woensdag, september 26, 2007
lesgeven op afstand
Toevallig (maar ook weer niet helemaal toevallig) zijn al mijn colleges in het talenpracticum, een lokaal met voor elke student een computer met internetaansluiting.
En aangezien ik in 2004 zelf de projectleider ben geweest van de invoering van die nieuwe talenpractica, weet ik maar al te goed wat de mogelijkheden zijn van zo'n lokaal.
Ik zag daarom wel mogelijkheden mijn onderwijs vanuit Rabat te geven aan mijn studenten voor de beide colleges luistervaardigheid (tweede- en derdejaars). Aangezien ik voor die colleges dankbaar gebruik maak van Blackboard, dacht ik in eerste instantie aan het gebruik van de 'Virtual Classroom', de chatvoorziening van Blackboard. Maar chatten is toch maar behelpen vind ik, dus keek ik ook naar andere mogelijkheden. Op het NIMAR maken we al zeer uitgebreid gebruik van Skype, telefoneren via het internet. Door met Skype naar Nederland te bellen, kunnen we onze Marokkaanse telefoonrekening beperkt houden.
Ik bedacht daarom dat Skype ook voor het contact met de studenten nuttig kon zijn. Ik heb daarom een paar gebruikersaccounts voor Skype aangemaakt, zodat de studenten die geen eigen account hebben, toch met Skype zouden kunnen bellen met hun docent in Noord-Afrika.
Mijn eerste college, luistervaardigheid voor tweedejaars, is op dinsdagochtend 8.45. Een probleem: in Marokko is het twee uur vroeger. Ik moest dus om 6.45 lokale tijd achter de PC kruipen voor mijn college. Nou ja, voor de goede zaak doe je dat dan maar.
Eerst heb ik contact gelegd met de aanwezige studenten via de chatfunctie van Blackboard. Daar kon ik zien hoeveel van hen de gang naar de collegezaal hadden gemaakt. Het waren er vier. (Normaal wordt dit college gevolgd door acht studenten).
Overigens was het natuurlijk niet noodzakelijk dat ze in het lokaal aanwezig waren. Ze hadden ook thuis achter een PC kunnen zitten.
Vervolgens moest Skype worden gedownload en geïnstalleerd, want dat programma is niet standaard op de computers in het talenpracticum aanwezig. Via de chat bleef ik op de hoogte van de vorderingen, want het heeft toch wel een minuut of 15-20 geduurd voordat Skype bij iedereen functioneerde.
Maar toen waren we ook echt 'on speaking terms' met elkaar want via de optie 'groepsgesprek' konden we allemaal tegelijk met elkaar spreken. En dat met een uitstekende geluidskwaliteit.
Toen kon het college beginnen.
De werkvorm die ik gebruik voor die luistercolleges is als volgt: de studenten beluisteren fragmenten van (radio)nieuwsuitzendingen. Ik geef er een lijstje bij met moeilijke woorden, en een aantal vragen, waarmee ik hen a.h.w. bij de hand neem om het bericht te beluisteren. Als je alle vragen correct kunt beantwoorden heb je het bericht goed begrepen.
Ik ga er vanuit dat studenten thuis die berichten al hebben beluisterd, en hun antwoorden op mijn vragen hebben voorbereid.
Als ik lijfelijk aanwezig ben in het college, laat ik zo'n fragment horen via de boxen in het lokaal, en bespreken we per vraag het antwoord. En ik geef antwoord op vragen van de studenten n.a.v. zo'n fragment.
Voor het college op afstand had ik een andere werkwijze voorbereid: ik had de ideale antwoorden op de vragen nu schriftelijk beschikbaar. Bij elk fragment plakte ik de antwoorden op de vragen in een Announcement in Blackboard. De studenten kregen dan onmiddellijk te zien wat de ideale antwoorden waren. Vervolgens liet ik hen die vergelijken met de antwoorden die ze zelf gevonden hadden, en als er verschillen waren konden ze mij dat melden, en vragen hoe ik aan mijn antwoord was gekomen. Of ze konden aangeven welke passage ze niet goed hadden verstaan.
Door mijn Skypemicrofoon dicht bij mijn eigen boxen te houden kon ik hen vervolgens laten meeluisteren en een toelichting geven op problematische passages. Dit laatste was niet helemaal ideaal, ik zat in een wat ongemakkelijke houding om het microfoontje zo dicht mogelijk bij de boxen te houden.
Maar al met al was dit dus een uiterst werkbare combinatie van het gebruik van Blackboard en Skype voor 'real time onderwijs op afstand'.
Het vereist wat meer voorbereiding om op deze manier college te geven, maar het was wat mij betreft een werkbare vorm. Het was uiterst interactief want we konden gewoon met elkaar spreken en op elkaar reageren, we zagen elkaar alleen niet.
De reacties van de studenten: negatief! Ze waren jaloers dat ik in het zonnige Marokko zat terwijl in Nijmegen de herfst voorzichtig zijn intrede had gedaan.
En als het van Rabat naar Nijmegen kan, moet het ook andersom kunnen! Dat ik (of iemand anders) een keer een les of lezing verzorgt vanuit Nederland voor de studenten op het NIMAR in Rabat. Als de docent een webcam gebruikt, kan met een beamer en een paar boxen in Rabat iedereen zien en luisteren naar wat er aan de andere kant wordt gezegd.
Die dinsdagochtend in Rabat was het misschien maar beter dat ik geen webcam had aangesloten. Ik was ongeschoren en ongewassen uit mijn bed achter de PC gekropen.
Donderdag herhaalde zich ongeveer dezelfde procedure voor de derdejaars, alleen op een wat prettiger tijdstip, 10.45 Marokkaanse tijd.
Hallo hier Rabat
Ik dacht een rustig weekje in Rabat door te brengen, een beetje op de winkel te passen terwijl directeur Paolo De Mas zou genieten van een welverdiende vakantie in Italië.
Dat liep anders. De week liep toch helemaal vol met afspraken, bezoekjes etc. En de aanwezige apparatuur moest ook weer worden nagelopen: satellietontvangers, printer, div. computers, een nieuwe doucheslang etc.
En het was Ramadan in Rabat. Daarover binnenkort een aparte bijdrage.
De weekends heb ik wel rustig aan gedaan. Het eerste weekend heb ik rustig lezend doorgebracht, met ook een paar kleine uitstapjes in de omgeving van Rabat.
Het tweede weekend ben ik naar het bekende (en toeristische) plaatsje Chefchaouen geweest. Daar was ik sinds lange tijd niet geweest, en ik wilde mijn fotoverzameling eens wat updaten daar. En ik had gehoord dat je goed kunt wandelen in de omgeving. Het resultaat daarvan zal ik binnenkort op mijn fotoalbum plaatsen.
Maandag 24 september ging ik weer terug, want op dinsdag 25 september moest ik weer college geven in Nijmegen. Er zijn natuurlijk allerlei redenen te noemen waarom het fijn is weer naar huis te gaan, maar het Marokkaanse zonnetje en temperatuurtje (zo'n 25 graden) mis ik toch wel erg na twee dagen Nijmegen.
zondag, september 09, 2007
NOS-journaal 5 sept.: geschreven dialect voor iedereen te begrijpen
Nicole Le Fever, de redelijk kersverse Midden-Oosten correspondent van het journaal, was naar Marokko afgereisd om een reportage over de aanloop naar de verkiezingen te maken.
In de reportage sprak zij met de journalist Ahmed Benchemsi, hoofdredacteur van de onafhankelijke weekbladen TelQuel (Franstalig) en Nichane (Arabischtalig).
Benchemsi is namelijk een paar weken geleden weer eens opgepakt en vastgezet, en voor de zoveelste keer werd een oplage van Nichane uit de roulatie gehaald.
Wat was er namelijk gebeurd? Benchemsi had in een commentaar kritiek geleverd op de inhoud van een toespraak van de koning over de ontwikkeling van de democratie in Marokko.
En nu komt het: hij had dat commentaar geschreven in het Marokkaans Arabisch dialect.
En om Nicole Le Fever te citeren: Hij had zijn artikel geschreven in het Marokkaans dialect, zodat iedereen het kon begrijpen.
Dat was voor mij wel een heel gedenkwaardig moment. In het Nederlandse NOS-journaal wordt beweerd dat een artikel in een Marokkaans weekblad geschreven in het dialect door iedereen kan worden begrepen. Impliciet betekent dat natuurlijk dat als het niet in dialect is geschreven maar in 'officieel Arabisch' dat dan niet iedereen het kan begrijpen.
En waarom was het gedenkwaardig voor mij? Omdat ik me al 25 jaar bezighoud met dat onderwerp: het gebruik van het Marokkaans dialect als schrijftaal.
Nu zou ik hier niet willen beweren dat het nu bewezen is omdat mevrouw Le Fever het op de Nederlandse televisie bevestigd heeft, maar het feit dat deze bewering in het journaal wordt gedaan is op zich al een opmerkelijk feit.
Het is misschien niet toevallig dat de voorganger van Nicole Le Fever een schrijver en presentator is die in Nederland inmiddels als hot en helemaal en vogue kan worden bestempeld. Dat is Joris Luyendijk, die met zijn boek 'Het zijn net mensen' een geheel andere kijk op de journalistiek heeft gegeven. En na lezing van dat boek weet je dat je voortaan niet alle berichten van correspondenten even serieus moet nemen. Overigens wist ik dat al vele jaren. Ik keek al naar Al Jazeera ('het andere geluid' uit de Arabische wereld) toen hier nog niemand van die zender had gehoord. Maar goed, op dit punt dus een pluim voor Nicole Le Fever, want volgens mij heeft ze in deze reportage wel degelijk het belangrijkste punt vermeld: door in het dialect te schrijven kon iedereen (die kan lezen) het artikel ook begrijpen.
