Op 7 juni 2026 is het precies 20 jaar geleden dat het NIMAR in Rabat werd geopend. Het vestigen van een instituut in Marokko was destijds mijn persoonlijke initiatief.
Ik zal hier citeren uit blogs op mijn weblog dat ik destijds ben gestart om belangstellenden op de hoogte te houden van de vorderingen bij het realiseren van het NIMAR.
(Cursieve tekst is geschreven in 2026)
blog 19 oktober 2005
In april 2002 was ik samen met mijn toenmalige collega Joris Rijbroek en een groep studenten in Marokko voor de tweejaarlijkse studiereis van ons instituut. Tijdens die studiereis maakte één van de studenten (Marjolein) de terechte opmerking dat het eigenlijk heel oneerlijk is dat studenten die tijdens hun studie een poosje naar Egypte gaan, daar in een gespreid bedje terechtkomen (gratis onderwijs geregeld en bij terugkomst erkend, onderdak, begeleiding), terwijl studenten die naar Marokko willen juist alles zelf moeten uitzoeken en bij terugkomst maar moeten afwachten of ze ook nog studiepunten krijgen voor wat ze in Marokko hebben gedaan.
Mijn reactie was: "Daar heb je gelijk in, dat heb ik ook altijd al gevonden, en daar gaan we nu wat aan doen."
In 2016, bij het tienjarig bestaan heb ik die beginfase als volgt omschreven: https://janhoogland.blogspot.com/2016/06/het-nimar-bestaat-10-jaar.html
In die eerste tien jaar is er veel gebeurd. Het is allemaal te lezen in 204 verhaaltjes op mijn blog, die ik startte in oktober 2005, om verslag te doen van het hele proces van de oprichting, opening, start etc.
Als ik er zelf doorheen blader zie ik van alles uit die begintijd terugkomen. Titels als: "post van Mark Rutte" (toen nog staatssecretaris van Onderwijs), "Eindelijk actie!", "Handen uit de mouwen" geven aan hoe het er aan toe ging in die periode.
Die datum van 7 juni betekent ook dat ik in de maanden ervoor druk bezig was om het instituut concreet vorm te geven. Dat is nu dus exact 20 jaar geleden. Ik weet nog goed wat een spannende tijd dat was. Ik was ongeveer de helft van de tijd in Nijmegen en de andere helft in Rabat.
Ik heb nu ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum een paar passages van mijn blog geselecteerd en onder elkaar gezet.
blog 11 januari 2006:
Citaat uit de brief van Mark Rutte (destijds Staatssecretaris):
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, OVERWEGENDE: - Dat een groot deel van de Nederlandse bevolking zijn wortels heeft in Marokko; - Dat het tot stand brengen van een nauwere samenwerking met Marokko op het gebied van hoger onderwijs en onderzoek direct voortvloeit uit wensen van studenten uit het bedoelde deel van de bevolking; - Dat het tot stand brengen van een nauwere samenwerking met Marokko ook past binnen mijn internationaliseringsbeleid; - Dat de beoogde samenwerking het best kan worden bevorderd door een vestiging in Marokko te realiseren, die, gelet op haar doelterrein, wordt bestierd door een instelling van hoger onderwijs.
Besluit een subsidie te verlenen aan de Radboud Universiteit Nijmegen voor het vestigen van een instituut in Marokko….
Toen de politieke carrière van Mark Rutte zich verder ontwikkelde werd ik steeds minder fan van hem (ik ben namelijk een ‘linkse rakker’). Ik heb meermaals de grap gemaakt dat hij op zijn hoogtepunt had moeten stoppen, en dat hoogtepunt was uiteraard het besluit om het NIMAR een startsubsidie te verlenen.
blog 20 februari 2006:
Zodra hierover iets te melden valt zal ik dat ook doen. Het verwerven van een pand is het eerste wat nodig is, en tegelijkertijd ook een mijlpaal van jewelste natuurlijk. Tenslotte nog iets over de verwachte opening van het NIMAR. Minister van der Hoeven (Onderwijs) bezoekt op 7 en 8 juni Marokko, en we hopen op die datum (over drieëneenhalve maand slechts) het NIMAR te kunnen openen en presenteren. Ook hierover nadere berichten in de komende tijd.
