Dat betekent 'Hier Cairo'.
Dat hoorde ik vele jaren geleden als student Arabisch al, als ik naar de Egyptische radio luisterde op mijn kortegolfontvanger.
Want toen had je nog geen schotels en satellietontvangers. En zeker nog geen internet.
Dus moest ik mij behelpen met uitzendingen via de kortegolf. Krakend en ruisend, en sterk variërend in volume en kwaliteit.
En nu is Cairo even 'hier' voor mij.
In het kader van mijn sabbatical ben ik nu bij de collega's van het Nederlands Vlaams Instituut in Cairo (NVIC).
Het is mijn tweede bezoek aan Cairo in mijn dertigjarige carrière als arabist. Sommigen spreken daar schande van. Hoe kun je zo weinig in 'Umm ad-dunya (de moeder van de wereld) komen? Maar dan heb ik wel een weerwoord klaar: hoe kan het dat jij nog zo weinig (nooit?) in Marokko bent geweest?
Het is hier een ontzettende drukte in deze miljoenenstad. Maar, het instituut ligt gelukkig in de rustige wijk Zamalek, op het eiland midden in de rivier de Nijl. In de verte hoor je wel van alles, maar hier is het redelijk stil. Tot 's ochtends acht uur, want dan gaat de (privé)school beginnen die tegenover het instituut staat. Dan is het ineens een drukte van belang. Kinderen die schreeuwen op het (kleine) schoolplein. En vervolgens wordt er ook nog eens gezamenlijk gezongen aan het begin van elke schooldag, buiten op het plein. Ik neem aan dat het Egyptische volkslied dan wordt gezongen, onde begeleiding van een juffrouw met een keyboard, die daar nogal ongeïnspireerd op staat te spelen.
Het instituut in Cairo is veel ouder dan het NIMAR. Het bestond al toen ik in 1977 begon met de studie Arabisch. Mijn toenmalige studiegenoten gingen hierheen, om een periode onderwijs te volgen op het instituut.
Ik droomde in die tijd alleen nog maar van een instituut in Marokko. In dat opzicht is het NIMAR dus wel een jongensdroom die uitkwam. Alleen moest ik er wel zelf voor zorgen dat die droom verwezenlijkt werd.
Er gaan ook meer studenten Arabisch naar Cairo dan naar Rabat, en daar heb ik geen enkele moeite mee. Afgelopen voorjaar had Cairo 39 studenten en het NIMAR 5. Toen ik dat hoorde zei ik tegen mijn collega in Cairo: Ik moet er niet aan denken dat ik 39 studenten op het NIMAR zou hebben rondlopen op dit moment.
Na een verblijf in Cairo en het leren van het Egyptisch dialect is een student breder inzetbaar dan alleen in Egypte. Voor Marokko geldt dat in mindere mate. Als je Marokkaans dialect hebt geleerd kun je daarmee terecht in Marokko, of in .... Nederland natuurlijk. Dat is dus wat we de studenten in Nijmegen ook vertellen als ze voor de keuze staan: Marokkaans of Egyptisch. Wat denk je er later mee te gaan doen? Wil je iets in het Midden-Oosten? Dan is Egyptisch de juiste keus. Wil je naar Marokko (of de rest van Noord-Afrika) of wil je iets doen met je Arabisch in Nederland? Dan is Marokkaans een verstandige keus.
Overigens hoeft het een het ander niet uit te sluiten. Je kunt ook in eerste instantie het eerste dialect doen, en later nog eens het andere. Twee dialecten (en Modern Standaard Arabisch) tegelijk leren lijkt niet verstandig, dan haalt de student van alles door elkaar.
Binnenkort nog wat meer over Egypte, want ik ga voor het eerst ook eens kijken in Luxor en Karnak, waar al die beroemde tempels te bewonderen zijn.
zondag, oktober 19, 2008
verschillen en overeenkomsten tussen Marokko en Syrië
Deze blog gaat eigenlijk over Marokko. Maar nu al een paar weken niet meer.
Dat zit zo.
Ik heb even geen tijd voor Marokko wegens andere reisplannen. En op het NIMAR is mijn aanwezigheid niet zo heel erg nodig op dit moment. Ik ben de onderwijscoِrdinator, maar er is even geen onderwijs op het NIMAR. Dus ging ik naar Damascus om de collega's en hun instituut aldaar te spreken en te bekijken. En ga ik volgende week ook nog naar Cairo met hetzelfde doel.
En in Nederland is ook meer dan genoeg te doen voor het NIMAR. Er zijn in de eerste weken van oktober op vele universiteiten en hogescholen zogenaamde 'wil-weg-weken'. Studenten krijgen dan allerlei informatie over de mogelijkheden om tijdens hun studie een periode in het buitenland te studeren. En dan is het NIMAR natuurlijk van de partij. Ik ga naar Amsterdam (2x), Rotterdam, Nijmegen en Maastricht om het NIMAR bij de studenten aldaar aan te prijzen.
Terug naar Syrië, en Marokko. Het is misschien wel aardig om een kleine vergelijking tussen Syrië en Marokko te maken. Of ik kan beter zeggen: tussen de hoofdstad van Syrië (Damascus) en de hoofdstad van Marokko (Rabat). Want van Syrië heb ik niet zo veel meer gezien dan Damascus en de weg naar de grens met Libanon.
anders: in Syrië is nog meer chaos in verkeer dan in Marokko. Ze rijden ontzettend hard, ook in de stad.
anders: ze zijn in Damascus ook lomper in het verkeer. Ze rijden bijvoorbeeld met de auto de smalle drukke straatjes van de oude stad in. Dan denk je: hoe kom je op het idee om hier met een auto te gaan rijden? En dan gaan ze zich toeterend een doorgang door de mensen banen.
zelfde: dat ik opval als westerling. Je loopt ook hier met je blanke en blonde uiterlijk tussen allemaal 'donkere types' (waarover later meer)
anders of zelfde: Dat weet ik niet geheel zeker. In Marokko zie je grote verschillen tussen 'types mensen'. Heel blank, maar ook heel donker, echt negroïde. En in Syrië zijn er ook verschillen, maar niet zozeer in huidskleur. De verschillen in Syrië zijn meer in de gelaatstrekken. Je ziet Koerdische types, maar ook bijna Balkan-achtige mensen. Er is natuurlijk via het Ottomaanse rijk flink wat genetisch materiaal vanuit Turkije, Centraal Azië en de Balkan richting Syrië gekomen, tot zo'n kleine honderd jaar geleden.
Overigens heb ik laatst in Rabat ook een oudere dame ontmoet die als achternaam 'Al Turki' heeft. Haar vader was een Turk, die met de Ottomanen was meegekomen tot Algerije. Verder is het Ottomaanse rijk nooit gekomen, Marokko is niet onder Ottomaanse heerschappij geweest.
zelfde: Dat het in de maand september ook in Syrië Ramadan was. Ik had me erop ingesteld. In Marokko gaan buitenlanders vaak tijdens de Ramadan een poosje weg, want het openbare leven wordt er toch wel door bepaald: restaurants zijn gesloten, of serveren gedurende een maand geen alcohol.
anders: In Damascus werd aanmerkelijk vaker openlijk gegeten, gedronken of gerookt in de Ramadan. In eerste instantie nam ik aan dat het dan om christenen ging, maar dat schijnt toch niet het geval te zijn. In Marokko is het zelfs strafbaar als je tijdens de Ramadan in het openbaar eet, drinkt of rookt.
anders: Het instituut van de collega's in Damascus ligt in een stille wijk aan de buitenkant van Damascus. Het is daar een stuk stiller dan het drukke stadscentrum van Rabat. Het was goed uitslapen op het NIASD.
anders: In Damascus is het weekend op vrijdag en zaterdag. Dat betekent dat er op zondag weer gewerkt moet worden natuurlijk. Maar dat heeft wel een groot voordeel: geen mails of telefoontjes uit Nederland. Maar anderzijds moet de post van de voorgaande vrijdag natuurlijk nog wel worden weggewerkt.
zelfde: Historische plaatsen en gebouwen worden niet echt goed geconserveerd. Dat heb ik zowel in Syrië als in Marokko al vaker geconstateerd. De gebouwen staan er nog, en gelukkig regent het er niet zo heel vaak, anders zouden de gebouwen in snel tempo vervallen.
Wat dat betreft kunnen beide landen een voorbeeld nemen aan Spanje. De manier waarop daar de (islamitische) monumenten in Andalusië zijn gerestaureerd en beheerd is werkelijk voorbeeldig.
anders: Zoals ik al eerder schreef kon ik in Damascus het vrijdaggebed in de moskee bijwonen, iets dat voor mij als niet-moslim in Marokko niet mogelijk is.
Dat zit zo.
Ik heb even geen tijd voor Marokko wegens andere reisplannen. En op het NIMAR is mijn aanwezigheid niet zo heel erg nodig op dit moment. Ik ben de onderwijscoِrdinator, maar er is even geen onderwijs op het NIMAR. Dus ging ik naar Damascus om de collega's en hun instituut aldaar te spreken en te bekijken. En ga ik volgende week ook nog naar Cairo met hetzelfde doel.
En in Nederland is ook meer dan genoeg te doen voor het NIMAR. Er zijn in de eerste weken van oktober op vele universiteiten en hogescholen zogenaamde 'wil-weg-weken'. Studenten krijgen dan allerlei informatie over de mogelijkheden om tijdens hun studie een periode in het buitenland te studeren. En dan is het NIMAR natuurlijk van de partij. Ik ga naar Amsterdam (2x), Rotterdam, Nijmegen en Maastricht om het NIMAR bij de studenten aldaar aan te prijzen.
Terug naar Syrië, en Marokko. Het is misschien wel aardig om een kleine vergelijking tussen Syrië en Marokko te maken. Of ik kan beter zeggen: tussen de hoofdstad van Syrië (Damascus) en de hoofdstad van Marokko (Rabat). Want van Syrië heb ik niet zo veel meer gezien dan Damascus en de weg naar de grens met Libanon.
anders: in Syrië is nog meer chaos in verkeer dan in Marokko. Ze rijden ontzettend hard, ook in de stad.
anders: ze zijn in Damascus ook lomper in het verkeer. Ze rijden bijvoorbeeld met de auto de smalle drukke straatjes van de oude stad in. Dan denk je: hoe kom je op het idee om hier met een auto te gaan rijden? En dan gaan ze zich toeterend een doorgang door de mensen banen.
zelfde: dat ik opval als westerling. Je loopt ook hier met je blanke en blonde uiterlijk tussen allemaal 'donkere types' (waarover later meer)
anders of zelfde: Dat weet ik niet geheel zeker. In Marokko zie je grote verschillen tussen 'types mensen'. Heel blank, maar ook heel donker, echt negroïde. En in Syrië zijn er ook verschillen, maar niet zozeer in huidskleur. De verschillen in Syrië zijn meer in de gelaatstrekken. Je ziet Koerdische types, maar ook bijna Balkan-achtige mensen. Er is natuurlijk via het Ottomaanse rijk flink wat genetisch materiaal vanuit Turkije, Centraal Azië en de Balkan richting Syrië gekomen, tot zo'n kleine honderd jaar geleden.