Het blad Nichane is bijna een jaar oud, het eerste nummer is verschenen in het najaar van 2006, en vanaf het eerste nummer heb ik het met grote belangstelling gevolgd want er wordt vrij veel in Marokkaans dialect in geschreven.
En om dan nog maar even op de inhoud van het gewraakte artikel in te gaan: De titel ervan was: a siyyed-na, ash ka-tqul? Dat betekent zo ongeveer: onze heer (= de koning), wat zeg je nu weer? Benchemsi had als het ware een aantal passages uit een toespraak van de koning 'vertaald' uit het 'officiële Arabisch' (Modern Standaard Arabisch of Klassiek Arabisch) in het dialect. Om vervolgens een aantal keren te constateren dat het vooral deftig klinkende blabla was.
En daarmee had hij een van de heilige huisjes in Marokko met zijn pen aangevallen, en dat wordt nog steeds niet geaccepteerd. Men schrijft niet kritisch over de koning, de Sahara, de islam of het leger. Journalisten die dat wel doen, lopen grote kans zich daarvoor bij de rechter te moeten verantwoorden. De laatste jaren zijn er weinig gevangenisstraffen uitgesproken, maar wel torenhoge boetes en tijdelijke verschijningsverboden voor de bladen.
Overigens was Benchemsi tot een half jaar geleden de hoofdredacteur van maar één blad: TelQuel. Zijn collega Driss Ksikes was toen hoofdredacteur van Nichane. Maar nadat Driss was veroordeeld tot een (gelukkig voorwaardelijke) gevangenisstraf voor het publiceren van een artikel over moppen die door de Marokkaanse bevolking worden verteld, heeft hij besloten de journalistiek vaarwel te zeggen. HIj schrijft nog wel voor buitenlandse bladen, maar niet meer voor binnenlandse.
Hieronder een scan van het gewraakte artikel van Benchemsi.

En als we het dan toch over talen in Marokko hebben: een lezer van deze blog wees mij op een artikel over het Berbers in Marokko op de (Engelstalige) site van Al Jazeera:
http://english.aljazeera.net/NR/exeres/A99236D2-6067-479E-9DB3-4A478B033F60.htm
vrijdag, augustus 24, 2007
Even geen nieuws uit Marokko
Ik heb wel in mijn webalbum wat foto's van mijn trip naar Imilchil geplaatst.
Deze zijn via deze link te bekijken:
http://picasaweb.google.com/J.C.Hoogland/ImilchilHogeAtlas
(en in een andere map staan trouwens ook wat foto's van Schotland).
vrijdag, augustus 03, 2007
T-shirt
Donderdagavond was er op Kelfkensbos een Arabische muziekavond. Een Iraakse band, een Marokkaanse band en een multiculti DJ.
Ik had er afgesproken met een collega en was ervan overtuigd dat ik er nog meer bekenden zou tegenkomen. En inderdaad, een aantal van onze studenten was er ook.
Lekkere muziek, lekker gedanst. De muziek was veel leuker dan die Heavy Metal uit Casablanca ;-)
Ik had speciaal voor deze gelegenheid mijn Marokko T-shirt aangedaan, en ook nog een rode sweater met Arabische opdruk om mijn middel geknoopt. Op die sweater staat de tekst: mgharba tta l-mut (Marokkanen tot in de dood). Omdat het ook een beetje geschreven dialect is (dat tta als korte vorm van hetta) moest ik die sweater hebben toen ik hem zag in Rabat. Het onderwerp van geschreven dialect heeft namelijk al vele jaren mijn bijzondere belangstelling (zie de eerdere bijdrage over 'heerlijk weekend in Tanger').
Die heb ik vriendelijk maar genadeloos op zijn nummer gezet: ik kom al 30 jaar in Marokko, en tegenwoordig elke maand. "Wow!" zei hij, en verder was hij stil ;-)
Even later liepen wat Marokkaanse meiden langs ons. Een van hen zag mijn T-shirt en zij: mooi shirt. Toen ik haar uitgebreid in het Marokkaans bedankte voor het compliment was de hele club meiden enthousiast. Had ik 25 jaar geleden maar zo'n T-shirt gehad ;-)
En nog even over die rode sweater. Laatst was ik bij een house warming party van mijn oudste zoon, en had ik ook die sweater aan. Ik hoorde een van zijn vrienden erover tegen een ander zeggen: Ja Sam's vader doet iets bij Al Qaida.
De komende twee weken even geen nieuwe bijdragen, ook een onderwijscoِrdinator heeft wel eens vakantie.
Ik ga twee weken naar Schotland. Bepaald geen zonzekere bestemming, maar ik heb al aardig wat zon gehad dit jaar.
zaterdag, juli 21, 2007
Video op de blog: Imilchil, nog een vervolg
Ik heb toen niet alleen een berg foto's gemaakt, maar ook een paar video's. Niet met een professionele camera trouwens, gewoon met de digitale fotocamera. Dat betekent dat het amateuristische filmpjes zijn, maar ach, daar staat YouTube vol mee. En u bent vrij om er wel of niet naar te kijken.
Binnenkort zal ik ook nog wat foto's van Imilchil en omgeving plaatsen op mijn webalbum. De link staat rechts in het beginscherm van deze blog. En mijn foto's zijn wel aardig van kwaliteit al zeg ik het zelf.
Op de heenweg heb ik al rijdend de camera een stukje laten meedraaien. Ik rijd daar op de nieuwe asfaltweg in zuidelijke richting. De weg voert langs een riviertje dat uit de Hoge-Atlas komt. Ik rijd hier dus stroomopwaarts.
Met een lekker muziekje (Coldplay) reed ik hier in de vroege middag het laatste stuk van de reis van Rabat naar Imilchil.
Na aankomst in het hotel Tiselit (Berbers voor bruid), gelegen aan het gelijknamige meertje, ben ik naar boven geklauterd om foto's te maken van de omgeving van het meertje.
Ik heb ook een panoramaopname gemaakt met een filmpje. Op een bergkam heb ik 360 graden rondgedraaid met het volgende resultaat.
Zondagochtend ben ik over de piste (onverharde weg) naar het andere, iets grotere, meer Iseli (Berbers voor bruidegom) gereden. Dat ligt een kilometer of acht verderop. Hier heb ik een wandeling om het meer gemaakt. Ook hier ben ik op een gegeven moment een flink stuk omhoog gegaan voor de foto's. En ook daar heb ik weer een panoramafilmpje gemaakt. Het resultaat kun u hieronder bekijken.
Zondagmiddag ben ik terug naar het Noorden gereden, nu dus stroomafwaarts langs hetzelfde riviertje. Onderweg heb ik nog wat gefilmd tijdens de afdaling vanaf Imilchil naar het dal waar het riviertje stroomt.
Heftige Heavy Metal
En bij wijze van experiment en voor de curiositeit via YouTube een video-opname van een kort stukje van het concert. De link naar het filmpje staat onderaan dit bericht.
Voor de negende keer dit jaar was er L’Boulevard, het muziekfestival van Casablanca dat een zekere naam heeft opgebouwd. Vorig jaar hoorde ik ervan toen het net voorbij was, dit jaar was ik alerter. Het duurt een dag of vier en op zaterdagavond reed ik erheen samen met arabist Jan Hoogland, die het festival ook nog nooit had bezocht.
Eigenlijk wilden we de rappers zien, of eigenlijk horen, omdat die onder de Marokkaanse jeugd erg populair zijn. Ze worden door sommigen bovendien beschouwd als een soort voorvechters van het Marokkaans-Arabisch, een taal die, hoewel door de meeste Marokkanen gesproken, nog altijd te boek staat als dialect, een boerse deviant van het Standaard Arabisch, dat wél als een echte taal wordt beschouwd.
Jan Hoogland is kenner bij uitstek van het Marokkaans-Arabisch, daarom wilde hij die rappers graag horen. Ikzelf kom die rappers bijna wekelijks in de media tegen, er wordt veel over ze geschreven, wat mij nieuwsgierig had gemaakt. Maar die zaterdagavond stond er geen rap op het programma. Het bleek een heavy metal-avond te zijn. We hadden het programma beter moeten lezen.
Maar we waren niet voor niets naar Casablanca gereden, dus liepen we het voetbalstadion in waar de optredens waren. Er waren veel jongelui, maar er was genoeg ruimte om ergens rustig te staan en wat om je heen te kijken. We maakten beiden kennis met een kant van Marokko die we nog niet eerder hadden gezien. Tieners, zowel meisjes als jongens, in zwarte, gothic kleding. Punkers met hanenkammen. Gezichten waarin de oogkassen zwart geverfd waren. Twintig jaar geleden – of meer? – zou je ze als fans van de hardrockband Kiss hebben herkend, of als epigonen van Alice Cooper.
Hoe moet je de muziek waarnaar deze jongens en meisjes luisterden, noemen? Hardrock? Satanic rock? Het was in ieder geval oorverdovend, en rauw, dat vooral. Op de drums en op de gitaren werd kei- en keihard geramd, en de kinderen voelden zich daar goed bij, ze konden zich uitleven. Ze begonnen te springen, tegen elkaar aan te botsen en te headbangen. Jan en ik keken vertederd toe, als oude mannen, weliswaar volkomen misplaatst maar niet onwelkom. De sfeer was niet agressief. Hier en daar zag ik een meisje met een hoofddoek.
Tot zover het citaat uit de column van Kees.
Kees heeft trouwens eerder dit jaar een boek gepubliceerd over zijn ervaringen tijdens zijn eerste anderhalf jaar in Marokko.
Titel: Marokko voor beginners. De schrijver is dus Kees Beekmans. De uitgever is L.J. Veen (www.ljveen.nl).