blog 21 februari 2006:
Ik kwam terecht in een pand in een winkelstraat, dat zich qua indeling nauwelijks laat beschrijven. Het bevat 3 etages met allerlei verschillende kamers en grotere ruimtes, en aan de achterkant op de begane grond en de eerste etage hele leuke terrasjes. Het terras op de begane grond is leuk begroeid, er staan bankjes en er zijn verschillende hoekjes. In gedachten zie ik daar de studenten of cursisten al zitten in een lekker voorjaarszonnetje, terwijl in Nederland nog sneeuw of vorst wordt voorspeld. Het is een pand met vele mogelijkheden, echt geschikt voor een multifunctioneel instituut.
1 maart 2006, persbericht van de Radboud Universiteit:
Nederland en Marokko kennen een 400-jarige geschiedenis van handels- en uitwisselingsbetrekkingen. De aanwezigheid van de grote hoeveelheid Marokkaanse Nederlanders leidt tot een intensief verkeer van personen, diensten en goederen tussen beide landen. Na Frankrijk is Nederland het tweede bestemmingsland van Marokkaanse migranten. Op verschillende niveaus worden initiatieven genomen om de achtergrondkennis over Marokkaanse Nederlanders en Marokko te verbeteren en zo bij te dragen aan een realistische beeldvorming.
In Nederland schrijven zich jaarlijks circa 100 studenten in voor een opleiding Arabische taal- en cultuur. Een aantal HBO’s kent een minor Arabische taal- en cultuur of Marokkostudies. Marokkaanse taal- of cultuur komt voorts aan de orde binnen Mediterrane en Midden-Oosten studies of culturele antropologie. Primair heeft het NIMAR een onderwijsfunctie voor deze studenten. Zo wil men bijvoorbeeld studenten in Marokko stageprojecten laten verrichten. Dit vindt al plaats op kleine schaal: studenten van de Haagsche hogeschool gaan bijvoorbeeld werken aan een tuinbouwproject, waarbij de gehele exportketen onder de loep wordt genomen van productie tot marketing in het buitenland. Verwacht wordt dat het NIMAR een drempelverlagende rol zal hebben voor studenten en onderzoekers bij hun studie- of onderzoeksverblijf in Marokko.
De werkzaamheden van het NIMAR liggen waarschijnlijk op de volgende gebieden: Hoger onderwijs, in het bijzonder onderwijsprogramma’s voor studenten uit het Nederlands hoger onderwijs. Wetenschappelijk onderzoek: bemiddeling bij het leggen van contacten met vakgenoten, bemiddeling bij autoriteiten voor onderzoeksvergunningen, opzet van een bibliotheek over Marokko. Ondersteuning overige sectoren van het Nederlands onderwijs op gebied van partnerschappen tussen scholen, stagebemiddeling, uitwisseling voor lerarenopleidingen, studiereizen voor docenten. Promotie van het Nederlands hoger onderwijs in Marokko: werving van studenten voor het Nederlands onderwijs. Stimuleren van samenwerking tussen het hoger onderwijs in beide landen.
Staatssecretaris Rutte heeft het voornemen om rond de Middellandse Zee een keten van Nederlandse instituten op te zetten. Deze instituten moeten een bijdrage leveren aan de internationaliseringsdoelstellingen van het ministerie van OC en W. Dit betekent dat het Nederlandse hoger onderwijs internationale aantrekkingskracht moet hebben op talentvolle studenten en onderzoekers. De kwaliteit van buitenlandse studenten moet verder worden gestimuleerd en Nederland moet de concurrentieslag aangaan met het buitenland. In de maand juni zal het Nederlands Instituut in Marokko naar verwachting officieel worden geopend.
blog 14 maart 2006
Verder ben ik vandaag gaan informeren bij telefoonbedrijf, electriciteits- en waterbedrijf en bank wat de formaliteiten zijn om hun diensten te kunnen gebruiken. Dat is ook nog niet zo eenvoudig te regelen. Om dat te kunnen regelen moet je reeds in Marokko woonachtig zijn en een ‘Carte de Séjour’ hebben. Dus zo ontstaat een van-het-kastje-naar-de-muur spelletje en een kip-ei-probleem. Nu maar weer bij de politie informeren wat de voorwaarden zijn voor zo’n verblijfsdocument.