Overigens heb ik laatst in Rabat ook een oudere dame ontmoet die als achternaam 'Al Turki' heeft. Haar vader was een Turk, die met de Ottomanen was meegekomen tot Algerije. Verder is het Ottomaanse rijk nooit gekomen, Marokko is niet onder Ottomaanse heerschappij geweest.
zelfde: Dat het in de maand september ook in Syrië Ramadan was. Ik had me erop ingesteld. In Marokko gaan buitenlanders vaak tijdens de Ramadan een poosje weg, want het openbare leven wordt er toch wel door bepaald: restaurants zijn gesloten, of serveren gedurende een maand geen alcohol.
anders: In Damascus werd aanmerkelijk vaker openlijk gegeten, gedronken of gerookt in de Ramadan. In eerste instantie nam ik aan dat het dan om christenen ging, maar dat schijnt toch niet het geval te zijn. In Marokko is het zelfs strafbaar als je tijdens de Ramadan in het openbaar eet, drinkt of rookt.
anders: Het instituut van de collega's in Damascus ligt in een stille wijk aan de buitenkant van Damascus. Het is daar een stuk stiller dan het drukke stadscentrum van Rabat. Het was goed uitslapen op het NIASD.
anders: In Damascus is het weekend op vrijdag en zaterdag. Dat betekent dat er op zondag weer gewerkt moet worden natuurlijk. Maar dat heeft wel een groot voordeel: geen mails of telefoontjes uit Nederland. Maar anderzijds moet de post van de voorgaande vrijdag natuurlijk nog wel worden weggewerkt.
zelfde: Historische plaatsen en gebouwen worden niet echt goed geconserveerd. Dat heb ik zowel in Syrië als in Marokko al vaker geconstateerd. De gebouwen staan er nog, en gelukkig regent het er niet zo heel vaak, anders zouden de gebouwen in snel tempo vervallen.
Wat dat betreft kunnen beide landen een voorbeeld nemen aan Spanje. De manier waarop daar de (islamitische) monumenten in Andalusië zijn gerestaureerd en beheerd is werkelijk voorbeeldig.
anders: Zoals ik al eerder schreef kon ik in Damascus het vrijdaggebed in de moskee bijwonen, iets dat voor mij als niet-moslim in Marokko niet mogelijk is.
Lucky bastards die Denen!
Toen mijn collega's van het Nederlands instituut in Damascus hoorden dat ik graag mooie oude gebouwen fotografeer, zeiden ze dat ik ook maar eens moest gaan kijken bij de collega's van het Deens instituut.
Nou dat was inderdaad een verrassing, om jaloers op te worden.
Het NIMAR-pand in Rabat is heus aardig, maar mijn Deense collega's in Damascus hebben het pas echt goed voor elkaar.
Een prachtig pand in de oude stad van Damascus, zeer smaakvol gerestaureerd.
Bekijk de foto's en oordeel zelf.
website Deens instituut: http://www.ambdamaskus.um.dk/en/menu/TheEmbassy/The+Danish+Institute+in+Damascus/
vrijdag, september 26, 2008
Syrische toestanden
Ik zou bij aankomst in Damascus van het vliegveld worden opgehaald door een medewerker van het Nederlands instituut aldaar. Bij aankomst was mijn ophaler er nog niet.
Ik wilde hem bellen, maar mijn Nederlandse mobiele telefoon deed het (nog) niet, dus kon ik hem niet bellen.
Dan maar op zoek naar een openbare telefoon. Daarvoor had ik Syrisch geld nodig.
Maar.... de geldautomaat was buiten bedrijf en de bank was even gesloten wegens bouwwerkzaamheden.
Wat nu? Geen paniek!
Die sluiting van de bank duurde gelukkig maar een kwartiertje.
Toen had ik Syrische ponden. Toen naar het kantoortje van Syriatel.
Ik moest bellen naar het mobiele nummer van mijn ophaler. Dat zou 20 pond kosten. Ik had allemaal briefjes en één munt van 10 pond gekregen voor mijn Euro's. En de man daar had geen wisselgeld. Kan ik dan een telefoonkaart kopen voor de telefoons hier aan de muur? Dat kan wel, maar die kosten 500 pond, en die werken alleen hier op het vliegveld. Niet in de stad.
Welkom in Syrië denk je dan. Wat een toestanden allemaal binnen het eerste half uur. Kunnen ze de zaken hier niet gewoon regelen zoals het hoort? Nou ja, zoals het volgens ons hoort dan. Maar onze manier van werken en denken is niet de enige zaligmakende in de wereld.
Uiteindelijk mocht ik bellen met dat ene muntje van 10 pond en bleek mijn ophaler al dichtbij het vliegveld te zijn, en zou hij na een minuut of tien op het vliegveld arriveren.
En zo kwam alles toch nog goed ;-)
Ik wilde hem bellen, maar mijn Nederlandse mobiele telefoon deed het (nog) niet, dus kon ik hem niet bellen.
Dan maar op zoek naar een openbare telefoon. Daarvoor had ik Syrisch geld nodig.
Maar.... de geldautomaat was buiten bedrijf en de bank was even gesloten wegens bouwwerkzaamheden.
Wat nu? Geen paniek!
Die sluiting van de bank duurde gelukkig maar een kwartiertje.
Toen had ik Syrische ponden. Toen naar het kantoortje van Syriatel.
Ik moest bellen naar het mobiele nummer van mijn ophaler. Dat zou 20 pond kosten. Ik had allemaal briefjes en één munt van 10 pond gekregen voor mijn Euro's. En de man daar had geen wisselgeld. Kan ik dan een telefoonkaart kopen voor de telefoons hier aan de muur? Dat kan wel, maar die kosten 500 pond, en die werken alleen hier op het vliegveld. Niet in de stad.
Welkom in Syrië denk je dan. Wat een toestanden allemaal binnen het eerste half uur. Kunnen ze de zaken hier niet gewoon regelen zoals het hoort? Nou ja, zoals het volgens ons hoort dan. Maar onze manier van werken en denken is niet de enige zaligmakende in de wereld.
Uiteindelijk mocht ik bellen met dat ene muntje van 10 pond en bleek mijn ophaler al dichtbij het vliegveld te zijn, en zou hij na een minuut of tien op het vliegveld arriveren.
En zo kwam alles toch nog goed ;-)
maandag, september 22, 2008
Waanzinnig gebouw bij daglicht
Ik schreef al over de Khan As'ad Basha in Damascus. Ik ben nog een keer teruggegaan om bij daglicht te fotograferen. Ook dat zijn mooie plaatjes geworden. Zonder verder commentaar plaats ik hier nog een paar foto's.

Ook gebouwen kunnen fotogeniek zijn.
Dit gebouw is door dezelfde persoon gebouwd als het beroemde Azam Paleis, dat hooguit honderd meter verderop staat, en dat als museum is ingericht. Ook daar heb ik een paar uur rondgekeken, maar ik was er niet zo ademloos van verwondering als in de Khan. Die afwisseling van zwart en wit en die prachtige bogen en het spel van het zonlicht door de open middelste koepel, ik raakte er niet op uitgekeken (en gefotografeerd, leve de digitale fotografie!).
Ook gebouwen kunnen fotogeniek zijn.
Dit gebouw is door dezelfde persoon gebouwd als het beroemde Azam Paleis, dat hooguit honderd meter verderop staat, en dat als museum is ingericht. Ook daar heb ik een paar uur rondgekeken, maar ik was er niet zo ademloos van verwondering als in de Khan. Die afwisseling van zwart en wit en die prachtige bogen en het spel van het zonlicht door de open middelste koepel, ik raakte er niet op uitgekeken (en gefotografeerd, leve de digitale fotografie!).
Op de bovenstaande foto is goed te zien hoe de geëxposeerde foto's in een vierkant om de fontein zijn opgehangen. De lijn van schaduwen van foto's op de grond in het felle zonlicht geeft m.i. een heel mooi effect
Hieronder foto's van het paleis dat als museum is ingericht, het Azam Palace.
zaterdag, september 20, 2008
Ook een beetje onderzoek in Syrië en Libanon
Mijn bezoek aan Damascus (en Beirut) had twee redenen. De eerste heb ik al genoemd: de onderlinge samenwerking tussen de Nederlandse wetenschappelijke instituten in de Arabische wereld.
Maar ik wilde ook nog iets doen voor mijn eigen onderzoek.
Ik heb al vaker geschreven op mijn blog over het verschijnsel dat ik in Marokko met zoveel belangstelling volg: het toenemend gebruik van het Marokkaans Arabisch dialect (de spreektaal) voor schriftelijke communicatie. Schrijven in de spreektaal dus.
Nu wilde ik tijdens mijn bezoek aan Damascus en Beirut (en volgende maand Cairo) eens kijken hoe het in deze landen is gesteld met het schriftelijk gebruik van de spreektaal.
Ook in dat opzicht is de reis zonder meer geslaagd te noemen.
In Damascus heb ik niet zo veel reclame-affiches gezien met dialect, maar wel aardig wat fragmenten en zelfs vaste rubrieken met geschreven spreektaal in een krant (Baladna). Ook in glossy tijdschriften heb ik diverse fragmenten in spreektaal kunnen lezen.
Maar ik wilde ook nog iets doen voor mijn eigen onderzoek.
Ik heb al vaker geschreven op mijn blog over het verschijnsel dat ik in Marokko met zoveel belangstelling volg: het toenemend gebruik van het Marokkaans Arabisch dialect (de spreektaal) voor schriftelijke communicatie. Schrijven in de spreektaal dus.
Nu wilde ik tijdens mijn bezoek aan Damascus en Beirut (en volgende maand Cairo) eens kijken hoe het in deze landen is gesteld met het schriftelijk gebruik van de spreektaal.
Ook in dat opzicht is de reis zonder meer geslaagd te noemen.
In Damascus heb ik niet zo veel reclame-affiches gezien met dialect, maar wel aardig wat fragmenten en zelfs vaste rubrieken met geschreven spreektaal in een krant (Baladna). Ook in glossy tijdschriften heb ik diverse fragmenten in spreektaal kunnen lezen.
En in Libanon heb ik werkelijk volop reclame-affiches, spandoeken, zuilen etc. gezien met daarop geschreven spreektaal.
Onze heenreis, met collega-arabist Rudolf aan het stuur, werd een ware jacht op affiches. Rudolf moest natuurlijk ook nog een beetje op de weg letten (maar in Libanon neemt men het dus niet zo nauw), maar ik riep regelmatig 'stop!'. De Libanezen hebben zich vast afgevraagd wat die twee westerlingen aan het doen waren als we weer een reclamebord stonden te fotograferen.
Onze heenreis, met collega-arabist Rudolf aan het stuur, werd een ware jacht op affiches. Rudolf moest natuurlijk ook nog een beetje op de weg letten (maar in Libanon neemt men het dus niet zo nauw), maar ik riep regelmatig 'stop!'. De Libanezen hebben zich vast afgevraagd wat die twee westerlingen aan het doen waren als we weer een reclamebord stonden te fotograferen.