Een stukje van de flaptekst:
Marokko voor beginners is het onvergetelijke verhaal van een omgekeerde inburgering. Nadat hij jarenlang heeft lesgegeven aan Marokkaanse leerlingen is Kees Beekmans benieuwd naar het land en vertrekt voor onbepaalde tijd naar Marokko, waar hij zich onderdompelt in een vreemde, exotische, maar ook rauwe cultuur: het dagelijks leven, de omgangsvormen, de gevoeligheden, de verborgen regels. Maar Marokko opent zich pas echt als Beekmans een verhouding krijgt met verpleegster Silham en zich zelfs verlooft. Dan ziet hij van dichtbij hoe gewone Marokkanen - haar ouders, broers en zussen, buren en collega's - leven en denken.
Het videofragment:
Klik op het driehoekje links onderaan, zet de boxen niet te hard ;-)
heftig hè?
weekendje onthaasten in het zinderende Zuiden
Hij had me al gewaarschuwd, dat ik me er niet te veel bij moest voorstellen: "er is daar echt niks hoor!"
We kwamen 's avonds rond half 10 aan, na een voorspoedige reis over de splinternieuwe tolweg. Dat is lekker doorrijden in vergelijking met enkele maanden geleden. Toen was het nog een flink stuk tweebaansweg met alle gevaren van dien.
We kwamen in een traditioneel huis, gebouwd van leem. Het besloeg slechts één verdieping, het is eigenlijk een binnenplaats met eromheen een aantal kamers. En een soort veranda (sarya) om de noodzakelijke schaduw te verschaffen.
Alles in dat huis speelt zich af op de grond: zitten, eten, slapen.
De familie zelf sliep trouwens in de open lucht op de binnenplaats omat het 's avonds buiten koeler is dan binnen. Overdag is dat andersom, dan is het buiten juist warmer.
En warm was het. We kwamen uit het redelijk koele Rabat en Casablanca (beide aan de kust gelegen), hadden in de auto de airco aan en we arriveerden dus pas 's avonds in Ifrane (niet te verwarren met de wintersportplaats Ifrane in de Midden‑Atlas). Maar de volgende ochtend rond een uur of 11 sloeg de hitte onverbiddelijk toe. We hadden toen al een wandeling van een uur of twee achter de rug, door de onmiddellijke omgeving van het dorp. We liepen over de akkers en door de boomgaarden van de broer van Abd. Hij legde uit hoe het irrigatiesysteem werkt. Zijn familie heeft met hun grond recht op vijf en een kwart uur water per 10 dagen. Er loopt een irrigatiekanaal langs hun grond, en ze mogen dus gedurende die uren de schuiven open zetten. Het water komt uit het stuwmeer dat zo'n 20 kilometer verderop ligt.
Na de wandeling was het gerechtvaardigd even uit te puffen. Dus languit op de grond in de 'woonkamer'. Met de TV aan. In veel Marokkaanse huizen staat de TV bijna permanent aan, als een soort bewegend behang.
Na de lunch (tajine van kip en frietjes) hebben we zelfs een dutje gedaan. Ik ben nooit zo'n fan van siësta, maar in die temperatuur was het toch wel lekker. Vandaar die titel: onthaasten. In zo'n temperatuur komt er gewoon minder uit je handen. Ik had overigens bewust niet eens wat te lezen meegenomen en al zeker geen laptop.
Abd komt uit een grote familie, hij heeft flink wat broers en zussen. Ze wonen nog thuis bij hun moeder of hebben in de onmiddellijke omgeving een soortgelijk huisje gebouwd. Eén broer bewerkt dus het land, dat feitelijk eigendom van de hele familie is. Maar het zou volstrekt onmogelijk zijn de hele familie er ook van te laten leven. Zeker in een relatief droog jaar, als er niet zoveel water uit het stuwmeer komt. Hij heeft drie broers die als vrachtwagenchauffeur de kost verdienen. Althans, een kostje. Want de salarissen liggen niet bepaald hoog. Een broer die 7 dagen per week van 4 uur 's nachts tot vaak 's avonds 10 uur op pad is, brengt zo'n 80 Dirham per dag (8 euro) thuis. Probeer daar maar eens van te sparen om een eigen huis te bouwen.
Een andere broer is er wel in geslaagd voor zijn eigen beginnende gezin een betonnen huis te bouwen. Het beslaat eveneens één verdieping, omvat pakweg 4 kamers, en had tot nu toe 14.000 euro gekost. Dat zijn prijzen daar kun je nog iets mee, zou je in Nederland denken. Maar dat is dus 140.000 Dirham. Als je er 80 per dag verdient is dat dus zo'n kleine 5 jaar werken en dan niets uitgeven.
Maar dat huis is dan ook aanzienlijk beter dan het lemen huis van de moeder en de nog thuis wonende broers.
Het leven op het platteland is zo volstrekt anders dan het leven in een grote stad als Rabat, waar ik toch het meest ben en bij mensen over de vloer kom. Voor de plattelandsbevolking is het leven eigenlijk een permanente struggle for life om de eindjes aan elkaar te knopen. En zo is het in grote delen van Marokko op het platteland, maar ook in de uitgestrekte sloppenwijken bij de grote steden.
Binnenkort nog enkele indrukken en belevenissen uit het warme Zuiden.
donderdag, juli 12, 2007
Zomercursus, het vervolg
Ik zou hen oppikken op het station van Rabat, en hen naar de gastgezinnen brengen.
Helaas was er een treinprobleem tussen het vliegveld en Casablanca, waardoor ze allemaal per taxi naar Rabat moesten.
het enige dat ontbreekt: zo'n puntje van de tong dat naar buiten steekt ;-)
Ze werden allemaal met open armen ontvangen bij hun gastgezinnen. Meiden werden gelijk gezoend door de gastmoeders en gastzussen. Marokkaanse gastvrijheid is inderdaad hartverwarmend. Uiteraard krijgen de gastgezinnen wel een financiële tegemoetkoming van 100 Dirham (10 euro) per dag.
Overigens waren er ook mensen die 100 dh te weinig vonden. Voor hen was het klaarblijkelijk vooral een bron van inkomsten.
Eén cursist was reeds in Marokko op rondreis toen hij via via hoorde over onze zomercursus. Of hij nog kon meedoen vroeg hij telefonisch. Ja hoor zei ik, je bent welkom, als je genoegen neemt met een gastgezin in een 'volkswijk'. Als student culturele antropologie vond hij dat juist heel goed.
Er was een klein probleem, hij had niet uit Nederland het voorgeschreven cursusboek meegebracht, hij wist bij vertrek immers nog niet dat hij de cursus zou gaan doen.
Hij zat op dat moment in het zuiden in Ouarzazate. Via Marrakech moest hij naar Rabat zien te komen. Hij nam een taxi uit Ouarzazate en trof daarin een Nederlandse vrouw. Ze raakten aan de praat en hij vertelde dat hij in Rabat de zomercursus ging doen, maar dat hij het boek niet bij zich had. U raadt het natuurlijk al, anders zou ik het niet opschrijven, maar die dame in die taxi in Zuid-Marokko toverde het door mij geschreven cursusboek Marokkaans Arabisch uit haar tas en verkocht het door aan de kersverse cursist. Nu nog een CD-tje voor hem branden en hij is geheel voorzien.
converstatie n.a.v. een foto op het scherm van de computer. "ik zie een man en een vrouw in de straat" (ka-nsjuf razjel u mra fe-z-zenqa)
Vanaf de eerste lesdag was het heel gezellig. De stemming tussen de cursisten onderling was prima, en ook met hun docente Samia en de rest van de NIMAR-staf was er gelijk een goede verstandhouding.
De avond van de tweede lesdag hadden we iedereen uitgenodigd voor een welkomstetentje in een restaurant in de buurt van het NIMAR waar men ook wijn en alcohol serveert.
Een van de gastgezinnen woont ook in dezelfde buurt. Toen de gastvader hoorde dat we de volgende avond in restaurant Koutoubia zouden eten sprak hij zijn bezorgdheid uit. Want naast het restaurant is ook een kroeg, die duidelijk van dezelfde uitbater is.
Of dat nou wel zo'n geschikte gelegenheid was om zijn zojuist gearriveerde pupil mee naar toe te nemen. Deze pupil is 28 jaar oud, docente in het voortgezet onderwijs, ze heeft een half jaar in de VS gestudeerd, woont zelfstandig in het zondige Amsterdam, maar een etentje in een 'alcoholrestaurant' vond hij zorgwekkend.
De alcoholkwestie is altijd aan de orde als je in Marokko buiten de deur gaat eten. Gaan we naar een bier/wijn-restaurant of niet. Dat beperkt de keuze namelijk aanzienlijk. Soms wordt het bepaald door het gezelschap waarin je verkeert. Voor sommige mensen is het bijna een doodzonde om in een restaurant te komen waar alcohol wordt geserveerd. Anderen hebben daar minder moeite mee, zelfs als ze zelf geen alcohol drinken.
Een tweede bezoek aan een gastgezin is meestal al een soort thuiskomst. Bij het eerste bezoek is doorgaans al gezegd: hadi bhal dar-ek, dit is als je thuis. Anders gezegd: beschouw dit als je thuis. Als je dan een tweede keer komt, dan wordt die belofte realiteit. Ik moest zelfs het vruchtensap inschenken dus a.h.w. als gastheer optreden in het huis waar ik zojuist een van onze cursisten had ondergebracht. En uiteraard moest ik blijven eten, we kwamen even voor 8 uur 's avonds bij het gastgezin.