Ik was bij de bank van de huiseigenaar, dat was werkelijk een ambiance uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Totaal geen veiligheidsmaatregelen. Je staat zo aan een balie, en als je zag wat daarachter allemaal gebeurde, of juist niet gebeurde. De ene beambte zat een stapeltje foto’s te bekijken, de andere sluisde mijn verzoek zo snel mogelijk door naar een ander die vervolgens in de telefoon klom om mijn verzoek door te spelen. En het enige dat ik vroeg was het IBAN-nummer van hun bank (Internationaal banknummer).
blog 8 april 2006
Schreef ik een paar weken geleden nog dat de inventaris van het NIMAR bestond uit een verdeelstekker en een doosje elastiekjes, dat is in twee dagen flink veranderd. Ik ben als een bezetene aan het kopen geslagen, gereedschap, keukeninventaris, inrichting voor 2 gastenverblijven, planten en potgrond en weet ik veel wat nog meer.
In de tijd dat ik bezig was het NIMAR van de grond te tillen verbleef de Nederlander Kees Beekmans in Rabat. Hij schreef o.a. een wekelijke column voor de Volkskrant. Ik raakte met Kees bevriend, en op een dag meldde hij me dat hij een blog over mijn activiteiten in Rabat had geschreven.
“Ik heb hem hier in Rabat leren kennen, hij kwam om het Nederlands Instituut 'op poten te zetten'. Dat is een klus die je aan zo iemand kunt overlaten. Hij had het bij het ministerie voor elkaar gekregen dat men zo'n instituut wel wilde subsidiëren, en nu kwam hij naar Rabat om het tot werkelijkheid te maken. Hij moest een pand huren, hij moest het inrichten. Binnen drie maanden kreeg hij het voor elkaar, prachtig pand middenin Rabat, voorzien van computers, van internet, van meubilair, er is een leslokaal, er is een directeurskamer, er zijn slaapkamers voor de Nederlandse studenten die hier onderwijs komen volgen, er is een bibliotheek. Het hele pand is geverfd, het is voor een deel verbouwd. Voor de Nederlander lijkt dit alles normaal. Maar in Marokko is het niet altijd makkelijk dingen snel - en goed - te regelen. Op de terrassen op de verschillende verdiepingen staan planten in grote potten - die heeft Jan er zelf ingezet.” https://janhoogland.blogspot.com/2007/02/marokko-op-de-site.html
Inmiddels was uiteraard ook de vraag aan de orde wie bij dat instituut zou gaan werken, en wie er de leiding aan zou gaan geven. Vanaf het begin van de hele operatie was voor mij duidelijk dat ik niet in Rabat zou gaan werken en wonen. Mijn privésituatie weerhield me daarvan. Dus moest er iemand anders komen die het instituut verder zou gaan uitbouwen. Dat werd collega Paolo De Mas, geograaf en Marokkokenner van het eerste uur. Paolo was kort daarvoor met vervroegd pensioen gegaan op de UvA dus hij was beschikbaar.
blog 2 mei 2006
Paolo De Mas wordt de directeur van het NIMAR. Omdat Paolo niet bij de Radboud Universiteit op de loonlijst stond was het allemaal nog niet zo eenvoudig te regelen, en dat verklaart dan ook waarom het zo lang heeft geduurd. Ik ben blij dat het eindelijk rond is, zodat de zaken niet meer op mij alleen neerkomen. Alhoewel Paolo de afgelopen maanden, in afwachting van zijn benoeming, wel voortdurend heeft meegedacht. We hebben flink wat gemaild, gebeld, geskypt, en toen ik in maart naar Marokko ging om de huisvesting definitief te regelen, hebben we op Schiphol nog samen over de tekeningen van het beoogde pand gebogen gezeten. Veel mensen hebben me de afgelopen tijd gevraagd waarom ik niet zelf, als initiatiefnemer, de eerste directeur wilde worden. Het antwoord is eenvoudig: op grond van mijn privésituatie wilde ik dat (nu nog) niet.