Op 'het Instituut' (NIASD) heb ik ook nog een lezing gehouden over dit onderwerp. Ik heb vooral beschreven wat ik als neutrale toeschouwer in Marokko heb waargenomen. Maar ik heb ook aangegeven dat ik in Syrië, in iets mindere mate misschien, hetzelfde zie gebeuren. En dat dit in de (verre?) toekomst wellicht zou kunnen leiden tot een verdringing van het Klassiek Arabisch, zoals in de historie ook is gebeurd met het Latijn in Zuid-Europa.
De reacties uit de zaal waren gematigd en beschaafd afkeurend. Het Klassiek Arabisch is de taal van het cultureel erfgoed, van de godsdienst etc. En als men maar genoeg moeite doet, als de regeringen zorgen voor voldoende scholing etc. dan komt het wel goed met de positie van het Klassiek Arabisch.
Zie ook de website van het NIASD: www.niasd.org
En ook nog groeten uit Beirut
Beirut is maar een uurtje of drie rijden van Damascus. En aangezien het op dit moment redelijk rustig is in Libanon, besloot ik daar ook een kijkje te gaan nemen. Uiteindelijk hoop ik aan het eind van mijn loopbaan alle Arabische landen te hebben afgewerkt, en Libanon had ik ook nog niet gehad, dus kon ik er weer eentje afstrepen.
Mijn in Damascus woonachtige collega-arabist Rudolf had ook wel zin in een uitstapje dus stelde hij zijn auto beschikbaar voor de heenreis, via een toeristische route door de bergen van Libanon.

Libanon is in veel opzichten anders dan Syrië.
Maar het meest opvallend waren toch wel de uiterst strenge (en kennelijk noodzakelijke) veiligheidsmaatregelen.
Roadblocks en check points overal, langs de doorgaande wegen en in de stad. Tanks en pantservoertuigen op strategische plaatsen in de hoofdstad en langs de wegen.
Maar veel overlast heeft dat alles niet bezorgd.
Om overlast en oponthoud te voorkomen heb ik maar geen pogingen gedaan die legerposten te fotograferen.
Maar de sporen van de oorlog zijn overal aanwezig. In de bergen staan nog in puin geschoten huizen. Rudolf merkte op: een huis met een mooi uitzicht kun je hier maar beter niet hebben. Een mooi uitzicht is gelijk aan een strategische positie, en dus komt je huis snel onder vuur te liggen.

Maar ook in Beirut zijn nog veel sporen van de burgeroorlog te zien. Het meest opvallend is het voormalige Holliday Inn Hotel. Het is een hoog gebouw dat op de groene lijn stond, de scheidslijn tussen Oost- en West-Beirut, waar kennelijk met zwaar geschut op is geschoten.

Maar onder de vermoorde premier Rafiq Hariri, zelf miljardair en eigenaar van aannemersbedrijven, is er ook in snel tempo een nieuw centrum in Beirut gebouwd, dat er zeer smaakvol uitziet.

Mijn reisgenoot ging 's avonds terug naar Damascus, maar ik bleef nog een nachtje in Beirut. De volgende dag ben ik met een taxi teruggereden naar Damascus. Dat was een belevenis op zich. Het kant namelijk ook in iets meer dan twee uur (oponthoud aan de grens niet meegerekend).
Eigenlijk kun je stellen dat ze hier in deze landen rijden als gekken. Althans, naar onze maatstaven. Hiermee vergeleken is het verkeer in Marokko echt rustig en voorspelbaar. Kortom, ik was blij dat ik heelhuids Damascus had bereikt. En ik ben echt wel wat gewend, en kan in Marokko lekker meedoen in het verkeer daar.
Ten slotte: hoog op het verlanglijstje van te bezoeken Arabische landen staat ook Dubai. Om die gekte daar een keer met eigen ogen te aanschouwen.
Mijn in Damascus woonachtige collega-arabist Rudolf had ook wel zin in een uitstapje dus stelde hij zijn auto beschikbaar voor de heenreis, via een toeristische route door de bergen van Libanon.
Libanon is in veel opzichten anders dan Syrië.
Maar het meest opvallend waren toch wel de uiterst strenge (en kennelijk noodzakelijke) veiligheidsmaatregelen.
Roadblocks en check points overal, langs de doorgaande wegen en in de stad. Tanks en pantservoertuigen op strategische plaatsen in de hoofdstad en langs de wegen.
Maar veel overlast heeft dat alles niet bezorgd.
Om overlast en oponthoud te voorkomen heb ik maar geen pogingen gedaan die legerposten te fotograferen.
Maar de sporen van de oorlog zijn overal aanwezig. In de bergen staan nog in puin geschoten huizen. Rudolf merkte op: een huis met een mooi uitzicht kun je hier maar beter niet hebben. Een mooi uitzicht is gelijk aan een strategische positie, en dus komt je huis snel onder vuur te liggen.
Maar ook in Beirut zijn nog veel sporen van de burgeroorlog te zien. Het meest opvallend is het voormalige Holliday Inn Hotel. Het is een hoog gebouw dat op de groene lijn stond, de scheidslijn tussen Oost- en West-Beirut, waar kennelijk met zwaar geschut op is geschoten.
Maar onder de vermoorde premier Rafiq Hariri, zelf miljardair en eigenaar van aannemersbedrijven, is er ook in snel tempo een nieuw centrum in Beirut gebouwd, dat er zeer smaakvol uitziet.
Mijn reisgenoot ging 's avonds terug naar Damascus, maar ik bleef nog een nachtje in Beirut. De volgende dag ben ik met een taxi teruggereden naar Damascus. Dat was een belevenis op zich. Het kant namelijk ook in iets meer dan twee uur (oponthoud aan de grens niet meegerekend).
Eigenlijk kun je stellen dat ze hier in deze landen rijden als gekken. Althans, naar onze maatstaven. Hiermee vergeleken is het verkeer in Marokko echt rustig en voorspelbaar. Kortom, ik was blij dat ik heelhuids Damascus had bereikt. En ik ben echt wel wat gewend, en kan in Marokko lekker meedoen in het verkeer daar.
Ten slotte: hoog op het verlanglijstje van te bezoeken Arabische landen staat ook Dubai. Om die gekte daar een keer met eigen ogen te aanschouwen.
dinsdag, september 16, 2008
Waanzinnig gebouw gespot
Gisteravond liep ik wat te wandelen door Damascus en stuitte op een waanzinnig gebouw. Het heet Khan As'ad Basha. Het is een oude caravanserai (pleisterplaats voor handelskaravaans).
Het is in Damasceense stijl gebouwd met verschillende lagen licht- en donkergekleurd steen. Het lijkt op de stijl van de beroemde kathedraal van Sienna (Italië).
Het is in Damasceense stijl gebouwd met verschillende lagen licht- en donkergekleurd steen. Het lijkt op de stijl van de beroemde kathedraal van Sienna (Italië).
Door de koepels, waarvan sommige in het midden open zijn zodat warme lucht kan ontsnappen, geeft het een prachtige indruk als je omhoog kijkt.
Ik heb eerder op mijn blog al foto's van mooie plafonds gepubliceerd, toen uit Andalusië (november 2007).
Maar ook deze zijn geweldig, dankzij die geweldige groothoeklens van mijn liefje waar ik toen ook al over sprak. En de kenner begrijpt het al: ik heb dus een andere camera aangeschaft waar die lens ook op past.
Oordeelt u zelf.
Overigens vond op dat moment juist de officiële opening plaats van een foto-expositie. Ondanks de aanwezigheid van professionele fotografen heb ik toch ook maar mijn camera tevoorschijn gehaald.
Groeten uit Damascus
In het kader van de onderlinge samenwerking tussen de Nederlandse instituten bezoek ik op dit moment het Nederlands Instituut voor Academische Studiën Damascus (NIASD).
Het is heel lang geleden dat ik in Syrië en in Damascus was. Het was 1979, en ik was nog student Arabisch.
Hier bevind ik mij in het hart van de Arabische wereld en van de Arabische cultuur.
Het is heel lang geleden dat ik in Syrië en in Damascus was. Het was 1979, en ik was nog student Arabisch.
Hier bevind ik mij in het hart van de Arabische wereld en van de Arabische cultuur.
Er staat hier een specifiek monument waarop ik mij erg verheugde: de Omayyadenmoskee in Damascus. Gebouwd door de Omayyadendynastie, de eerste dynastie van islamitische heersers die het Arabisch schiereiland (ongeveer het huidige Saoedi Arabië) verlieten om elders hun hoofdstad te stichten. Terwijl de islam toch ontstaan was in Mekka en Medina, beide steden op dat schiereiland.
De oude stad van Damascus geldt als de oudste permanent bewoonde stad ter wereld. De "Rechte straat" (shari' al-mustaqim) wordt al in de Bijbel genoemd en bestaat nog steeds.
Er is een hele waslijst aan verschillen en overeenkomsten tussen Syrië en Marokko te noemen. Ik kom daar misschien nog wel een keer op terug.
Maar wat voor mij als regelmatige Marokkoganger een groot verschil maakt, is dat ik als niet-moslim hier zo iedere moskee kan binnenstappen. Als ik tenminste mijn schoenen maar uitdoe ;-)
In Marokko mogen niet-moslims de moskeeën niet in. Met uitzondering van de grote Hassan II moskee in Casablanca, daar worden (prijzige) rondleidingen voor toeristen gegeven.
De reden dat niet-moslims in Marokko niet in de moskee mogen, stamt nog uit de tijd van de Franse overheersing. Op zeker moment ontstond er in Marokko een gevoel van nationalisme en streven naar onafhankelijkheid. De Franse resident-generaal besloot toen de Marokkanen niet te veel te provoceren (met misschien een versnelling van die onafhankelijkheidsgevoelens) door de Fransen, en daarmee alle niet-moslims, de toegang tot de moskee te ontzeggen. En na de onafhankelijkheid is die regel in Marokko nooit afgeschaft. Misschien is Marokko wel het enige islamitische land waar die regel geldt.
Maar hier in Damascus gelden zulke beperkingen niet. En dus kon ik op vrijdag in de loop van de ochtend de Omayyadenmoskee binnenstappen en daar een paar uur blijven rondhangen tot na het vrijdaggebed. Dat is het belangrijkste gebed binnen de islam, waarbij niet alleen een gebed wordt gebeden, maar ook een preek wordt verzorgd door de imam.
Ten eerste heb ik flink lopen fotograferen in de moskee. Mijn dia's uit 1979 beginnen in kwaliteit achteruit te lopen, en ik beschik ook over betere apparatuur tegenwoordig. Het resultaat staat hier, en misschien binnenkort nog wel wat meer op mijn webalbum.
Vervolgens ben ik ergens op een randje gaan zitten, en heb ik zitten kijken wat er allemaal de moskee binnenstroomde, en later ook weer naar buiten.
De gebedsruimte is gigantisch groot (schatting: 120 x 40 m), maar was niet helemaal gevuld. Aangezien het Ramadan is op dit moment, had ik dat toch wel verwacht. Maar goed, er waren vele honderden mensen binnen. Daarvan heb ik overigens geen foto's gemaakt.