De cursiste kreeg als kamer de salon toegewezen. Elk Marokkaans huis heeft een salon, meestal de grootste en mooiste kamer van het huis, ingericht met luxe zitbanken langs alle muren en met kussens erop. Die kamer wordt alleen gebruikt als er gasten komen. In dit (ruime) appartement neemt die salon toch een aanzienlijk deel van de oppervlakte in beslag, en deze ruime en mooie kamer is voor een hele maand het domein van onze cursiste. Daarmee is de familie (5 personen) verbannen tot de eetkamer, een ruimte van ongeveer drie bij 4 meter, eveneens met banken rondom. Maar zo gaat dat in een Marokkaanse familie.
Minder leuk was dat, toen ik na de maaltijd buiten kwam, er een wielklem op mijn auto was aangebracht.
Maar niet getreurd, met een telefoontje naar de handhavers, en voor de lieve som van 40 dirham (4 euro ;-) werd die weer verwijderd. Ik dacht dat het betaald parkeren in onze buurt om 8 uur ophield, maar dat bleek 9 uur te zijn.
De terrassen van het NIMAR doen helemaal wat ik een jaar geleden al dacht: in de pauze zitten de studenten er, 's middags zitten ze er samen te studeren. Er wordt met de laptop draadloos met thuis gecommuniceerd etc.
En bij de dames gaan de T-shirts omhoog en worden de buiken ontbloot in het zonnetje. Tot ik met de camera verscheen, toen werden de truitjes weer kuis naar beneden gedaan ;-)
Het is een heerlijk gevoel de cursisten het NIMAR te zien bevolken, het instituut leeft en bruist. Dat is precies waarvoor het NIMAR er is.
als Samia zegt "schrijf op" dan wordt er ook geschreven
Ik ging met gemengde gevoelens weg deze keer. Vanwege een jarige zoon wilde ik absoluut 12 juli weer thuis zijn, maar ik was graag nog even gebleven. De cursisten liet ik trouwens in het volste vertrouwen achter onder de bezielende begeleiding van de docentes Samia en Choumissa.
donderdag, juli 05, 2007
Weer een mijlpaal bereikt
Hieronder een eerste impressie met een paar foto's.
Meer foto's zijn te vinden op http://picasaweb.google.com/J.C.Hoogland/ZomercursusMarokkaansOpHetNIMAR
vrijdag, juni 22, 2007
Toverformule
hulanda (ik ben docent Arabisch in Nederland) zat ik gebeiteld. Daarna kwamen er nog een paar vraagjes en toen mocht ik doorrijden zonder boete (startbedrag is toch altijd wel 400 Dirham, zo'n kleine 40 euro). De tweede keer ongeveer hetzelfde. Nu haalde ik binnen de bebouwde kom een tergend langzaam rijdend bestelautootje in. Daarbij ging ik wel over de doorgetrokken streep heen. Al tijdens mijn inhaalmanoeuvre zag ik hen staan, een meter of tweehonderd verderop. En ja hoor, ik werd aan de kant gezet. Maar gelukkig hetzelfde verhaal. Ook hier kon ik met de beproefde toverformule verder rijden zonder aanslag op mijn weekendbudget. De agent gaf me nog een ongevraagd advies mee ook. Volgens hem was het veel te koud in Imilchil, en kon ik beter in Beni Mellal blijven.
Mag ik u vriendelijk verzoeken niet allemaal in Marokko mijn toverformule te gaan gebruiken, dan werkt het na een tijdje niet meer ;-)
Het zinnetje werkt overigens altijd goed. Als mensen vragen 'aha, spreek je een beetje Arabisch?', of zelfs in het Frans (aha, vous parlez l'arabe?) sla ik altijd genadeloos terug met de toverformule. Hij werkt altijd, ik kan me niet herinneren dat het in mijn nadeel heeft gewerkt.
Nog gekker wordt het als ik dan vertel dat ik Arabisch doceer aan Nederlandse Marokkanen. Dan hoor je hen haast denken: 'hoe kan dat nou?'
Of als ik vertel dat ik Marokkaans Arabisch dialect, darizja, doceer aan een universiteit. Het darizja wordt gezien als een straattaal, of niet eens als een taal, hooguit een dialect. Wordt dat onderwezen op universiteiten in Europa? 'Het moet niet gekker worden' zie je hen haast denken.
Vaak is het zo dat mensen mij in eerste instantie niet verstaan als ik in het Arabisch tegen hen begin. Dat is dan niet omdat mijn Arabisch zo beroerd klinkt, maar omdat ze geen Arabisch verwachten als ze mij zien. De (Marokkaanse?) mens heeft kennelijk een schakelaar die in een bepaalde stand kan worden gezet voor een bepaalde taalverwachting. Ze zien een blonde buitenlander (al wordt het minder, zowel de hoeveelheid haar als de blondheid) en zetten de taalverwachtingsschakelaar op Frans. Komt er dan Arabisch dan wordt dat niet opgepikt. Komt er Engels wordt het ook niet opgepikt trouwens. Het Engels in Marokko zit in de lift maar heeft nog een lange weg te gaan.
In het hotel waar ik voorheen regelmatig verbleef, noemde ik (in het Arabisch) mijn kamernummer aan een nieuwe baliemedewerker, die mij nog niet kende. En dus verstond hij mij niet. Zijn collega, die mij wel kende, vroeg aan zijn nieuwe (Marokkaanse) collega, in het Arabisch: ka-tefhem l-'arabiya ya-k? (je verstaat toch Arabisch, of niet?) Toen drong tot de nieuweling door dat ik mijn sleutel in het Arabisch aan hem had gevraagd.
Nog een anekdote.
In 2002 was ik op studiereis in Marokko met een groep Nijmeegse studenten Arabisch (zie http://www.let.ru.nl/~j.hoogland/studiereis2002).
In Marrakech liepen we met een klein groepje over het beroemde Jami al-Fna plein. Voorop liepen Marjolein en Karima, beiden in een mooie kaftan. Marjolein is volbloed Nederlands, Karima half.
We liepen langs twee politieagenten. De een zei tegen de ander: "Moet je dat nou zien, die buitenlanders in Marokkaanse kleding". Ik hoorde het, en zei tegen hen in het Arabisch "ja gek is dat hè?". Volgens collega Joris zijn beide agenten hier nooit meer bovenop gekomen.
Vaak (maar niet meer zo veel als vroeger) lopen jonge Marokkanen een stukje met je mee en vragen dan waar je vandaan komt. "Français, Anglais, Allemand...?". Als ik dan zeg "megribi" (Marokkaan) zijn er soms die het geloven, en zich verontschuldigen omdat ze dachten dat ik een buitenlander was.
De moraal van het verhaal: ga allemaal Arabisch leren, je hebt er alleen maar voordeel van.
vrijdag, juni 15, 2007
Reclame voor Imilchil
Het gebied is uitstekend geschikt voor wandeltochten, mountainbiken of pisterijden met een 4x4. Deze laatste activiteit is helaas wel wat minder milieuvriendelijk dan de overige.
En ik gun de mensen daar een betere toekomst. Ontwikkeling van het toerisme kan daar uiteraard aan bijdragen.
Ik wil daarom Imilchil en omgeving van harte bij u aanbevelen.
Aan de mensen van het hotel Tislite, idyllisch gelegen aan de oever van het kleine meertje, bereikbaar vanaf de asfaltweg, heb ik beloofd dat ik reclame voor hen zou maken. Bij deze dus.
Hier ook de gegevens van het hotel: Auberge Tislite.
De eigenaresse is Malika, een geëmancipeerde Berbervrouw. U kunt haar bellen op 076-407242 om uw komst aan te kondigen.
Een overnachting in Tislite kost 220 Dirham (20 euro) voor een diner (hrira = soep, tagine = schoofschotel, dessert), een overnachting en een rijk verzorgd ontbijt. Werkelijk geen geld voor wat je er voor krijgt.
Tislite ligt dus aan het meertje, en aan de asfaltweg. Als u vanuit het Noorden komt ziet u het vanzelf liggen, een paar kilometer voor het dorpje Imilchil. Komt u uit het Zuiden (Tinerhir) of uit het Oosten (Rich) dan moet u eerst door het dorpje heen in noordelijke richting, en dan ligt het dus een paar kilometer buiten het dorpje.
er is ook een bedoeïenentent, deze staat naast het hotel
Het hotel (en de witte tent) aan de oever. De asfaltweg loopt er vlak langs.
Vanaf een heuvel met zicht op het meertje en het hotel.
Het hotel met terras ervoor. Er kan ook gekampeerd worden.
zondag, juni 10, 2007
Groeten uit Imilchil
Imilchil is internationaal bekend om het jaarlijkse fête de fiançailles, een jaarmarkt waar verlovingen worden gesloten tussen mannen en vrouwen van de Berberstam der Ait Haddidou. Dit feest wordt jaarlijks eind augustus gehouden.
Daarnaast is Imilchil bekend om de twee meertjes die er liggen: Iseli en Tiselit. Die namen betekenen resp. bruidegom en bruid. De legende luidt dat een jongen en meisje van twee rivaliserende clans verliefd waren op elkaar, maar niet met elkaar mochten trouwen vanwege die rivaliteit. Ze zijn toen beiden zo heftig aan het huilen geslagen dat ze beiden een meertje vol hebben gehuild. De bruidegom heeft het hardst gehuild want Iseli is het grootste meer.
Maar de meertjes zijn niet zout, dus dat van die tranen dat klopt niet ;-) Het water is afkomstig van smeltwater van sneeuw op de omringende bergen.
De beide meren liggen zo'n acht kilometer uit elkaar. Er loopt een piste van Tiselit naar Iseli, Tiselit ligt aan de asfaltweg. De piste is (soms stapvoets) te doen met een gewone auto. Wie met een gewone auto naar Iseli wil rijden kan het beste bij het hotelletje Tiselit tegen de klok in om Tiselit rijden en dan een piste rechtsaf nemen die over de hoogvlakte loopt.