11 juni 2006: Vragen in de Tweede Kamer over het NIMAR
Antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Eski, Joldersma en Sterk (allen van het CDA) aan de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ingezonden d.d. 3 maart 2006, kenmerk 2050609090). 1 Is het waar dat met financiële steun van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het Nederlands Instituut in Marokko in juni van dit jaar van start gaat? Zo ja, welke overwegingen liggen ten grondslag aan de beslissing om het betreffende instituut te ondersteunen? Welke taken krijgt het instituut? Het is juist dat het Nederlands Instituut in Marokko (NIMAR) met financiële steun van het ministerie OCW dit jaar van start gaat. De Radboud Universiteit, die het NIMAR opricht, heb ik een startsubsidie toegekend om het instituut te operationaliseren en een businessplan op te stellen. Tijdens het algemeen overleg dat ik op 22 juni 2005 met de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heb gevoerd, heb ik mijn voornemen kenbaar gemaakt om zowel in Marokko als in Turkije een instituut op te richten. Aanleiding voor deze instituten vormden het maatschappelijke belang van samenwerking met deze beide landen en een grote vraag vanuit studenten (voornamelijk studenten Islamstudies en Arabistiek) naar een onderzoek- en studieverblijf in die landen als integraal onderdeel van de studie. Aangezien bovenstaande invalshoek niet past in het takenpakket van een NESO (Netherlands Education Support Office, beheerd door NUFFIC) heb ik besloten de instituten in Marokko en Turkije door een universiteit te laten uitvoeren en niet door het NUFFIC. …Het is nadrukkelijk de bedoeling dat de instituten het gehele Nederlandse hoger onderwijs vertegenwoordigen. Het takenpakket van het NIMAR, evenals het takenpakket van het instituut in Turkije, is nog niet vastgesteld. Wel kan aangegeven worden dat het takenpakket van de instituten zal liggen op het gebied van internationalisering van het hoger onderwijs. De instituten zullen daarenboven de generieke promotie van het Nederlands hoger onderwijsstelsel in het desbetreffende land op zich nemen. Per instituut zal echter een afzonderlijk, op het land van vestiging afgestemd programma worden geformuleerd. Aan de betrokken universiteiten is gevraagd medio dit jaar een businessplan in te dienen, naar aanleiding waarvan het takenpakket en de financiële bijdrage van de overheid definitief zullen worden vastgesteld.
blog 11 juni 2006
Opening NIMAR (7 juni 2006):
In de weken voor de opening en de dagen erna was het zo ontzettend druk dat ik nauwelijks aan schrijven toekwam. De berichtgeving over de opening was dan ook wat beperkt, terwijl het toch een mijlpaal was. Het is niet anders, het was populair gezegd een gekkenhuis in die periode.Onder de aanwezigen waren ook twee Marokkaanse ministers: Nezha Chekrouni voor 'Marokkanen in het buitenland', en Mohamed Achaari van Cultuur. Dat is een duidelijk teken dat het NIMAR aan Marokkaanse zijde serieus wordt genomen. En mevrouw Chekrouni reageerde heel enthousiast en positief toen ze mij begroette. Ongeveer een jaar geleden was ik nog bij haar om te vertellen over de plannen, maar dat het nog niet zeker was of het door zou gaan. Nu, een jaar later, kwam ze dus de opening bijwonen. Ze vertelde dat ze eerder die dag met minister van der Hoeven had gesproken over een tegenhanger van het NIMAR in Nederland. Bij de opening zijn enkele (korte) toespraken gehouden door:
minister Maria van der Hoeven
René Vermeulen namens de Radboud Universiteit (als vervanger van de voorzitter van het College van Bestuur die wegens privé-omstandigheden was verhinderd)
Christa Vogel namens de afdeling TCMO van de Radboud Universiteit
Paolo De Mas als directeur van het NIMAR.Er zijn ook beelden van de opening van het NIMAR uitgezonden op de Marokkaanse TV. Dit had zelfs tot gevolg dat ik de volgende ochtend bij een politiecontrole wegens een snelheidsovertreding mocht doorrijden, omdat de man de opening op TV had gezien ;-)Dat is in vogelvlucht de periode die voorafging aan de opening van het NIMAR op 7 juni 2006 (06-06-06 was nog mooier geweest maar dat paste niet in de agenda van onze minister). Daarna begon een bewogen periode van het opstarten van de activiteiten, het aantrekken van personeel, technische tegenslagen etc. etc. Maar in februari 2007 kwamen de eerste studenten Arabisch (van de HBO-opleiding Oriëntaalse Taal en Communicatie uit Maastricht, Hogeschool Zuyd) naar Rabat en ging het onderwijsprogramma van start.