Er is een hele waslijst aan verschillen en overeenkomsten tussen Syrië en Marokko te noemen. Ik kom daar misschien nog wel een keer op terug.
Maar wat voor mij als regelmatige Marokkoganger een groot verschil maakt, is dat ik als niet-moslim hier zo iedere moskee kan binnenstappen. Als ik tenminste mijn schoenen maar uitdoe ;-)
In Marokko mogen niet-moslims de moskeeën niet in. Met uitzondering van de grote Hassan II moskee in Casablanca, daar worden (prijzige) rondleidingen voor toeristen gegeven.
De reden dat niet-moslims in Marokko niet in de moskee mogen, stamt nog uit de tijd van de Franse overheersing. Op zeker moment ontstond er in Marokko een gevoel van nationalisme en streven naar onafhankelijkheid. De Franse resident-generaal besloot toen de Marokkanen niet te veel te provoceren (met misschien een versnelling van die onafhankelijkheidsgevoelens) door de Fransen, en daarmee alle niet-moslims, de toegang tot de moskee te ontzeggen. En na de onafhankelijkheid is die regel in Marokko nooit afgeschaft. Misschien is Marokko wel het enige islamitische land waar die regel geldt.
Maar hier in Damascus gelden zulke beperkingen niet. En dus kon ik op vrijdag in de loop van de ochtend de Omayyadenmoskee binnenstappen en daar een paar uur blijven rondhangen tot na het vrijdaggebed. Dat is het belangrijkste gebed binnen de islam, waarbij niet alleen een gebed wordt gebeden, maar ook een preek wordt verzorgd door de imam.
Ten eerste heb ik flink lopen fotograferen in de moskee. Mijn dia's uit 1979 beginnen in kwaliteit achteruit te lopen, en ik beschik ook over betere apparatuur tegenwoordig. Het resultaat staat hier, en misschien binnenkort nog wel wat meer op mijn webalbum.
Vervolgens ben ik ergens op een randje gaan zitten, en heb ik zitten kijken wat er allemaal de moskee binnenstroomde, en later ook weer naar buiten.
De gebedsruimte is gigantisch groot (schatting: 120 x 40 m), maar was niet helemaal gevuld. Aangezien het Ramadan is op dit moment, had ik dat toch wel verwacht. Maar goed, er waren vele honderden mensen binnen. Daarvan heb ik overigens geen foto's gemaakt.
Toen die allemaal weer naar buiten moesten, veroorzaakte dat een aardige opstopping, want iedereen moet bij het naar buiten stappen zijn schoenen weer aantrekken, wat natuurlijk toch wat oponthoud veroorzaakt.
Als mensen trouwens hun schoenen parkeren voor de ingang van de gebedsruimte, hebben de beheerders daar een heel praktische oplossing voor. Een mannetje met een trekker (waarmee je de vloer dweilt) trekt alle schoenen op een grote hoop, en zoek het maar uit aan het einde van de dienst.
Mijn schoenen werden overigens persoonlijk bewaakt door de ambtenaar bij de hoofdingang. Ik mocht ze in zijn wachthuisje zetten zodat ik me verder niet met mijn schoenen hoefde bezig te houden.
Ook hier doet een mondje Arabisch toch altijd weer wonderen. En al spreek ik het Syrische dialect niet zo best (het wijkt nogal af van het Marokkaans), met Standaard Arabisch kom je ook een heel eind, want iedereen heeft hier op school Standaard Arabisch geleerd.
Misschien kom ik binnenkort nog terug op mijn belevenissen in Damascus, of in Beirut, waar ik donderdag en vrijdag eens ga kijken. Dat wordt dan mijn eerste bezoek aan Libanon.
woensdag, juli 23, 2008
de Hoge Atlas, het pure Marokko
Enkele weken geleden ben ik weer eens in bekend gebied ten zuiden van de Hoge Atlas geweest.
Om daar te komen moet je over een bergpas heen.
Er zijn drie passen begaanbaar met gewone auto's.
In het westen heb je de Tizi n'Test (Tizi is Berbers voor 'pas'), op de weg naar Taroudant.


Agoudal ligt op ongeveer 2000 meter hoogte, hetgeen betekent dat het er 's winters behoorlijk winter kan zijn. Er kan maandenlang sneeuw liggen. Dat is in de maand mei niet meer zo, maar aan de vorderingen in de groei van het graan kun je zien dat het seizoen hier maanden later valt dan zo'n 100 kilometer zuidelijker in de vlakte ten zuiden van de Hoge Atlas. Terwijl in de vlakte het graan al is geoogst, staat het in Agoudal nog heel fris groen en laag. Ik weet van vroegere reizen dat in Agoudal het graan pas in september wordt geoogst.
Een andere favoriete route door de Atlas is de weg (en later piste) die vanaf de Tizi n'Tichka via Telouet en Ait Ben Haddou uitkomt bij Ouarzazate.
Om daar te komen moet je over een bergpas heen.
Er zijn drie passen begaanbaar met gewone auto's.
In het westen heb je de Tizi n'Test (Tizi is Berbers voor 'pas'), op de weg naar Taroudant.
Iets oostelijker is er de Tizi n'Tichka, op de weg naar Ouarzazate. Beide passen zijn zo'n 2100 meter hoog.
En meer oostelijk is er de weg van Errachidia naar Midelt. Daar is eigenlijk niet meer echt sprake van een bergpas omdat het Atlasgebergte daar langzaam overgaat in 'rustiger' landschap.
En dan is er in het midden nog een pas die ik met een gewone auto niet echt zou aanraden want deze pas is onverhard (piste). Het wordt wel gedaan, zowel door de lokale bewoners als door een enkele buitenlander. Dit betreft de weg die vanuit Tingerhir en de Gorges de Todgha recht naar het noorden leidt, via Ait Hani, Agoudal naar Imilchil. Tussen Ait Hani en Agoudal passeer je de Tizi n'Tizherhouzine, die tot zo'n 2700 meter gaat. Het is een goed bereidbare piste als je over een 4x4 beschikt.
En dan is er in het midden nog een pas die ik met een gewone auto niet echt zou aanraden want deze pas is onverhard (piste). Het wordt wel gedaan, zowel door de lokale bewoners als door een enkele buitenlander. Dit betreft de weg die vanuit Tingerhir en de Gorges de Todgha recht naar het noorden leidt, via Ait Hani, Agoudal naar Imilchil. Tussen Ait Hani en Agoudal passeer je de Tizi n'Tizherhouzine, die tot zo'n 2700 meter gaat. Het is een goed bereidbare piste als je over een 4x4 beschikt.
In mei 2008 was de weg vanaf Tinerhir tot Ait Hani geasfalteerd. En ongeveer tien kilometer voor Imilchil (bij de weg die vanaf Rich komt) was er weer asfalt. Dat betekent dat er ongeveer 40 kilometer niet verhard was. Vanaf Imilchil naar het noorden (El Ksiba of El Kebab) is de weg ook prima geasfalteerd.
Het Atlasgebergte is mijn favoriete gebied in Marokko. Over Imilchil heb ik een jaar geleden al eens uitgebreid geschreven. Nu benaderde ik Imilchil weer eens uit het zuiden en kwam ik dus via Agoudal. Dat dorp is prachtig gelegen tegen een helling en langs een vallei waar volop graan wordt verbouwd.
Het Atlasgebergte is mijn favoriete gebied in Marokko. Over Imilchil heb ik een jaar geleden al eens uitgebreid geschreven. Nu benaderde ik Imilchil weer eens uit het zuiden en kwam ik dus via Agoudal. Dat dorp is prachtig gelegen tegen een helling en langs een vallei waar volop graan wordt verbouwd.
Agoudal ligt op ongeveer 2000 meter hoogte, hetgeen betekent dat het er 's winters behoorlijk winter kan zijn. Er kan maandenlang sneeuw liggen. Dat is in de maand mei niet meer zo, maar aan de vorderingen in de groei van het graan kun je zien dat het seizoen hier maanden later valt dan zo'n 100 kilometer zuidelijker in de vlakte ten zuiden van de Hoge Atlas. Terwijl in de vlakte het graan al is geoogst, staat het in Agoudal nog heel fris groen en laag. Ik weet van vroegere reizen dat in Agoudal het graan pas in september wordt geoogst.
Een andere favoriete route door de Atlas is de weg (en later piste) die vanaf de Tizi n'Tichka via Telouet en Ait Ben Haddou uitkomt bij Ouarzazate.
Ik ken deze route al vele jaren, maar heb hem niet zo heel vaak gereden. Het is een kilometer of 40-50 met een zeer pittige piste. Op sommige stukken heb je het idee dat je een trap op of af rijdt, zo bonkig zijn sommige stukken.
Deze route is echt sterk af te raden als je geen 4x4 hebt.
Over Telouet en de daar staande oude kasbah van de Glaoui (Pasja) van Marrakech zal ik binnenkort nog iets schrijven.
Ait Ben Haddou is een prachtig dorpje met oude lemen kasbahs. Het dorp staat op de lijst van werelderfgoed van UNESCO. Er zijn opnames voor beroemde films gemaakt.
Deze route is echt sterk af te raden als je geen 4x4 hebt.
Over Telouet en de daar staande oude kasbah van de Glaoui (Pasja) van Marrakech zal ik binnenkort nog iets schrijven.
Ait Ben Haddou is een prachtig dorpje met oude lemen kasbahs. Het dorp staat op de lijst van werelderfgoed van UNESCO. Er zijn opnames voor beroemde films gemaakt.
Overvliegende ooievaars
In Rabat en omstreken zitten veel ooievaars met hun nesten. De monding van de rivier de Bouregreg is breed en moerassig. Er zitten blijkbaar veel kikkers.
Vorige week reed ik naar het vliegveld van Rabat om iemand op te halen.
Over de weg vloog een ooievaar. Maar hij vloog niet alleen, hij moest ook nog iets kwijt.
Flats..... ineens zat er een gigantische flats ooievaarpoep op mijn voorruit.
Op het vliegveld kon ik met anderhalve liter water de ruit weer aardig schoon krijgen, maar hier en daar op de auto waren nog wel wat resten poep overgebleven.
De moraal van het verhaal: kijk uit voor ooievaars boven de weg.
En wie schetst mijn verbazing toen ik deze week op een lantaarnpaal in de middenberm van de A13 bij Delft ook twee jonge ooievaars zag zitten.
U bent gewaarschuwd!
Vorige week reed ik naar het vliegveld van Rabat om iemand op te halen.
Over de weg vloog een ooievaar. Maar hij vloog niet alleen, hij moest ook nog iets kwijt.
Flats..... ineens zat er een gigantische flats ooievaarpoep op mijn voorruit.
Op het vliegveld kon ik met anderhalve liter water de ruit weer aardig schoon krijgen, maar hier en daar op de auto waren nog wel wat resten poep overgebleven.
De moraal van het verhaal: kijk uit voor ooievaars boven de weg.