De foto hieronder is van Tiselit, het kleinste van de twee meertjes. Rechts staat een klein hotelletje waar ik de nacht heb doorgebracht. 's Middags na aankomst ben ik naar boven geklauterd om deze foto (en nog veel meer andere foto's) te maken.
Imilchil ligt op 2100 meter hoogte en is sinds enkele jaren over een geasfalteerde weg te bereiken. Zowel vanuit het Noorden (uit de richting van El Ksiba en Kasba Tadla), als vanuit het Oosten (uit Rich) komt er nu een asfaltweg het dorp binnen.
Vanuit het Noorden zie je eerst het meertje, en nog een paar kilometer verder komt het dorp. Vanuit het Oosten moet je dus eerst door het dorp heen om bij het meertje te komen. Het hotelletje bij het meer is het meest idyllisch gelegen. Bij de ingang van het dorp (uit Noordelijke richting komend) is een kasbah die als hotel is ingericht (Adrar). En in het dorp zelf zijn wat eenvoudige hotelletjes. Mijn voorkeur heeft het hotel Tiselit bij het meer.
De bewoners klagen echter dat er nu nauwelijks nog toeristen naar Imilchil komen. Vroeger was Imilchil een geliefde pleisterplaats voor liefhebbers van pistes met hun 4x4 terreinwagens. Die zoeken nu andere trajecten, maar de 'gewone' toeristen hebben Imilchil nog niet ontdekt. Ik was dan ook de enige gast in het hotelletje bij het meer. En toen ik 's avonds even in het dorpje ging kijken kreeg ik niet bepaald de indruk dat daar nog veel andere toeristen verbleven. Sterker nog, ik was misschien wel de enige toerist die nacht in heel Imilchil.
Het is er ook vrij armoedig want er zijn weinig middelen van bestaan. De meeste bewoners zijn herders die met hun kuddes de omgeving intrekken, en die 's winters naar lager gelegen gebieden trekken. In de winter is Imilchil namelijk bedekt met een dik pak sneeuw.
In het café sprak ik even met enkele onderwijzers, die zelf van buiten Imilchil afkomstig waren. Ze spraken niet eens Berbers, daaraan had ik hen al herkend. Ze vertelden dat Imilchil een zeer marginaal plaatsje is, waar het ook als onderwijzer zwaar werken is. Weinig of geen leermiddelen, barre omstandigheden en bepaald geen traditie om kinderen naar school te sturen en zo lang mogelijk te laten leren.
En dan nu de foto van Tiselit die ik heb gemaakt na een klauterpartij van zo'n 300 meter schat ik. De foto is genomen in Zuidelijke richting, waar nog hogere bergtoppen liggen. Vanuit Imilchil kun je ook recht naar het Zuiden richting Tinerhir (de beroemde Gorges de Todgha), dat is zo'n 100 kilometer, waarvan 30-40 kilometer nog niet is geasfalteerd. Maar in rustig tempo is dat traject ook te doen met een gewone auto, zo verzekerde mij Herman Obdeijn, een van de nestors van Marokkominnend Nederland. Herman heeft dat traject pas nog gereden.
Foto gemaakt met polarisatiefilter en de kleuren zijn wel een beetje opgepimpt met Picassa.
donderdag, juni 07, 2007
Een dag uit het leven van de onderwijscoِrdinator van het NIMAR
5.35 naar hotel gereden van gasten van de NL Taalunie
5.45 naar vliegveld gereden met de gasten
6.15 na inchecken afscheid genomen van de gasten en vervolgens naar het Hilton park gereden
6.30 4 rondjes door het park gerend: 58 min, ruim 10 km. Het was best al druk in het park op dit vroege uur. Ik was er een keer op zondagochtend in de Ramadan, toen was ik ongeveer de enige in het park.
7.30 terug op het NIMAR, mailtjes gelezen, even aan een vertaling gewerkt en ondertussen wat gegeten en thee gedronken
8.15 vlotter van toiletstortbak wat bijgesteld om lekkage van kostbaar Marokkaans leidingwater te stoppen
8.30 onder de douche
9.00 bij autoverhuurbedrijf om auto terug te brengen (grote Peugeot 407 heb ik in mijn eentje niet nodig nu de gasten naar NL zijn teruggekeerd). Morgen krijg ik een andere, een splinternieuwe Kia Picanto.
9.30 lijst gemaakt met Arabische zenders op de schotelontvanger in het leslokaal (ontvanger met digitale opnamemogelijkheid)
10.30 database van NIMAR-bibliotheek bijgewerkt met een aantal nieuwe boeken (de bijgewerkte lijst is binnenkort via de website te raadplegen)
11.30 div. mails beantwoord, eigenlijk gaat dat de gehele dag door,
lijstje gemaakt met dingen die ik wil doen tijdens dit verblijf (tot maandag 4 juni)
12.30 met baas/collega Paolo samen geluncht in de tuin van onze collega's van het Institut Français. Dat instituut is vele malen groter dan het NIMAR.
13.30 div. zaken besproken met Choumissa onze docente, over gastgezinnen voor cursisten van de zomercursus, over de toetsing van de studenten die op dit moment op het NIMAR onderwijs volgen
15.30 sollicitaties voor vacature docent Nederlands aan universiteit van Casablanca doorgenomen
16.00 poosje gechat met een vriendin in Nederland
17.00 was afgehaald en een paar dingen gestreken, met Eén Vandaag op de TV
18.00 nog wat achter de PC
18.30 (20.30 in Nederland) NOS-Journaal via BVN
19.00 naar buiten om een pizza te halen. Die pizzeria was nog niet open, dus wat rondgewandeld
19.30 alsnog de pizza gescoord en voor de TV opgepeuzeld met een koel pilsje erbij
20.15 geskyped met collega in Nederland om haar over te halen een cursus te geven waarvoor ik zelf geen tijd heb, heb haar niet kunnen overtuigen vrees ik
21.00 nogmaals gechat met vriendin in Nederland
23.15 naar bed
dinsdag, juni 05, 2007
Reageren mag!
Ik vind het leuk om reacties van u te ontvangen na lezing van de berichten op mijn blog. U kunt hiervoor onder elk bericht op de link 'reacties' klikken.
maandag, juni 04, 2007
Druk druk druk...
Ik heb een gigantische hoeveelheid afspraken gehad, visitekaartjes verzameld, kilometers gemaakt , lunches en diners gehad etc.
Ik heb met twee delegaties rondgereden (een van de Nederlandse Taalunie en een van Universiteit van Amsterdam).
Ik ben op bezoek geweest in de gevangenis en ik heb een begrafenis meegemaakt.
Ik ben getuige geweest van een (stukje) Heavy Metal popconcert (de gemiddelde leeftijd van de bezoekers schoot omhoog toen Kees en ik het veld betraden ;-). Na 45 minuten hebben we het toch voor gezien (en gehoord) gehouden. Binnenkort vermoedelijk een literair verantwoord verslag hiervan door Kees in de Groene Amsterdammer.
Ik heb een discussieavond bijgewoond over de rol van verschillende talen in moderne muziek en nieuwe media (rap, blogs, chat, SMS etc.)
Samen met docente Choumissa heb ik een flink aantal potentiële gastgezinnen bezocht, waar we onze studenten kunnen laten logeren. Van vrij luxe huizen tot vrij eenvoudige woningen in een echte volkswijk.
Met stagecoِrdinator Hélène heb ik samen een aantal NGO's bezocht die actief zijn in het stimuleren van en opleiden voor kleuteronderwijs, dat in het openbaar onderwijs in Marokko niet bestaat.
Verder heb ik mijn oude liefde Imilchil bezocht (een dorpje op 2100 meter hoogte midden in de Hoge Atlas) en daar gewandeld en stapels foto's gemaakt. Ik heb ook nog een (voor mij) nieuwe toeristische locatie bezocht: les cascades (watervallen) d'Ouzoud. Een aanrader. Ik ben een rondreis met familie en vrienden in Marokko aan het plannen voor het voorjaar van 2008 en Ouzoud wordt zeker in het programma opgenomen, net als Imilchil uiteraard.
Al met al heb ik zo'n 2500 kilometer gereden de afgelopen 2 weken en gelukkig allemaal weer schade- en boetevrij. Daarover binnenkort nog wel wat meer.
Op diverse momenten kreeg ik een VIP-behandeling. Met de taaluniedelegatie werden we tot de grote Hassan II-moskee toegelaten terwijl er niemand anders binnen was in die gigantische moskee. En bij het gevangenisbezoek werd ik ook als VIP binnengehaald en mocht ik mijn contact spreken in de kamer van de onderdirecteur.
En uiteraard heb ik weer de nodige restaurants van binnen gezien. Soms voor representatieve doelen, soms voor de gezelligheid met deze of gene vriend of vriendin. Overigens kunnen ook de representatieve etentjes heel gezellig zijn. Als je met de mensen rondreist bouw je ook een band op. Maar ik heb ook soms een afhaalpizza voor de TV genuttigd als ik toch alleen was.
Afgelopen vrijdag hebben we het eenjarig bestaan van het NIMAR gevierd met een etentje voor NIMAR-medewerkers en hun partners. 7 juni 2006 opende Maria van der Hoeven het NIMAR en een jaar later gonst het er van de activiteit. Delegatie na delegatie komt langs, we komen nauwelijks aan ons 'echte' werk toe.
En last but not least, ik ben voor het eerst in Marokko naar de kapper geweest. Ook daar kreeg ik een VIP-behandeling geloof ik. Mijn foto had zo in één van de bladen gekund. Hij bleef maar borstelen, kammen, knippen etc. Ruim 45 minuten is hij met me bezig geweest, voor 60 dirham (5,50 €). Uiteraard hebben we uitgebreid gekletst ondertussen. Voor een kapper is de beste leerschool de praktijk, niet een school. Voetbalvandalisme komt ook in Marokko op grote schaal voor. Vrouwen zijn bang voor een vrouwelijke kapper, want de kapster zal de klant nooit mooier maken dan de kapster zelf is.
