken maar dat het NIMAR zou doorgaan. Het werd uiteindelijk een tussenoplossing: Ik vertrok nadat ik het NIMAR tijdelijk had afgesloten, in afwachting van een opvolger die door de Leidse universiteit naar Rabat zal worden gestuurd. Het NIMAR is dus tijdelijk gesloten maar zal na de zomer weer worden opgestart. Wat er allemaal gaat gebeuren op het vernieuwde NIMAR is een zaak van mijn opvolger en zijn staf, ik zal me daar niet in mengen. Wat ik wel kan melden is dat het de vaste bedoeling van de UL is om in februari weer een minor Arabisch voor studenten Arabisch van Nederlandse universiteiten te starten. Actueel nieuws over het nieuwe NIMAR kan in de komende tijd worden gevolgd op de Facebookpagina van het NIMAR (fb/NIMARinRabat) en op termijn zal er een nieuwe website komen als onderdeel van de website van de UL (www.instituten.leidenuniv.nl/nimar/, nu nog niet gevuld). De oude website van het NIMAR is op dit moment nog in de lucht (www.ru.nl/nimar).

Ten slotte wil ik nog iets rechtzetten. In de berichtgeving over de doorstart van het NIMAR wordt soms de indruk gewekt dat het NIMAR het enige academische instituut in de Arabische wereld is. Dat is niet juist. In Cairo bestaat het Nederlands Vlaams Instituut in Cairo (NVIC). Dat bestaat al meer dan 40 jaar. Wel is het NVIC inmiddels twee keer tijdelijk niet toegankelijk geweest voor studenten, omdat de veiligheidssituatie in Egypte dat niet toeliet. Dat was in 2011 en 2014. In beide jaren was het NIMAR in Rabat een veilig alternatief voor de studenten die eigenlijk liever in Egypte hadden willen studeren. Ik vond dit ook een belangrijk argument in de lobby: je kunt niet op slechts één instituut in de Arabische wereld wedden in deze turbulente periode.
Op internet werd ook gevraagd naar academische instituten in Turkije. Het NIHA in Ankara, dat ik hierboven al noemde, bestaat sinds januari 2015 niet meer. Maar in Istanbul is nog altijd het Nederlands Instituut Turkije (NIT) actief, alleen heeft dat instituut het OCW-deel van zijn subsidie verloren.
Het Nederlands Instituut voor Arabische Studie Damascus (NIASD) was reeds eerder gesloten en opgeheven.

Concluderend. U zult begrijpen dat ik op 2 juli met een grote glimlach op mijn gezicht op de boot naar Spanje ben gestapt. Mission accomplished, de toekomst van mijn kindje in Marokko is veilig gesteld en ik draag het over aan een nieuwe pleegvader. Ik zal mezelf altijd als de vader van het NIMAR blijven beschouwen. Lees de allereerste afleveringen van dit blog om te begrijpen waarom ik dat zo voel. Wat ik in Nederland ga doen valt te lezen in de vorige blog van een paar weken geleden. Het wennen aan wonen en werken in Nederland zal af en toe misschien wel lastig worden maar dat gold ook voor wonen en werken in Marokko. En ik heb tot mijn 52e in Nederland gewoond, dus die zes jaar in Marokko kunnen dat niet wegpoetsen. Ter illustratie: ook in Marokko begon ik ’s ochtends bij het ontbijt met de Volkskrant online en keek ik ’s avonds naar het NOS Journaal. Ik was dus bepaald niet het contact met Nederland verloren.