En wie schetst mijn verbazing toen ik deze week op een lantaarnpaal in de middenberm van de A13 bij Delft ook twee jonge ooievaars zag zitten.
U bent gewaarschuwd!
Salsa in Rabat
Ik had laatst al eens gehoord dat er in een disco aan de buitenkant van Rabat op dinsdagavond salsa-avond is.
Ik doe sinds een half jaartje ook wat schoorvoetende salsapasjes, dus stelde voor aan de cursisten van de zomercursus dat we dinsdagavond zouden gaan salsaën.
Uiteindelijk gingen twee van de dames van de cursus mee, maar die zaten in een gastgezin met nog meer dames.
Uiteindelijk bleek dat ik in mijn eentje met zes dames op stap ging.
Ik had deze week een heel klein huurautootje, de kleinste Chevrolet. Dat klinkt deftig is maar het is 'slechts' een kleine Dae Woo.
Ik zei: "Dan moeten we er maar een taxi bij nemen". "Ach laten we het eens proberen in jouw auto" zei één van de dames.
En zo waar het paste. De twee slankste dames samen op de andere voorstoel, en de andere vier achterin.
Zo ging ik (51) op stap met zes meiden van 18 tot ongeveer 25 jaar.
Moest je de Marokkanen (mannen) zien kijken als we voor een stoplicht stonden, en toen al die dames (en die ene ouwe kerel) uit dat mini-autootje stapten bij de disco.
En toen we later (bescheiden tijd, 0.15) weer instapten.
Het was ook één grote Babylonische spraakverwarring met die club meiden.
S1 = half Marokkaans half Nederlands, spreekt na 2 dagen les in Rabat ongeveer 25 woorden Marokkaans
S2 = geheel Marokkaans maar geboren in Nederland, spreekt alleen Rifberbers (zoiets als Fries voor de mensen in Rabat), en dezelfde 25 woorden Marokkaans na twee dagen les.
Y = geheel Nederlands, studente Arabisch die al een aantal maanden voor stage in Rabat zit. Spreekt Marokkaans met een flink Midden-Oosters accent.
R = Amerikaanse studente die alleen Klassiek Arabisch spreekt, en Engels uiteraard
S3 = dochter uit het gastgezin, spreekt volledig Arabisch en een beetje Engels
F = nicht van het gastgezin, uitsluitend Arabisch sprekend.
R (de Amerikaanse) was trouwens wel de ster van de dansvloer. Ze was hier duidelijk al vaker geweest en kan salsa dansen als de beste. De DJ stond meer met haar op de dansvloer dan dat hij achter zijn apparatuur te vinden was. Na afloop was R ook heel vriendelijk tegen mij, want ik had volgens haar 'the good moves' voor de merengue, terwijl ik toch echt nog een beginner ben op mijn ouwe dag.
En in de disco zag ik al die jonge Marokkaanse mannen voortdurend in onze richting kijken. Een enkeling probeerde een praatje te maken, maar de dames gaven geen sjoege, of vroegen aan mij "Jan, bescherm ons tegen enge mannen". En het was natuurlijk ook volstrekt onduidelijk in welke taal welke dame nu kon worden aangesproken.
Ondertussen maakte ik een praatje met deze of gene van de zes dames, en ook een paar dansjes, en je zag die Marokkaanse jongemannen denken "Het is niet eerlijk".
Wat misschien ook wel opmerkelijk is: de vader van het gastgezin (oud-politieman) gaf zijn zes 'dochters' met een gerust hart aan mij mee naar de disco.
Het was een gezellige happening. Minder positief was het feit dat ook na 1-7-2008 in de Marokkaanse horeca helaas nog volop gerookt wordt. En dat de 'jus de fruit' volgens Y uit ordinaire ranja bestond. Die kostte wel 45 Dirham, zo'n 4 euro, en dat is voor Marokkaanse begrippen een heel duur drankje.
Ik doe sinds een half jaartje ook wat schoorvoetende salsapasjes, dus stelde voor aan de cursisten van de zomercursus dat we dinsdagavond zouden gaan salsaën.
Uiteindelijk gingen twee van de dames van de cursus mee, maar die zaten in een gastgezin met nog meer dames.
Uiteindelijk bleek dat ik in mijn eentje met zes dames op stap ging.
Ik had deze week een heel klein huurautootje, de kleinste Chevrolet. Dat klinkt deftig is maar het is 'slechts' een kleine Dae Woo.
Ik zei: "Dan moeten we er maar een taxi bij nemen". "Ach laten we het eens proberen in jouw auto" zei één van de dames.
En zo waar het paste. De twee slankste dames samen op de andere voorstoel, en de andere vier achterin.
Zo ging ik (51) op stap met zes meiden van 18 tot ongeveer 25 jaar.
Moest je de Marokkanen (mannen) zien kijken als we voor een stoplicht stonden, en toen al die dames (en die ene ouwe kerel) uit dat mini-autootje stapten bij de disco.
En toen we later (bescheiden tijd, 0.15) weer instapten.
Het was ook één grote Babylonische spraakverwarring met die club meiden.
S1 = half Marokkaans half Nederlands, spreekt na 2 dagen les in Rabat ongeveer 25 woorden Marokkaans
S2 = geheel Marokkaans maar geboren in Nederland, spreekt alleen Rifberbers (zoiets als Fries voor de mensen in Rabat), en dezelfde 25 woorden Marokkaans na twee dagen les.
Y = geheel Nederlands, studente Arabisch die al een aantal maanden voor stage in Rabat zit. Spreekt Marokkaans met een flink Midden-Oosters accent.
R = Amerikaanse studente die alleen Klassiek Arabisch spreekt, en Engels uiteraard
S3 = dochter uit het gastgezin, spreekt volledig Arabisch en een beetje Engels
F = nicht van het gastgezin, uitsluitend Arabisch sprekend.
R (de Amerikaanse) was trouwens wel de ster van de dansvloer. Ze was hier duidelijk al vaker geweest en kan salsa dansen als de beste. De DJ stond meer met haar op de dansvloer dan dat hij achter zijn apparatuur te vinden was. Na afloop was R ook heel vriendelijk tegen mij, want ik had volgens haar 'the good moves' voor de merengue, terwijl ik toch echt nog een beginner ben op mijn ouwe dag.
En in de disco zag ik al die jonge Marokkaanse mannen voortdurend in onze richting kijken. Een enkeling probeerde een praatje te maken, maar de dames gaven geen sjoege, of vroegen aan mij "Jan, bescherm ons tegen enge mannen". En het was natuurlijk ook volstrekt onduidelijk in welke taal welke dame nu kon worden aangesproken.
Ondertussen maakte ik een praatje met deze of gene van de zes dames, en ook een paar dansjes, en je zag die Marokkaanse jongemannen denken "Het is niet eerlijk".
Wat misschien ook wel opmerkelijk is: de vader van het gastgezin (oud-politieman) gaf zijn zes 'dochters' met een gerust hart aan mij mee naar de disco.
Het was een gezellige happening. Minder positief was het feit dat ook na 1-7-2008 in de Marokkaanse horeca helaas nog volop gerookt wordt. En dat de 'jus de fruit' volgens Y uit ordinaire ranja bestond. Die kostte wel 45 Dirham, zo'n 4 euro, en dat is voor Marokkaanse begrippen een heel duur drankje.
maandag, juli 21, 2008
Nieuw: de antizoenpolitie
Ik schreef een paar weken geleden al een verhaal over de Marokkaanse politie.
Vorige week heb ik nog een nieuwe ervaring gehad met een bewaker in een botanische tuin. Toen wij even op een bankje gingen zitten en elkaar een (bescheiden) zoen gaven, kwam de bewaker toevallig net langs en zei: "monsieur, c'est interdit" (dat is verboden).
Kennelijk is het in de botanische tuin niet toegestaan te zoenen.
Vorige week heb ik nog een nieuwe ervaring gehad met een bewaker in een botanische tuin. Toen wij even op een bankje gingen zitten en elkaar een (bescheiden) zoen gaven, kwam de bewaker toevallig net langs en zei: "monsieur, c'est interdit" (dat is verboden).
Kennelijk is het in de botanische tuin niet toegestaan te zoenen.
De reden is (denk ik) dat het anders een ontmoetingsplek voor Marokkaanse verliefde stelletjes zou kunnen worden. Want jonge stelletjes hebben niet veel mogelijkheden om elkaar met een beetje privacy te ontmoeten. Zo'n tuin met stille hoekjes en bankjes zou dan een uitkomst kunnen zijn.
Toen we buiten de tuin kwamen stond daar trouwens een bord met daarop in drie talen de regels die gelden in de tuin. Dat het verboden is om te zoenen staat daar niet op.
Toen we buiten de tuin kwamen stond daar trouwens een bord met daarop in drie talen de regels die gelden in de tuin. Dat het verboden is om te zoenen staat daar niet op.
Hieronder de tekst in het Arabisch.
zondag, juni 29, 2008
Bling bling in Fes
De mooiste stad van Marokko blijft voor mij nog altijd Fes. Ooit had ik zelfs het idee het NIMAR in Fes te vestigen. Maar er waren allerlei praktische redenen om in Rabat te zitten met ons instituut.
Maar Fes is zo prachtig authentiek. De oude stad van Fes (de medina, Fes El Bali) is op veel plaatsen nog echt middeleeuws.
Dat heeft ook zijn nadelen, veel van die oude gebouwen staan op instorten, en op veel plaatsen zijn de gebouwen gestut met flinke houten constructies.
In Fes viert men dit jaar het twaalfhonderjarig bestaan van de stad.
Ik was vorige week weer eens een weekend in Fes, om mijn geliefde met die concurrent te laten kennismaken.
Ook zij was (als bouwkundige) op slag verliefd op deze stad, die een groot aantal architectonische monumenten bevat. Er staan prachtige eeuwenoude moskeeën en medersa's (scholen voor islamitisch onderwijs). We hebben samen weer de nodige geheugenkaartjes volgeschoten. Binnenkort plaats ik nog wel een paar resultaten hiervan op deze blog.
Om dat twaalfhonderjarig bestaan te vieren is ook de wereldberoemde Bab (poort) Boujloud versierd met een soort kerstverlichting.
Maar Fes is zo prachtig authentiek. De oude stad van Fes (de medina, Fes El Bali) is op veel plaatsen nog echt middeleeuws.
Dat heeft ook zijn nadelen, veel van die oude gebouwen staan op instorten, en op veel plaatsen zijn de gebouwen gestut met flinke houten constructies.
In Fes viert men dit jaar het twaalfhonderjarig bestaan van de stad.
Ik was vorige week weer eens een weekend in Fes, om mijn geliefde met die concurrent te laten kennismaken.
Ook zij was (als bouwkundige) op slag verliefd op deze stad, die een groot aantal architectonische monumenten bevat. Er staan prachtige eeuwenoude moskeeën en medersa's (scholen voor islamitisch onderwijs). We hebben samen weer de nodige geheugenkaartjes volgeschoten. Binnenkort plaats ik nog wel een paar resultaten hiervan op deze blog.