Ik zal binnenkort nog wel wat gedetailleerder schrijven over enkele van de bovengenoemde activiteiten, en er dan een paar foto's bij plaatsen.
zaterdag, mei 12, 2007
NIMAR in actie 2 (april 2007)
Markt in Tanger
Ik heb een half uurtje over die markt gelopen en wat lopen fotograferen. Heel sneaky met mijn cameraatje in mijn hand, ter hoogte van mijn middel. Mensen in Marokko vinden het veelal niet fijn om gefotografeerd te worden. Men zegt dat de islam het ook verbiedt.
Ik had mij deze reis onder andere ten doel gesteld foto's te maken die te gebruiken zijn in het taalonderwijs Marokkaans. Foto's om over te praten met de studenten. Dat hoeven dus niet perse toeristische of artistieke foto's te zijn, maar foto's voor educatieve doeleinden.
Fotograferen 'uit de hand' geeft niet alleen maar voltreffers natuurlijk, maar leve de digitale fotografie. Elke scheve of anderszins afgekeurde foto wordt gewoon naar de digitale prullenmand gesleept.
Hieronder een kleine selectie uit die foto's.
foto's op de blog
Ik heb de afgelopen maanden veel foto's gemaakt in Marokko, en zal met terugwerkende kracht wat foto's in oude bijdragen plaatsen.
Hierbij tevens een paar foto's uit de Oudaya (kasbah) van Rabat.
vrijdag, mei 11, 2007
Heerlijk weekend in Tanger
Dus zaterdagochtend zat ik om 9 uur in de auto en vertrok richting Tanger (zo'n 240 km. van Rabat, vrijwel geheel snelweg tegenwoordig). Onderweg een keer gestopt om even de benen te strekken. Er kwam een man naar me toe met een mand met sinaasappelen. Of ik ze niet wilde kopen. Nee zei ik. Maar hij was aardig, we maakten een praatje, hij ging er een pellen en gaf me de helft, en toen was ik al verkocht natuurlijk. Het was een heerlijke sinaasappel en ik dacht: ach wat geeft het, maak die man zijn dag goed en koop die paar kilo oranje sapballen van hem. Ik kon ze cadeau geven aan de mensen die ik in Tanger zou ontmoeten. Dus voor 40 Dirham stortte hij zijn mand leeg in de kofferbak van mijn Peugeot.
Toen doorgereden naar Tanger. Na 3 uur rijden was ik in het centrum van Tanger. Even zoeken en toen had ik het gevonden. Op een heuvel met uitzicht op de baai en de Straat van Gibraltar kwam ik in een prachtig huis met een grote tuin met zwembad terecht. Deze mevrouw was duidelijk niet onbemiddeld.
Ze is kunstenaar en had in het tuinhuis ook nog een prachtig atelier ingericht. Met een nog mooier uitzicht op Zuid Spanje, de felbegeerde poort van Europa waarover ik in november al een keer schreef, toen ik ook in Tanger was.
Het krantje met de titel Chbar Bladna (berichten van/uit ons land) werd gratis verspreid in een oplage van 5-6.000. Het krantje is 5 jaar lang verschenen. Sinds de zomer van 2006 is de krant opgehouden te verschijnen want er was geen geld meer beschikbaar en de Marokkanen die eraan meewerkten wilden het niet als vrijwilligerswerk doen. Dan gingen ze liever thuis zitten. Onbetaald werk is in Marokko not done.
's Middags gingen we nog op bezoek bij iemand in een nog mooier en groter een prachtiger gelegen huis, op de punt van de heuvel met een adembenemend uitzicht op de Straat van Gibraltar, Zuid Spanje en de Atlantische Oceaan. Een oud dametje van 82 jaar woonde hier in haar eentje, met haar personeel. We dronken thee in een tuinhuisje dat helemaal op de uiterste punt van de heuvel stond. Vanaf de rand ging het zo'n 50 meter verticaal naar beneden en dan was daar de zee.
Hierna nog enkele interessante ontmoetingen, een heerlijk diner in een visrestaurant (Valencia) waarbij de wijn rijkelijk vloeide en heerlijk smaakte.
In de gastenkamer van het mooie huis, waar een bed voor mij was opgemaakt en opengeslagen, sliep ik heerlijk, nadat ik even had moeten wennen aan de pittige onweersbui die boven Tanger en omgeving losbarstte. Terwijl in Nederland een soort vroege zomer heerste had ik in Marokko al diverse regenbuien meegemaakt. Gelukkig allemaal 's avonds terwijl ik in bed lag, en een zeer pittige bui onderweg naar Tanger.
Over het belang van regen voor de economie van Marokko heb ik in het voorjaar van 2006 al eens een stukje geschreven.
Met mijn gastvrouw heb ik afgesproken dat we de website van de krant nieuw leven zullen inblazen, door er wat artikelen op te plaatsen. Het biedt mij de mogelijkheid mijn wetenschappelijke interesse in het schrijven met behulp van dialect te combineren met iets nuttigs. Dat is de benadering die eigenlijk altijd mijn voorkeur heeft; ik wil dat er iets praktisch uit voortkomt zoals een taalcursusboek of een woordenboek.
Verder zal ik de komende maanden die belangstelling even moeten onderdrukken want van de uitgever hoorde ik kort voor mijn vertrek dat er een herdruk van de Nijmeegse woordenboeken (Modern Standaard Arabisch) moet komen. Ik zal wel een paar maanden zoet zijn met het aanbrengen van correcties en aanvullingen in de beide delen. Maar goed, die woordenboeken waren mijn eerste levenswerk en dat moet onderhouden worden. Ik zal er weer even in moeten komen, maar dan ga ik er weer met volle energie aan werken.
dinsdag, april 17, 2007
Eindelijk een keer naar El Hoceima en Nador.
Maar vanaf 1977 was ik nooit in de Rif geweest.
Nu dus eindelijk eens de tijd genomen om naar het herkomstgebied te gaan waar rond 80% van onze Nederlandse Marokkanen vandaan komen.
Donderdagavond vertrok ik vast naar Fes, zodat ik op (goede) vrijdag niet zo ver hoefde te reizen. Vrijdagochtend reed ik van Fes richting Ketama. Ik kwam in hondenweer terecht, het hagelde zelfs een beetje, en op de toppen van de Rif (rond de 2000 meter hoog) lag sneeuw. Maar toen ik aan de noordzijde was gekomen klaarde het op. Helaas kwam het er door dat hondenweer niet van de kifveldjes te bekijken die in dat gebied zeer veel voorkomen. Toen ik even stopte net voor Ketama, werd mij wel kif aangeboden. Ik vroeg de aanbieder of er in dit gebied door de overheid ook kifvelden waren vernietigd maar daar was hier geen sprake van zei hij. Ik had gelezen dat dit in de buurt van Larache wel was gebeurd, met als gevolg dat dorpen waren veranderd in spookdorpen, omdat er voor de bewoners geen reden van bestaan was overgebleven. Hier in de Rif lag dat anders volgens mijn informant: van Sultan Mohammed V (de grootvader van de huidige koning) had men een autorisatie gekregen om in de Rif kif te verbouwen, dus dat mocht nu ook nog volgens hem. Ik denk dat de Marokkaanse overheid aan de Europese Unie een andere versie heeft verteld.
Onderweg heb ik flink wat foto's gemaakt van het landschap langs de weg van Ketama naar El Hoceima, de doorgaande weg die evenwijdig aan de Middellandse Zeekust van West naar Oost loopt. Het landschap doet soms denken aan de Midden-Atlas, maar soms ook aan andere mediterrane gebieden. Ik zag zeker overeenkomsten met Corsica waar ik afgelopen zomer met vakantie was.
In de loop van de middag kwam ik in El Hoceima aan. Een leuk plaatsje gelegen aan een baai. Het ademt een beetje Spaanse sfeer uit, wat uiteraard wordt veroorzaakt door het feit dat het Noorden van Marokko van 1912 tot 1956 onder Spaans protectoraat stond. El Hoceima heette eigenlijk Al Khuzama, dat lavendel betekent. En inderdaad, er groeit aardig wat lavendel in de omgeving. Want zaterdag heb ik een flinke wandeling gemaakt met S, collega-arabiste en vriendin die in El Hoceima woont. We hebben gewandeld door een natuurgebied waar in de bedding van een riviertje flink wat lavendel groeit. S had het idee gekregen iets te gaan doen met dat gegeven. Zij wil een vrouwencoِöperatie op het spoor zetten van de lavendel, waar verschillende producten van gemaakt kunnen worden (zeep, lavendelolie, gedroogd in geurkussentjes). Wellicht dat de lokale economie hiermee kan worden gestimuleerd.
Vrijdagavond met S gegeten in een restaurant aan de haven, nadat we onze eigen vis hadden gekocht aan de haven, en laten klaarmaken in het restaurant. Een St. Pierre-vis of zoiets. Heerlijk was hij.
donderdag, maart 08, 2007
In de koffer
Aan kleding en toiletartikelen hoef ik niet zo veel mee te nemen, dat heb ik allemaal daar liggen. Ook sportschoenen voor de noodzakelijke lichaamsbeweging liggen daar.
Maar er gaan ook spullen mee die je misschien niet zou verwachten.
Zo heb ik deze keer een hoeveelheid speelgoed meegenomen, niet om mee te (laten) spelen, maar als lesmateriaal. In mijn eigen beginnerscursus Marokkaans maak ik in het begin ook altijd gebruik van autootjes, boerderijdieren en playmobil-poppetjes die ik uit de speelgoedverzameling van mijn (inmiddels groot gegroeide) zoons heb gehaald. Daarmee kun je in het begin van een cursus toch leuke leerzame dingen doen. Dus heb ik op verzoek van de docente Marokkaans dialect het e.e.a. aan speelgoed aangeschaft voor het NIMAR.