Zoals ik hierboven al meldde, bij het tienjarig bestaan van het NIMAR schreef ik al een uitgebreide terugblik op die eerste tien jaar. https://janhoogland.blogspot.com/2016/06/het-nimar-bestaat-10-jaar.html
Toen ik die terugblik schreef in 2016 was ik zelf al niet meer in dienst bij het NIMAR. En dat geldt nu in nog sterkere mate want ik ben inmiddels gepensioneerd. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet meer betrokken ben. Integendeel! Ik fungeer als een soort coach voor de docenten Arabisch op het NIMAR door regelmatig op het NIMAR te zijn, lessen van de docenten bij te wonen om hen daarna van tips te voorzien, en om toezicht te houden op de ontwikkeling van lesmateriaal. Zoals uit het voorgaande blijkt, het NIMAR was 20 jaar geleden mijn kindje en zal dat altijd blijven. Het kind is opgegroeid en dat is geweldig om te zien. Zoals het ook veel voldoening geeft om te zien dat de kernactiviteiten van 20 jaar geleden nog altijd de kernactiviteiten vormen, alleen heeft het huidige NIMAR geen taak meer in het werven van studenten die in Nederland zouden gaan studeren. De minoren voor taalstudenten (in het voorjaar) en voor studenten sociale wetenschappen (in het najaar) zijn zo al vele jaren de vaste waarden in het programma van het NIMAR. Die programma’s staan als een huis. En recent is er een nieuwe minor ‘urban studies’ aangekondigd, die is gericht op architectuur, planning etc. Verder is er de laatste jaren in het onderwijs meer aandacht gekomen voor onderwerpen gericht op water en voedselproductie. Een mooie invulling van de verbreding die ik in mijn tijd ook al zocht. Ik zie ook meer culturele en wetenschappelijke uitwisseling tussen Nederland en Marokko. Als laatste is de functie en omvang van de bibliotheek ook sterk uitgebreid, met uiteraard plaats voor mijn eigen werk (meerdere exemplaren van leerboek Marokkaans Arabisch in drie talen en verschillende woordenboeken, Standaard Arabisch en Marokkaans Arabisch).
Een belangrijk verschil is dat het NIMAR sinds 2015 deel uitmaakt van de Leidse universiteit. Ik heb mijn waardering voor die universiteit uitgebreid beschreven in de terugblik van 2016. Mijn eigen universiteit (Radboud Universiteit Nijmegen) wilde op geen enkele manier meewerken aan de doorstart maar Leiden University wilde dat wel. Tijdens deze ‘Leidse periode’ is het NIMAR geleid door mijn collega (en oud-student) en vriend Léon Buskens, die inmiddels al 10 jaar in Rabat verblijft en zich er altijd van bewust was dat hij mijn kindje grootbracht. Tot 2015 was ik ‘monsieur NIMAR’ maar inmiddels is hij dat al veel langer dan ik het was. Wat mij betreft zit daar geen greintje afgunst bij, ik had er in 2015 volledig vrede mee dat mijn termijn was geëindigd en dat het NIMAR was gered en verder kon. Ik heb inmiddels een nieuwe rol als Opa Jan die bij vlagen ook veel inzet vergt. Verder heb ik de afwijking dat ik het leuk vind woordenboeken te maken, en wie die hobby heeft hoeft zich nooit een seconde te vervelen. Een kwartiertje scrollen op social media geeft direct voldoende input om de database van het woordenboek uit te breiden. Als je als lezer nog steeds niet bent afgehaakt misbruik ik je aandacht voor wat PR voor die woordenboeken en andere zaken waaraan ik heb gewerkt in mijn post-NIMAR jaren. In 2024 heb ik een set van twee woordenboeken Nederlands-Marokkaans (Darija) en Marokkaans-Nederlands gepubliceerd bij Amsterdam University Press (samen met mijn vroegere docent en later collega Roel Otten) en ik werk momenteel aan een Engelstalige editie van dat woordenboek. (link: https://cronebbj.home.xs4all.nl/WBMA.html) (de URL’s van mijn eigen website gaan in de loop van 2026 veranderen maar via www.janhoogland.com zul je er altijd kunnen komen. Waar in de URL nu staat: cronebbj.home.xs4all.nl komt vanaf juli 2026 te staan: janhoogland.mijnweb.site).