Om dat twaalfhonderjarig bestaan te vieren is ook de wereldberoemde Bab (poort) Boujloud versierd met een soort kerstverlichting.
Zie hier het resultaat. Dit is de buitenkant van de poort, die normaal blauw is.
We zullen maar hopen dat over niet al te lange tijd die verlichting weer verwijderd zal zijn.
We zullen maar hopen dat over niet al te lange tijd die verlichting weer verwijderd zal zijn.
zaterdag, juni 07, 2008
schade- en boetevrij rijden in Marokko
Overal in Marokko is politie, je kunt haast niets doen zonder dat een agent het ziet. Kees Beekmans schreef er al eens een paar columns over. Is Marokko een politiestaat of niet?
Maar al die politiemannen hebben dus ook werk. Als al die tienduizenden agenten er niet zouden staan op elke straathoek, elk kruispunt en bij elk stoplicht, dan zouden er dus tienduizenden werklozen meer zijn.
Tot dat inzicht kwam ik tijdens mijn bezoek aan de gevangenis. Ik verbaasde me over al die mensen die bezig zijn met stempels zetten, dingen overschrijven van het ene boek in het andere etc. etc. In eerste instantie dacht ik: 'dat moet toch efficiënter kunnen met een of twee PC's'. Maar in tweede instantie bedacht ik toen dat zoiets, indien in heel Marokko toegepast, vele arbeidsplaatsen zou schelen, en dus vele werklozen meer zou betekenen. Niet dat die mensen daar nou zo heel veel verdienen. Lage ambtenaren moeten rondkomen van pakweg vier- of vijfduizend dirham per maand. Dat is zo’n vier- tot vijfhonder euro, bepaald geen vetpot, ook in Marokko niet. Maar werkloosheidsuitkeringen of bijstand hebben ze hier niet, dus een efficiëntieverbetering bij de overheid zou rampzalig zijn voor vele tienduizenden ambtenaren en hun gezinnen.
Verder lijkt het er wel eens op dat die agenten zichzelf moeten terugverdienen. Overal staan ze met laserguns naleving van de maximumsnelheid te controleren (60 km binnen de bebouwde kom, 100 erbuiten, 120 op de autosnelweg).
Vrienden en collega's met gele nummerplaten kunnen daar meestal aan ontkomen. Ze zijn diplomaat, journalist of 'buitenlandse hulpverlener'. Met die status krijg je 'plaques jaunes' (gele nummerplaten), en die worden door de politie meestal met rust gelaten. Zeker met de willekeurige controles langs de wegen.
Een keer is het me niet gelukt me eruit te kletsen, toen moest ik 400 Dirham betalen voor een overschrijding van de maximumsnelheid met 3(!) kilometer. Ik reed 63 waar je 60 mocht. Ik reed toen wel met een dikke Peugeot 407 met gewone witte nummerplaten.
Een andere belevenis met de Marokkaanse politie. Een kennis had een aanrijding gehad en moest op het bureau komen om een verklaring af te leggen. Die verklaring werd in het Arabisch opgesteld, dus vroeg mijn kennis of ik mee wilde om hem terug te vertalen voordat hij het zou ondertekenen.
We kwamen terecht in een ongelofelijk sneu lokaal met meubilair dat nauwelijks dat predikaat verdiende. Met veel moeite kon men voor ons buitenlanders twee stoelen vinden die nog voorzien waren van voldoende poten, een zitting en een rugleuning.
Een ouderwetse (Arabische) typemachine werd gevuld met een stapel papier (pakweg 8 of 10 velletjes met carbonnetjes ertussen) en het typen begon. In belendende kamertjes (alleen door manshoge schotten afgescheiden, dus het geluid werd niet gedempt) werd volop gediscussieerd en ruzie gemaakt. Bij ons liepen ook voortdurend andere mensen in en uit, en ondertussen diende de verklaring te worden opgesteld. Ook mijn gegevens werden in het proces verbaal opgenomen als de vertaler. Na afronding van de verklaring kon ik hem inderdaad terugvertalen. Het was een keurige weergave in het Arabisch van de verklaring van mijn kennis. Nu moest de andere partij nog een verklaring afleggen en dan kon de zaak naar de officier van justitie, en daarna zou er een kopie voor de verzekeringsmaatschappij beschikbaar zijn. Al met al een ruime week na de aanrijding zou de verzekering aan het werk gezet kunnen worden.
Ter informatie: inmiddels zijn we al zeker zes weken verder, maar de Marokkaanse verzekeringsmaatschappij heeft nog geen toestemming gegeven om te beginnen met de reparatie.
Dan nog twee korte anekdotes over de Marokkaanse politie.
Ik liep ’s avonds in het donker langs het Frans Instituut. Een agent van politie, belast met de bewaking van het instituut, had zijn hand al aan zijn broek, en keek langs mij heen of er andere voetgangers aankwamen. Op het moment dat ik hem gepasseerd was draaide hij zich naar de muur van onze Franse collega's en begon wildplassend het Frans Instituut te bevuilen.
Toen ik aan een Marokkaanse vriendin vroeg 'mag je hier wildplassen?' was het antwoord uiteraard 'nee'. Toen ik vroeg 'wat doe je als je een agent ziet wildplassen?' antwoordde ze: 'doorlopen' ;‑)
En de anekdote van de verkeersagent die zijn dienst erop had zitten.
Hij stond nog midden op de kruising, en zag de bus passeren die hem rechtstreeks van zijn dienstplek naar huis zou brengen. Dus wat deed hij? Hij blies met alle kracht op zijn fluitje. De buschauffeur remde, vrezend dat hij een overtreding had begaan, maar hoefde alleen maar de deur te openen voor de agent die naar de bus toe sprintte en erin sprong. Zijn dienst zat erop.
Maar al die politiemannen hebben dus ook werk. Als al die tienduizenden agenten er niet zouden staan op elke straathoek, elk kruispunt en bij elk stoplicht, dan zouden er dus tienduizenden werklozen meer zijn.
Tot dat inzicht kwam ik tijdens mijn bezoek aan de gevangenis. Ik verbaasde me over al die mensen die bezig zijn met stempels zetten, dingen overschrijven van het ene boek in het andere etc. etc. In eerste instantie dacht ik: 'dat moet toch efficiënter kunnen met een of twee PC's'. Maar in tweede instantie bedacht ik toen dat zoiets, indien in heel Marokko toegepast, vele arbeidsplaatsen zou schelen, en dus vele werklozen meer zou betekenen. Niet dat die mensen daar nou zo heel veel verdienen. Lage ambtenaren moeten rondkomen van pakweg vier- of vijfduizend dirham per maand. Dat is zo’n vier- tot vijfhonder euro, bepaald geen vetpot, ook in Marokko niet. Maar werkloosheidsuitkeringen of bijstand hebben ze hier niet, dus een efficiëntieverbetering bij de overheid zou rampzalig zijn voor vele tienduizenden ambtenaren en hun gezinnen.
Verder lijkt het er wel eens op dat die agenten zichzelf moeten terugverdienen. Overal staan ze met laserguns naleving van de maximumsnelheid te controleren (60 km binnen de bebouwde kom, 100 erbuiten, 120 op de autosnelweg).
Vrienden en collega's met gele nummerplaten kunnen daar meestal aan ontkomen. Ze zijn diplomaat, journalist of 'buitenlandse hulpverlener'. Met die status krijg je 'plaques jaunes' (gele nummerplaten), en die worden door de politie meestal met rust gelaten. Zeker met de willekeurige controles langs de wegen.
Een keer is het me niet gelukt me eruit te kletsen, toen moest ik 400 Dirham betalen voor een overschrijding van de maximumsnelheid met 3(!) kilometer. Ik reed 63 waar je 60 mocht. Ik reed toen wel met een dikke Peugeot 407 met gewone witte nummerplaten.
Een andere belevenis met de Marokkaanse politie. Een kennis had een aanrijding gehad en moest op het bureau komen om een verklaring af te leggen. Die verklaring werd in het Arabisch opgesteld, dus vroeg mijn kennis of ik mee wilde om hem terug te vertalen voordat hij het zou ondertekenen.
We kwamen terecht in een ongelofelijk sneu lokaal met meubilair dat nauwelijks dat predikaat verdiende. Met veel moeite kon men voor ons buitenlanders twee stoelen vinden die nog voorzien waren van voldoende poten, een zitting en een rugleuning.
Een ouderwetse (Arabische) typemachine werd gevuld met een stapel papier (pakweg 8 of 10 velletjes met carbonnetjes ertussen) en het typen begon. In belendende kamertjes (alleen door manshoge schotten afgescheiden, dus het geluid werd niet gedempt) werd volop gediscussieerd en ruzie gemaakt. Bij ons liepen ook voortdurend andere mensen in en uit, en ondertussen diende de verklaring te worden opgesteld. Ook mijn gegevens werden in het proces verbaal opgenomen als de vertaler. Na afronding van de verklaring kon ik hem inderdaad terugvertalen. Het was een keurige weergave in het Arabisch van de verklaring van mijn kennis. Nu moest de andere partij nog een verklaring afleggen en dan kon de zaak naar de officier van justitie, en daarna zou er een kopie voor de verzekeringsmaatschappij beschikbaar zijn. Al met al een ruime week na de aanrijding zou de verzekering aan het werk gezet kunnen worden.
Ter informatie: inmiddels zijn we al zeker zes weken verder, maar de Marokkaanse verzekeringsmaatschappij heeft nog geen toestemming gegeven om te beginnen met de reparatie.
Dan nog twee korte anekdotes over de Marokkaanse politie.
Ik liep ’s avonds in het donker langs het Frans Instituut. Een agent van politie, belast met de bewaking van het instituut, had zijn hand al aan zijn broek, en keek langs mij heen of er andere voetgangers aankwamen. Op het moment dat ik hem gepasseerd was draaide hij zich naar de muur van onze Franse collega's en begon wildplassend het Frans Instituut te bevuilen.
Toen ik aan een Marokkaanse vriendin vroeg 'mag je hier wildplassen?' was het antwoord uiteraard 'nee'. Toen ik vroeg 'wat doe je als je een agent ziet wildplassen?' antwoordde ze: 'doorlopen' ;‑)
En de anekdote van de verkeersagent die zijn dienst erop had zitten.
Hij stond nog midden op de kruising, en zag de bus passeren die hem rechtstreeks van zijn dienstplek naar huis zou brengen. Dus wat deed hij? Hij blies met alle kracht op zijn fluitje. De buschauffeur remde, vrezend dat hij een overtreding had begaan, maar hoefde alleen maar de deur te openen voor de agent die naar de bus toe sprintte en erin sprong. Zijn dienst zat erop.
zondag, mei 25, 2008
stem op mij!
zondag, april 06, 2008
informele economie
Als Paolo (directeur NIMAR) en ik in Rabat of een andere Marokkaanse stad over straat lopen of rijden, letten we altijd op de activiteiten van 'kleine zelfstandige ondernemers'.
Overal zijn guardiens die geparkeerde auto's bewaken, ambulante verkopers, klusjesmannen of vuilnisdoorzoekers.