Op verzoek van de directeur heb ik 4 zakjes met mini-stroopwafels meegenomen. Dat deelt lekker uit aan bezoekers bij de koffie, en is typisch Nederlands. Het schijnt dat binnenkort een Marokkaanse (geremigreerde) ondernemer zich aan de stroopwafels gaat wagen.
Ook 2 doosjes met theezakjes heb ik meegenomen. Rooibosthee is in Nederland nauwelijks nog weg te denken, in Marokko is het niet te vinden. De echte Marokkaanse thee drink ik eigenlijk steeds minder. Te zoet. Mierzoet lees je altijd in de reisverslagen. Uiteraard kun je vragen om muntthee met minder suiker, maar dat is lang niet altijd mogelijk.
Verder heb ik altijd een losse harddisk bij me, met daarop een verzameling videobestanden van de Marokkaanse televisie. Die kunnen op het NIMAR worden gebruikt in het onderwijs, of als informatiemateriaal over Marokko. Ik ontvang die programma's via de schotel in Nederland, en vervolgens neem ik ze als computerbestanden (mpeg) weer mee terug naar Marokko. Er zijn leerzame programma's bij, die heel nuttig zijn in het onderwijs. Dat kunnen programma's in Marokkaans dialect zijn, of in het Modern Standaard Arabisch.
Voor een van de docenten heb ik een USB-dongle voor draadloos internet meegenomen. Bij mij thuis lag die ongebruikt te liggen sinds alle laptops standaard met wifi worden uitgerust. Zij kan er op het NIMAR haar eigen (wat oudere) laptop mee aan het net hangen. Zo heb ik wel eerder apparatuur uit Nederland meegenomen die thuis overbodig was geworden. In Marokko is men er blij mee.
Ten slotte, ook in de categorie technische zaken, nog een lange VGA-kabel, om de beamer (videoprojector) van het NIMAR met een van de PC's te kunnen verbinden. De beamer wordt gebruikt in het onderwijs, of (in de toekomst) om filmavondjes te houden voor de Nederlandse gemeenschap in Rabat.
En mee heen en weer gaan ook altijd wat laders: voor de telefoon, mijn laptop en PDA, mijn mp3-speler.
En, niet vergeten deze keer, mijn zonnebril. 4 weken geleden was het in Nederland zulk weer dat ik daar niet aan gedacht had. In Marokko was het toen heerlijk weer, en zeker met autorijden heb ik hem wel gemist. Aangezien ik een bril op sterkte moet hebben kon ik niet zomaar een (immitatie) Ray Ban aanschaffen op straat.
En zowaar, bij aankomst op het vliegveldje van Rabat-Salé moest ik zelfs mijn koffer openmaken. Bij het scannen van de koffer was de beambte iets opgevallen, ik denk die losse hard disk. Maar bij een vluchtige inspectie van de inhoud vond men het prima. Uiteraard helpt altijd dat ik in vlot Marokkaans Arabisch kan uitleggen waar al die zaken voor bestemd zijn.
zondag, februari 25, 2007
Varia
Van 2 tot 12 februari was ik weer op het NIMAR. Ik heb al wat geschreven over mijn activiteiten als klusjesman en onderwijscoördinator.
Nu een paar andere korte berichten in de categorie 'varia'.
Aan het eind van mijn laatste verblijf wilde ik wel eens even ontspannen. Twee weken eerder had het flink gesneeuwd in de Midden-Atlas, en ik hoopte dat er nog sneeuw zou liggen. Ik heb nog nooit in Marokko geskied, en wil dat nog altijd wel een keer doen. Dus een weekend naar de de Midden-Atlas. Daar ligt het plaatsje Ifrane en daar vlakbij is een wintersport station. Helaas, toen we er aankwamen bleek er geen vlokje sneeuw meer te liggen. Volgend jaar beter.
In de Nederlandse media is vorig jaar wat aandacht besteed aan de Marokkaanse 'berberapen' die in de Midden-Atlas leven. We hebben ze vorige week opgezocht, en één conclusie is duidelijk: berberapen zijn geen kaaskoppen. Ik voerde er een een stuk stokbrood met (Nederlandse) kaas ertussen, en hij haalde de kaas er tussenuit, en at het brood op. Ze zijn ontzettend tam die apen. Je kunt ontzettend dicht bij ze komen en ze eten zelfs uit je hand. Een slechte zaak natuurlijk, om die beesten te gaan voeren, maar de verleiding is te groot als ze naar je toe komen zodra je de auto uitstapt. En als er ergens een plastic zakje tevoorschijn komt, trekken ze het bijna uit je handen.
We hadden een 'gite' geboekt bij Azrou, om daar te overnachten. Dat bleek een heel leuk huis te zijn. Met een zeer vriendelijk echtpaar dat het huis bezat en ons uitgebreid vertelde over de omgeving.
Het adres hadden we uit het boekje 'bijzondere logeeradressen in Marokko' (uitg. Hobb, vertaald uit het Engels, oorspronkelijke titel: Special Places to Stay, Alastair Sawday).
Het echtpaar bleek nog op zoek naar belangstellenden voor een geitenkaasproject. Dat project hield in: zelf wat geiten houden en ook geitenmelk opkopen bij andere geitenhouders in de omgeving, en daar dan kaas van maken voor de hotels en andere toeristische onderkomens in de omgeving.
Staat het idee je aan? Neem dan contact met mij op.
Op zondagavond waren we weer terug in Rabat, want maandag zou ik weer teruggaan naar Nederland. 's ochtends rond 11 uur zat ik nog op mijn kamer wat laatste zaakjes af te ronden, toen ik opeens een gerommel waarnam, en het hele pand stond ineens te schudden. Dat duurde zo'n 10 seconden. Een aardbeving dacht ik, en ik spoedde mij naar beneden. Ik zat op de 2e etage. Op de eerste etage was een les aan de gang, en ook daar kwamen de dames net de lesruimte uit. "Kom mee naar buiten" zei ik. Het geschud was inmiddels alweer opgehouden. Zo stonden we daar buiten, bij de achteruitgang in de steeg. De buren van het garagebedrijf keken ons vragend aan. "Wat doen jullie ineens allemaal buiten?". Zij hadden op de grond niets gemerkt.
Maar het was wel degelijk een aardbeving. Later, na terugkomst in Nederland, las ik dat het een zeebeving is geweest op de Atlantische Oceaan, die in Marokko en ook Spanje en Portugal voelbaar was. Het was een lichte beving. Ik kon nergens in ons pand scheuren in het pleisterwerk ontdekken gelukkig. Na de rampspoed van de stroomstoot en de kortsluitingsbrand konden we dat er niet ook nog eens bij hebben.
maandag, februari 19, 2007
reactie op: "Marokko op de site"
Maar goed, het is prettig als je werk wordt gewaardeerd want feitelijk is dat ook waarvoor ik mijn verschillende 'levenswerken' heb gerealiseerd. Een cursus Marokkaans, een set woordenboeken, het zijn dingen waar mensen iets aan kunnen hebben, en ik kan daarmee mijn kennis ordenen en overdragen.En het Nederlands Instituut Marokko (NIMAR) is ook zoiets. Mensen uit Nederland en Marokko kunnen via het NIMAR zorgen voor een intensivering van de wederzijdse contacten en het wederzijds begrip.
Het reageren op de stukken van Kees was zeker in het begin leuk, Kees was nog nieuw in Marokko, en begaf zich hortend en stotend op het pad van het leren van het Marokkaans Arabisch. Ik ben een taalfreak en moest daar dus op reageren. Later is Kees verder gegaan met mijn boek, waarbij hij gretig gebruik maakte van mijn regelmatige verblijven in Rabat voor extra uitleg. En het was leuk om te zien hoe hij vorderde, als we samen een terrasje pikten. Of een keer een film in het Marokkaans Arabisch, waarbij ik zelf ook alle zeilen moest bijzetten om het te volgen.
Marokko op de site
De Nederlander Jan Hoogland schreef een knap leerboek Marokkaans Arabisch en richtte in Rabat het Nimar op. Het contact tussen Nederland en Marokko verdiept zich.
De oprichting twee maanden geleden van het Nederlands Instituut te Marokko (Nimar) is te danken aan één man, Jan Hoogland. Jan Hoogland is arabist aan de Radboud Universiteit Nijmegen en hij is de auteur van het leerboek Marokkaans Arabisch en de samensteller van het Woordenboek Nederlands-Arabisch/Arabisch-Nederlands. Met andere woorden: Jan Hoogland heeft veel gedaan voor de Nederlandse arabistiek. Maar wat zegt dat over het soort man dat Jan Hoogland is
Hij is nu 49 en begon dertig jaar geleden Arabisch te leren, in die tijd deden dat er niet veel. In die tijd ook werd hij reisleider, dan trok hij in de zomer met een Landrover door de grote zuidelijke oases, de vallei van de rivier de Draa, de Tafilalt, en door de Gorges, die van de Todra en die van de Dades. Zo'n Landrover vol toeristen had onder het terrein te lijden, regelmatig brak een blad van de vering af, en Jan moest dat dan zien te repareren, op een door god verlaten plek, 's avonds, de groep moest de volgende dag weer verder. In die tijd sprak hij al Arabisch, en dat was handig als hij de hulp van dorpelingen nodig had, maar belangrijker was zijn technische kennis, dat hij wist hoe hij zo'n Landrover uit elkaar moest halen. Dat wist hij.