Voor het woordenboek van het Modern Standaard Arabisch uit 2003 is er een website van de Taalunie gekomen waarop het woordenboek kosteloos digitaal te raadplegen is: https://vertaalwoordenschat.ivdnt.org/vws/arabisch. Het gedrukte woordenboek is helaas niet meer leverbaar en het is zeer onwaarschijnlijk dat het op termijn weer leverbaar zal zijn. Ik werk ook aan updates, correcties een aanvullingen van die digitale versie. Voor de lezers die internationaal denken: het woordenboek Arabisch-Engels van Oxford University Press (OUP) is gebaseerd op het woordenboek Arabisch-Nederlands. Het deel Engels-Arabisch is apart daarvan samengesteld. Er is een online versie van het Oxford Arabic Dictionary, in de vorm van een abonnement.
Een ander onderwerp dat me al boeit sinds ik mijn doctoraalscriptie schreef in 1983 is het ‘schrijven in het Marokkaanse Darija’, de ontwikkeling dat de spreektaal steeds meer wordt gebruikt voor schriftelijke doelen. Het is evident dat de social media een belangrijke rol hebben gespeeld in die ontwikkeling. Ik heb er een webpagina over: https://cronebbj.home.xs4all.nl/WMACollection.html. (WMA = Written Moroccan Arabic). (zie hierboven over verandering URL)
Ook heb ik een online tool ontwikkeld voor leesvaardigheid Modern Standaard Arabisch en Klassiek Arabisch voor gevorderde leerders van het Arabisch. (MSA: https://cronebbj.home.xs4all.nl/MATCIntroduction.html, Klassiek Arabisch: https://cronebbj.home.xs4all.nl/CATCIntro.html) (zie hierboven over verandering URL)
En tenslotte ben ik actief op Instagram als ‘ustad Jan’ (https://www.instagram.com/j.c.hoogland/) om te demonstreren dat je onderwijs in het Darija op een professionele en taalkundig correcte manier kunt inrichten, met name op het gebied van het schrijven. Darija mag dan nog vooral een gesproken taal zijn, iemand die het wil leren moet kunnen terugvallen op geschreven bronnen (grammatica, uitleg, oefeningen, woordenboek). En verder schreef ik dus al dat het Darija ook steeds meer een geschreven taal wordt.
Dat was een terugblik op de afgelopen twintig jaar, waarvan het NIMAR een belangrijk onderdeel vormde. Zoals ik schreef, in de ogen van sommigen was ik ‘monsieur NIMAR’, meer dan dat ze mijn naam kenden. Als je het hele verhaal gelezen hebt: dank voor je interesse in het NIMAR en mijn bijdrage er aan. De grootste beloning voor al mijn inspanningen is voor mij dat mensen (veelal studenten) er van profiteren bij het leren van Arabisch of het leren kennen van mijn geliefde Marokko. En ik mag dan wel met pensioen zijn, mijn hersenen willen daar nog niets van weten, dus ik ga door met mijn inspanningen. Als je werk ook je passie is ben je een gezegend mens namelijk.
Website NIMAR: https://www.universiteitleiden.nl/geesteswetenschappen/nimar



Geen opmerkingen:
Een reactie posten