En dan vragen we ons hardop af, hoe hun broodwinning geregeld is. Of het überhaupt geregeld is. Van de guardiens weet ik dat ze een officieel koperen plaatje op hun (meestal) blauwe stofjas hebben, dat aangeeft dat ze officieel guardien zijn. Maar de mannen die met een handkar de vuilcontainers langsgaan om die te doorzoeken op bruikbare spullen (papier, karton, plastic flessen, eetbare zaken etc.) hebben daarvoor vast geen vergunning. En ik las laatst een artikel over de loodgieters, schilders en andere klusjesmannen die op een vaste plek langs de weg zitten, met hun gereedschap duidelijk zichtbaar uitgestald om aan te geven welk ambacht ze beoefenen. Deze mensen zitten daar dag in dag uit. Soms hebben ze geluk en dan worden ze voor een dagje (of langer) ingehuurd om een huis te komen schilderen of opknappen. Maar soms duurt het ook dagen voordat ze weer een nieuw klusje hebben.
Een ander terrein van de informele economie kun je zien in Rabat in de wijk waar telefoons worden verkocht en gerepareerd, audio- en videoapparatuur wordt verkocht en gerepareerd, en waar computers worden verkocht en gerepareerd. En dan hebben we het nog niet over de ronduit illegale activiteiten van het verkopen van illegale kopieën van CD's en DVD's. Die liggen daar bij tienduizenden uitgestald. Je koopt ze voor 10 Dirham (nog geen euro) per stuk.
Laatst liep ik er eens rond te kijken, zoekend naar een paar boxen voor bij een van onze computers. Ik zag daar o.a. een 'werkplaats' waar vele tientallen oude laptops lagen opgestapeld. En een buurman had bergen computeronderdelen schijnbaar ongeordend op planken liggen.
Vorige week deed de computer van Paolo ineens niets meer. Hij wilde niet meer opstarten. We hebben inmiddels ervaring met de officiële HP-reparatieservice (de formele economie). Het duurt weken voordat je een offerte krijgt (garantie is inmiddels verlopen) en nog weer eens weken voordat je PC gerepareerd is. Ik stelde daarom voor een van die werkplaatsjes in de medina (oude stad) eens uit te proberen. Mijn inschatting was dat ofwel het RAM-geheugen ofwel de grafische kaart het probleem vormde. Het vervangen van een van die twee hoeft niet meer dan pakweg een kwartiertje te duren, en zeker geen weken.
Dus ik naar de medina, naar een reparateur bij wie ik al eens met de laptop van mijn zoon was geweest.
Wat daar gebeurde in de ongeveer drie kwartier dat ik daar heb gestaan is wel de beste illustratie van de informele Marokkaanse economie.Terwijl hij met mijn PC bezig was zijn er minstens tien of vijftien anderen langs geweest, die hij tussendoor allemaal te woord stond. Een persoon kreeg 200 Dirham van hem, zonder enig papierwerk of andere tegenprestatie, een ander ging met 50 Dirham weer weg. Een derde had kennelijk ook nog iets te goed, en vroeg om een webcam. De reparateur had zelf helemaal geen nieuwe spullen, dus hij liep even naar de buurman, kwam terug met een webcam, en gaf die aan de laatste bezoeker. Die nam de webcam in ontvangst, groette de reparateur vriendelijk en vertrok, zonder een dirham te betalen. Al deze mensen hadden kennelijk nog iets te goed. Er kwam een deftige meneer uit een deftige wijk (Souissi), met wie de afspraak werd gemaakt dat de reparateur bij hem thuis langs zou komen om de hele installatie inclusief internetaansluiting te controleren etc. Een groepje van drie heren kwam ook iets vragen over een slecht functionerende PC. Of ze hem moesten formatteren of opnieuw installeren. "Breng hem maar hier, 's middags om drie uur is het rustig hier" zei mijn mannetje.
Ook een nieuwe grafische kaart en een RAM-geheugen werden bij de buurman gehaald. Dan konden we uittesten waar het probleem zat. De PC werd open geschroefd, RAM-geheugen verwisseld en opstarten. Voilá, de PC deed het weer. De oorzaak was dus gevonden, en het probleem was gelijk opgelost. Ruim binnen het uur was de PC weer in orde. Ik rekende af en vroeg om een bon. Wij zitten namelijk in de formele (Nederlandse) economie en moeten alle uitgaven verantwoorden. Dat duurde even. Eerst zoeken naar het bonnenboekje. Toen naar een pen (die had ik), en toen nog naar de in Marokko onvermijdelijke stempel. Niets is officieel zonder stempel, ook niet in de informele economie ;-)
Ik neem aan dat mijn mannetje weer met zijn buurman heeft afgerekend voor het RAM-geheugen (en die webcam), en dat hij de nieuwe grafische kaart heeft teruggebracht. Dat afrekenen zal ook wel op geheel informele wijze gebeurd zijn.
Het is overduidelijk dat een groot deel van de Marokkaanse economie op deze wijze functioneert. En dat betekent dat over inkomsten uit zulke werkzaamheden geen belastingen worden afgedragen. Hoeveel er omgaat in die informele economie weet natuurlijk niemand, maar het is duidelijk dat de Marokkaanse staat hierdoor vele miljoenen dirhams aan inkomsten misloopt. Inkomsten die de staat goed zou kunnen gebruiken voor het opknappen van het kinderziekenhuis in Rabat, voor asfaltering van een weg op het platteland, voor het opknappen van een dorpsschooltje in het Atlas gebergte, voor een vuilnisophaalservice en vuilstort- of vuilverbrandingsvoorzieningen in alle dorpen en kleine steden. Of voor het instellen van een bijstandswet, of ziektekostenverzekering voor iedereen.
Om in Marokko een levensstandaard te bereiken die vergelijkbaar is met die in de Europese landen dient er nog zoveel te gebeuren. Maar de staat heeft hiervoor niet de vereiste middelen. Meer belastinginkomsten zouden hieraan zeker kunnen bijdragen.
Overal zijn guardiens die geparkeerde auto's bewaken, ambulante verkopers, klusjesmannen of vuilnisdoorzoekers.
En dan vragen we ons hardop af, hoe hun broodwinning geregeld is. Of het überhaupt geregeld is. Van de guardiens weet ik dat ze een officieel koperen plaatje op hun (meestal) blauwe stofjas hebben, dat aangeeft dat ze officieel guardien zijn. Maar de mannen die met een handkar de vuilcontainers langsgaan om die te doorzoeken op bruikbare spullen (papier, karton, plastic flessen, eetbare zaken etc.) hebben daarvoor vast geen vergunning. En ik las laatst een artikel over de loodgieters, schilders en andere klusjesmannen die op een vaste plek langs de weg zitten, met hun gereedschap duidelijk zichtbaar uitgestald om aan te geven welk ambacht ze beoefenen. Deze mensen zitten daar dag in dag uit. Soms hebben ze geluk en dan worden ze voor een dagje (of langer) ingehuurd om een huis te komen schilderen of opknappen. Maar soms duurt het ook dagen voordat ze weer een nieuw klusje hebben.
Een ander terrein van de informele economie kun je zien in Rabat in de wijk waar telefoons worden verkocht en gerepareerd, audio- en videoapparatuur wordt verkocht en gerepareerd, en waar computers worden verkocht en gerepareerd. En dan hebben we het nog niet over de ronduit illegale activiteiten van het verkopen van illegale kopieën van CD's en DVD's. Die liggen daar bij tienduizenden uitgestald. Je koopt ze voor 10 Dirham (nog geen euro) per stuk.
Laatst liep ik er eens rond te kijken, zoekend naar een paar boxen voor bij een van onze computers. Ik zag daar o.a. een 'werkplaats' waar vele tientallen oude laptops lagen opgestapeld. En een buurman had bergen computeronderdelen schijnbaar ongeordend op planken liggen.
Vorige week deed de computer van Paolo ineens niets meer. Hij wilde niet meer opstarten. We hebben inmiddels ervaring met de officiële HP-reparatieservice (de formele economie). Het duurt weken voordat je een offerte krijgt (garantie is inmiddels verlopen) en nog weer eens weken voordat je PC gerepareerd is. Ik stelde daarom voor een van die werkplaatsjes in de medina (oude stad) eens uit te proberen. Mijn inschatting was dat ofwel het RAM-geheugen ofwel de grafische kaart het probleem vormde. Het vervangen van een van die twee hoeft niet meer dan pakweg een kwartiertje te duren, en zeker geen weken.
Dus ik naar de medina, naar een reparateur bij wie ik al eens met de laptop van mijn zoon was geweest.
Wat daar gebeurde in de ongeveer drie kwartier dat ik daar heb gestaan is wel de beste illustratie van de informele Marokkaanse economie.Terwijl hij met mijn PC bezig was zijn er minstens tien of vijftien anderen langs geweest, die hij tussendoor allemaal te woord stond. Een persoon kreeg 200 Dirham van hem, zonder enig papierwerk of andere tegenprestatie, een ander ging met 50 Dirham weer weg. Een derde had kennelijk ook nog iets te goed, en vroeg om een webcam. De reparateur had zelf helemaal geen nieuwe spullen, dus hij liep even naar de buurman, kwam terug met een webcam, en gaf die aan de laatste bezoeker. Die nam de webcam in ontvangst, groette de reparateur vriendelijk en vertrok, zonder een dirham te betalen. Al deze mensen hadden kennelijk nog iets te goed. Er kwam een deftige meneer uit een deftige wijk (Souissi), met wie de afspraak werd gemaakt dat de reparateur bij hem thuis langs zou komen om de hele installatie inclusief internetaansluiting te controleren etc. Een groepje van drie heren kwam ook iets vragen over een slecht functionerende PC. Of ze hem moesten formatteren of opnieuw installeren. "Breng hem maar hier, 's middags om drie uur is het rustig hier" zei mijn mannetje.
Ook een nieuwe grafische kaart en een RAM-geheugen werden bij de buurman gehaald. Dan konden we uittesten waar het probleem zat. De PC werd open geschroefd, RAM-geheugen verwisseld en opstarten. Voilá, de PC deed het weer. De oorzaak was dus gevonden, en het probleem was gelijk opgelost. Ruim binnen het uur was de PC weer in orde. Ik rekende af en vroeg om een bon. Wij zitten namelijk in de formele (Nederlandse) economie en moeten alle uitgaven verantwoorden. Dat duurde even. Eerst zoeken naar het bonnenboekje. Toen naar een pen (die had ik), en toen nog naar de in Marokko onvermijdelijke stempel. Niets is officieel zonder stempel, ook niet in de informele economie ;-)
Ik neem aan dat mijn mannetje weer met zijn buurman heeft afgerekend voor het RAM-geheugen (en die webcam), en dat hij de nieuwe grafische kaart heeft teruggebracht. Dat afrekenen zal ook wel op geheel informele wijze gebeurd zijn.