Wie Jan ziet, denkt: dit is een heel gewone man. Gewone broek, gewoon overhemd. Zo op het oog niks bijzonders, een vriendelijke, bescheiden man die er jong uitziet voor zijn leeftijd. Niets aan hem verraadt de zucht naar avontuur die toch in hem moet zijn - waarom anders op zo jonge leeftijd die reizen door Marokko, naar plekken waar andere toeristen maar zelden kwamen, en als ze er kwamen, dan niet via de route die Jan nam.
Nee, er is niets van poeha aan deze man, hij zal zichzelf niet op de borst slaan. Ik ben nooit student van hem geweest en ik betreur dat. Ik denk dat Jan Hoogland niet alleen een consciëntieuze maar ook een goede docent is. Ik denk dat omdat ik hem ken, zeker, maar meer nog omdat ik zijn boek ken, dat leerboek Marokkaans Arabisch.
Ikzelf ben lang docent Nederlands geweest. Ik heb heel wat leerboeken Nederlands-als-tweede-taal, taalboeken dus, voorbij zien komen. Ik heb vreemde talen geleerd, uit boeken. Maar nooit heb ik een boek gezien dat zo didactisch, zo systematisch is opgebouwd als dat van Jan Hoogland, zonder dat het saai wordt. Hoeveel Marokkanen in Nederland spreken het Dariezja, het Marokkaanse dialect, niet of nauwelijks Hoeveel van hen willen het toch graag leren Zij moeten het boek van Jan kopen. Je loopt er niet in vast. Stap voor stap bouwt hij aan het taaluniversum dat de student zich eigen moet maken. Jan heeft zijn boek geschreven zoals een technicus een gebruiksaanwijzing schrijft: zo zet je een Landrover in elkaar. Eerst dit onderdeel, dan dat, dan dat. Jan heeft over zijn boek nagedacht, het verraadt een enorm analytisch vermogen, en liefde voor de taal. Jan is een fanaat. Het kan niet anders of hij is als samensteller van de woordenboeken Arabisch even nauwgezet en methodisch geweest, want zo is Jan Hoogland.
Ik heb hem hier in Rabat leren kennen, hij kwam om het Nederlands Instituut 'op poten te zetten'. Dat is een klus die je aan zo iemand kunt overlaten. Hij had het bij het ministerie voor elkaar gekregen dat men zo'n instituut wel wilde subsidiëren, en nu kwam hij naar Rabat om het tot werkelijkheid te maken. Hij moest een pand huren, hij moest het inrichten. Binnen drie maanden kreeg hij het voor elkaar, prachtig pand middenin Rabat, voorzien van computers, van internet, van meubilair, er is een leslokaal, er is een directeurskamer, er zijn slaapkamers voor de Nederlandse studenten die hier onderwijs komen volgen, er is een bibliotheek. Het hele pand is geverfd, het is voor een deel verbouwd. Voor de Nederlander lijkt dit alles normaal. Maar in Marokko is het niet altijd makkelijk dingen snel - en goed - te regelen. Op de terrassen op de verschillende verdiepingen staan planten in grote potten - die heeft Jan er zelf ingezet.
Dat is Marokko: de grote dingen doen, zoals bedenken dat zo'n instituut leuk zou zijn, plan schrijven, subsidie aanvragen, maar de kleine ook, planten kopen, in potten zetten, draden langs de muur spannen om de planten te leiden. Het Nimar heeft een website (www.ru.nl/nimar), die is door Jan gebouwd. De directeur van het instituut, geograaf en Marokko-kenner Paolo De Mas, wil graag naar de Nederlandse televisie kijken, maar hij weet niet en wil niet weten hoe dat moet, hoe werkt zo'n satelliet, heb je een of andere kaart nodig Jan komt over en Jan regelt het. De directeur kan straks NOVA zien, live, of op zondagavond naar AZ-Ajax kijken.
Nee, niet Jan maar Paolo is directeur - en onderzoekscoördinator - van het instituut geworden, en daar heeft het instituut een goeie aan, want Paolo weet alles van Marokko, zoals Jan alles van de taal weet. Jan is onderwijscoördinator, het is wat hij kan doen, wonend in Nederland. Hij is aan Nederland gebonden omdat zijn jongste zoon halverwege de middelbare school is - die nu naar Marokko verkassen, is volgens Jan geen goed idee. Hij moet nog een paar jaar wachten eer hijzelf directeur van zijn Nimar kan worden.
donderdag, februari 15, 2007
Doel gerealiseerd: onderwijs op het NIMAR begonnen
Dat doel is vorige week verwezenlijkt. Op 5 februari zijn de eerste studenten gearriveerd die op het NIMAR een onderwijsprogramma gaan volgen. Het gaat om drie studenten van de Hogeschool Zuyd in Maastricht, van de studierichting Oriëntaalse taal en communicatie.
Deze drie studenten volgen een programma op het NIMAR, dat bestaat uit spreek-, lees- en luistervaardigheid in het Modern Standaard Arabisch (MSA) en spreek- en luistervaardigheid in het Marokkaans Arabisch dialect. Het dialect wordt aangeboden op gevorderd en beginnersniveau. Verder krijgen ze nog een serie colleges over 'cultuur en samenleving in Marokko'.
Het programma omvat 14 weken onderwijs, met ook een aantal lesvrije weken.
In feite is hiermee een oude droom van mij verwezenlijkt: Nederlandse studenten kunnen onderwijs volgen in Marokko.
Vermoedelijk komen volgend jaar (januari 2008) studenten Arabisch uit Nijmegen, Leiden en Utrecht voor een soortgelijk programma. En misschien zijn er dan ook weer studenten uit Maastricht die graag in Rabat onderwijs willen volgen.
De drie studenten die nu in Rabat zijn, zullen zeer binnenkort een eigen weblog openen, waarvan ik dan het adres hier zal publiceren.
zaterdag, februari 03, 2007
onderwijscoördinator (en klusjesman) is weer ter plaatse
Gisteren na aankomst ben ik gelijk naar het servicecentrum van HP gegaan om de computers op te halen die daar nog stonden voor reparatie nadat het NIMAR in november was getroffen door een stroomstoot van 380 volt. Van alle PC's was de voeding doorgebrand.
6 PC's stonden nog daar voor reparatie. 5 waren er gisteren klaar dus die heb ik opgehaald (samen met Kees, in zijn auto). Na aankomst ben ik gelijk begonnen de PC's weer aan te sluiten want maandag, als de studenten komen, moeten ze beschikbaar zijn.
Ik heb er inmiddels 5 weer aan de praat, één flat screen vertoont helaas ook kuren. Het scherm flitst, maar is voornamelijk uit: van elke 2 seconden heb je ongeveer 0,1 seconde beeld. Dat werkt toch wat lastig.
Verder heb ik vandaag nog een hele waslijst aan klusjes gedaan en dingen gekocht: twee sets speakers voor computers, zwenkwieltjes voor twee TV-meubels en batterijen voor 4 draadloze computermuizen.
En vanmiddag met een van de twee docenten gesproken die maandag gaat beginnen onze eerste studenten les te geven. We hebben de apparatuur geïnspecteerd en nog wat dingen doorgepraat. Maar we hebben ook lekker in het zonnetje zitten lunchen op een terras. Het was heerlijk weer vandaag.
Vanavond in de buurt een pizza gehaald en voor de TV genuttigd. Het Schaep met de Vijf Poten. Nou dat hoeft voor mij niet zo. Georgina Verbaan die met een gemaakt Amsterdams accent probeert nog dommer te doen dan ze er in het echt al uitziet.
2 dagen uitgebreid lunchen en dineren
Deze week waren de decaan en de vice-decaan van de letterenfaculteit van die universiteit in Nederland voor besprekingen met o.a. de Nederlandse Taalunie.
De gesprekken waren met diverse partijen die in Nederland betrokken zijn bij het onderwijs van de Nederlandse taal in het buitenland. Ten eerste hebben we een uiteenzetting gehad over de Taalunie zelf. Toen was er een prof van de universiteit van Louvain la Neuve in Wallonië. En donderdag zijn we naar Leuven in België geweest voor een uiteenzetting over het werk en de ondersteuning van het Steunpunt Nederlands als Vreemde Taal, en over het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal, een diploma (op verschillende niveau's) voor mensen die in het buitenland Nederlands hebben geleerd.
Nederlands leren aan buitenlanders binnen Nederland heet 'Nederlands als tweede taal' (NT2), Nederlands onderwijzen aan mensen in het buitenland heet 'Nederlands als vreemde taal' (NaVT).
Over de invoering van Nederlands in Casablanca hebben we afgesproken dat we komend studiejaar, dus in september 2007, gaan beginnen met een pilot project van een beginnerscursus Nederlands als een extra keuzevak voor geïnteresseerde studenten. Ze krijgen er geen studiepunten voor, maar het geeft ons wel de mogelijkheid wat te experimenteren. Hoeveel belangstelling is er voor Nederlands, met welke motieven gaan de studenten het doen, hoe richten we het onderwijs in etc. En een nog aan te trekken docent kan zo beginnen ervaring op te doen.
Als onderwijscoördinator van het NIMAR, en als ervaren taaldocent, zal ik met bezighouden met de begeleiding van het proces.
Verder hebben we beide dagen uitgebreid geluncht. Zo uitgebreid dat het middagprogramma dreigde te worden ingekort. En 's avonds ook nog uit eten met de Marokkaanse gasten dus een balansdagje met een flink stuk hardlopen lijkt op zijn plaats. Gelukkig heb ik ook in Rabat een paar hardloopschoenen liggen.
Want vanavond, donderdagavond, ga ik vast naar Schiphol en slaap daar in een hotel, en dan morgenochtend 8 uur naar Parijs en 11 uur door naar Rabat. Na 3 maanden weer een ruime week naar mijn stek aldaar. Binnenkort nader bericht uit Rabat.
Volgende week komen de eerste studenten naar het NIMAR om een aantal maanden onderwijs te volgen.