Het is overduidelijk dat een groot deel van de Marokkaanse economie op deze wijze functioneert. En dat betekent dat over inkomsten uit zulke werkzaamheden geen belastingen worden afgedragen. Hoeveel er omgaat in die informele economie weet natuurlijk niemand, maar het is duidelijk dat de Marokkaanse staat hierdoor vele miljoenen dirhams aan inkomsten misloopt. Inkomsten die de staat goed zou kunnen gebruiken voor het opknappen van het kinderziekenhuis in Rabat, voor asfaltering van een weg op het platteland, voor het opknappen van een dorpsschooltje in het Atlas gebergte, voor een vuilnisophaalservice en vuilstort- of vuilverbrandingsvoorzieningen in alle dorpen en kleine steden. Of voor het instellen van een bijstandswet, of ziektekostenverzekering voor iedereen.
Om in Marokko een levensstandaard te bereiken die vergelijkbaar is met die in de Europese landen dient er nog zoveel te gebeuren. Maar de staat heeft hiervoor niet de vereiste middelen. Meer belastinginkomsten zouden hieraan zeker kunnen bijdragen.
zondag, maart 23, 2008
Leren Hollands Gendurende Arabischen
donderdag, maart 20, 2008
Chocolade paaseitjes in Rabat
Het is bijna Pasen, en ik vertrok kort voor Pasen weer naar Rabat. Ik kreeg een mailtje uit Rabat met het verzoek gevulde chocolade paaseitjes mee te brengen want de aanwezige voorraad slonk nogal snel wegens grote gretigheid bij de aanwezige studenten, allen dames.
Dus ik voerde nieuwe voorraad aan. Ik kwam op woensdagavond rond kwart voor negen aan op het NIMAR, en trof mijn instituut nog in vol bedrijf. Drie van de studenten waren er nog aan het werken en begroetten mij heel enthousiast en boden me thee aan. Dat is goed zei ik, en haalde de chocolade eitjes uit mijn koffer.
Daar werd inderdaad met gretigheid op aangevallen.
Al pratend over van alles en nog wat, kwam ter sprake dat we op het NIMAR ook over een personenweegschaal beschikken. Ik heb die destijds vooral aangeschaft om bezoekers de mogelijkheid te bieden hun koffer te wegen. Veel NIMAR-gasten gaan namelijk met veel meer papier (boeken, lesmateriaal) terug dan ze gekomen zijn.
Toen de dames hoorden dat er een weegschaal was, en waar die stond, stormden ze naar boven.
Wat ik toen boven hoorde laat zich nauwelijks beschrijven. "Dat klopt niet", hoorde ik, en "dit kan niet waar zijn". De dames kwamen beduusd naar beneden, er werden gewichtstoenames genoemd van tien, tien en zeven kilo. Er wordt hier minder gesport, bijna dagelijks buiten de deur gegeten, flink gesnoept van de heerlijke Marokkaanse koekjes etc. Dus het was wel verklaarbaar.
Maar ook rees de vraag of die weegschaal wel goed was. Maar de schrik zat er goed in en de chocolade paaseitjes bleven verder onaangeroerd. Ik heb toegezegd dat ik de weegschaal zou testen, want ik had drie dagen eerder thuis ook nog op de weegschaal gestaan. Mijn conclusie was dat de NIMAR-schaal redelijk nauwkeurig moest zijn, ik zag voor mezelf maar een kleine afwijking.
Vanochtend liepen diverse dames bij aankomst op het instituut direct naar boven om de weegschaal nog een keer te beproeven. Of ze zich nu schaarser hadden gekleed dan gisteravond, of ondertussen hard hadden getraind, de uitkomst was in elk geval minder schokkend dan de avond ervoor. "Plus tien" was "plus vijf" geworden.
Nu gaan ze morgenochtend met de hele groep gedurende de Paasdagen naar Noord-Marokko, en zit ik hier alleen met die voorraad paaseitjes. De vraag is nu op "plus hoeveel" ik ga uitkomen.
Dus ik voerde nieuwe voorraad aan. Ik kwam op woensdagavond rond kwart voor negen aan op het NIMAR, en trof mijn instituut nog in vol bedrijf. Drie van de studenten waren er nog aan het werken en begroetten mij heel enthousiast en boden me thee aan. Dat is goed zei ik, en haalde de chocolade eitjes uit mijn koffer.
Daar werd inderdaad met gretigheid op aangevallen.
Al pratend over van alles en nog wat, kwam ter sprake dat we op het NIMAR ook over een personenweegschaal beschikken. Ik heb die destijds vooral aangeschaft om bezoekers de mogelijkheid te bieden hun koffer te wegen. Veel NIMAR-gasten gaan namelijk met veel meer papier (boeken, lesmateriaal) terug dan ze gekomen zijn.
Toen de dames hoorden dat er een weegschaal was, en waar die stond, stormden ze naar boven.
Wat ik toen boven hoorde laat zich nauwelijks beschrijven. "Dat klopt niet", hoorde ik, en "dit kan niet waar zijn". De dames kwamen beduusd naar beneden, er werden gewichtstoenames genoemd van tien, tien en zeven kilo. Er wordt hier minder gesport, bijna dagelijks buiten de deur gegeten, flink gesnoept van de heerlijke Marokkaanse koekjes etc. Dus het was wel verklaarbaar.
Maar ook rees de vraag of die weegschaal wel goed was. Maar de schrik zat er goed in en de chocolade paaseitjes bleven verder onaangeroerd. Ik heb toegezegd dat ik de weegschaal zou testen, want ik had drie dagen eerder thuis ook nog op de weegschaal gestaan. Mijn conclusie was dat de NIMAR-schaal redelijk nauwkeurig moest zijn, ik zag voor mezelf maar een kleine afwijking.
Vanochtend liepen diverse dames bij aankomst op het instituut direct naar boven om de weegschaal nog een keer te beproeven. Of ze zich nu schaarser hadden gekleed dan gisteravond, of ondertussen hard hadden getraind, de uitkomst was in elk geval minder schokkend dan de avond ervoor. "Plus tien" was "plus vijf" geworden.
Nu gaan ze morgenochtend met de hele groep gedurende de Paasdagen naar Noord-Marokko, en zit ik hier alleen met die voorraad paaseitjes. De vraag is nu op "plus hoeveel" ik ga uitkomen.
woensdag, februari 27, 2008
rijden op de pistes gefilmd
Mijn zoons vonden het ook leuk om van al dat gehobbel over die pistes wat bewegende beelden te maken.
Ze hebben wat filmpjes gemaakt. Deze zijn op Youtube te bekijken.
Ze zijn niet zeer spectaculair, maar het geeft een indruk van het rijden op zulke onverharde wegen.
En het onderstaande filmpje is interessant in combinatie met de muziek: the road ahead is empty.
Dat was ie inderdaad. De wegen op het platteland in Marokko zijn meestal zeer stil. Er is niet veel verkeer tussen de dorpen en steden.
Op zeker moment begon het toch wel erg krap te worden met de dieselvoorraad in de tank. En nergens een benzinestation te bekennen. Navraag leerde dat er wel een dorpswinkeltje was dat ook diesel verkocht. Toen heb ik daar maar 5 liter gekocht. Dat was ruimschoots voldoende om in een lange afdaling richting Marrakech het eerstvolgende benzinestation te halen.
Het Zuiden van Marokko wordt als het ware afgeschermd door het Atlasgebergte (de Hoge Atlas). Op de terugweg moesten we via de bergpas Tizi n'Test terug naar het Noorden. Het was al aardig laat, en bijna donker. Ik wilde graag voor het donker de bochtige klim naar boven achter de rug hebben. Dus even pittig doorgereden, uiteraard zonder risico's te nemen. Mijn zoons hielpen mee door ver vooruit te kijken of er tegenliggers aankwamen.
En dit filmpje staat er eigenlijk vooral voor de combinatie van de muziek en de beelden.
Dit filmpje geeft een indruk van de begroeiing waar we tussendoor reden.
In dit filmpje zie je hoe geiten in Zuid-Marokko geoefende boomklimmers zijn. Ze klimmen in de arganiers (argan-bomen, een soort wilde olijf) en eten alles kaal.
In het Zuiden van Marokko ligt een ander gebergte, de Anti-Atlas. Dit filmpje geeft een panorama van het landschap, vanaf een punt met mooi uitzicht naar alle kanten.
Op dit filmpje doen Oscar en Martijn een soort spel in een oude moskee. Ze proberen elkaar op hun digitale camera te betrappen zonder zelf betrapt te worden.
Hier een baggerige piste in de Hoge Atlas bij Oukaïmeden, de wintersportplaats vlakbij Marrakech.
En op dit filmpje is te zien dat zo'n piste niet erg breed is. Een van de jongens heeft dit al rijdend uit het raam gefilmd. Zet het geluid van uw boxen wat zacht want de rijwind maakt flink lawaai.
Ze hebben wat filmpjes gemaakt. Deze zijn op Youtube te bekijken.
Ze zijn niet zeer spectaculair, maar het geeft een indruk van het rijden op zulke onverharde wegen.
En het onderstaande filmpje is interessant in combinatie met de muziek: the road ahead is empty.
Dat was ie inderdaad. De wegen op het platteland in Marokko zijn meestal zeer stil. Er is niet veel verkeer tussen de dorpen en steden.
Op zeker moment begon het toch wel erg krap te worden met de dieselvoorraad in de tank. En nergens een benzinestation te bekennen. Navraag leerde dat er wel een dorpswinkeltje was dat ook diesel verkocht. Toen heb ik daar maar 5 liter gekocht. Dat was ruimschoots voldoende om in een lange afdaling richting Marrakech het eerstvolgende benzinestation te halen.
Het Zuiden van Marokko wordt als het ware afgeschermd door het Atlasgebergte (de Hoge Atlas). Op de terugweg moesten we via de bergpas Tizi n'Test terug naar het Noorden. Het was al aardig laat, en bijna donker. Ik wilde graag voor het donker de bochtige klim naar boven achter de rug hebben. Dus even pittig doorgereden, uiteraard zonder risico's te nemen. Mijn zoons hielpen mee door ver vooruit te kijken of er tegenliggers aankwamen.
En dit filmpje staat er eigenlijk vooral voor de combinatie van de muziek en de beelden.
Dit filmpje geeft een indruk van de begroeiing waar we tussendoor reden.
In dit filmpje zie je hoe geiten in Zuid-Marokko geoefende boomklimmers zijn. Ze klimmen in de arganiers (argan-bomen, een soort wilde olijf) en eten alles kaal.
In het Zuiden van Marokko ligt een ander gebergte, de Anti-Atlas. Dit filmpje geeft een panorama van het landschap, vanaf een punt met mooi uitzicht naar alle kanten.
Op dit filmpje doen Oscar en Martijn een soort spel in een oude moskee. Ze proberen elkaar op hun digitale camera te betrappen zonder zelf betrapt te worden.
Hier een baggerige piste in de Hoge Atlas bij Oukaïmeden, de wintersportplaats vlakbij Marrakech.
En op dit filmpje is te zien dat zo'n piste niet erg breed is. Een van de jongens heeft dit al rijdend uit het raam gefilmd. Zet het geluid van uw boxen wat zacht want de rijwind maakt flink lawaai.
Abonneren op:
Posts (Atom)